Wordt 40 uur weer de norm?

De 40-urige werkweek moet weer de norm worden, vindt D66’er Koolmees. Meer groei en belastinginkomsten voor de overheid. De FNV reageert: prehistorisch.

In 1982 ging de vakbeweging akkoord met een matiging van de lonen in ruil voor arbeidstijdverkorting. Samen met de werkgeversorganisaties en het kabinet-Lubbers werd het ‘Akkoord van Wassenaar’ gesloten. De hoofdrolspelers (van links naar rechts): Jan de Koning (minister sociale zaken), Ruud Lubbers (premier), Chris van Veen (voorzitter VNO), Ad Dortland (directeur VNO), Wim Kok (voorzitter FNV), topambtenaar Raven (Sociale Zaken). Foto HH

Nog maar net heeft de Tweede Kamer besloten dat we volgend jaar al later met pensioen gaan, of D66 komt met een nieuw plan om iedereen meer te laten werken: schaf Tweede Pinksterdag af als collectieve vrije dag en voer de 40-urige werkweek opnieuw in. Dat voorstel lanceerde Tweede Kamerlid Wouter Koolmees (D66) gisteren in het televisieprogramma Buitenhof.

Minder vrij helpt de economie én de overheidsfinanciën, betoogt Koolmees. Tweede Pinksterdag afschaffen levert bijvoorbeeld 2,4 miljard euro bruto binnenlands product op, simpelweg omdat iedereen dan één dag langer werkt per jaar. Koolmees wijst op landen als België waar nu ook de discussie wordt gevoerd om vrije dagen af te schaffen.

Een langere werkweek betekent meer productie, hogere economische groei en meer belastinginkomsten voor de overheid. Het kan bovendien de dreigende tekorten opvangen die op de arbeidsmarkt ontstaan door de vergrijzing.

Koolmees, een van de architecten van het Lenteakkoord, vindt dat Nederlanders te weinig uren draaien in een werkweek. „We werken het minst van de hele Westerse wereld.” Nederlandse werknemers werken gemiddeld 1.377 uur per jaar, Duitsers zo’n 1.400 uur, Britten 1.647 uur.

Dat wijt Koolmees aan de vut, het grote aantal verplichte verlofdagen en de 36-urige werkweek. Die kortere werkweek werd in de jaren tachtig ingevoerd als onderdeel van het ‘Akkoord van Wassenaar’ tussen werkgevers, vakbonden en kabinet. Het idee was toen dat kortere werkweken en de vut banen vrij zouden maken voor jongeren. De jeugdwerkloosheid was hoog. Dat plan werkte overigens niet, onderzocht het Centraal Planbureau later. Door de kortere werkweek vonden niet meer jongeren een baan. Het drukte vooral de lonen.

De kortere werkweek bleef, ook toen de arbeidsmarkt in de jaren negentig weer krap werd en werkgevers schreeuwden om personeel. De werkweek van een gemiddelde fulltimer is nu 36,7 uur. Veel werknemers werken 40 uur per week en krijgen atv-dagen (arbeidstijdverkorting) daarvoor terug.

Als werknemers gemiddeld 40 uur zouden draaien, zouden ze 9 procent meer loon kunnen verdienen, denkt Koolmees. Hij wil tegelijkertijd de loonbelasting verlagen. Koolmees wil de werkweek niet opleggen: hij doet een oproep aan sociale partners, om keuzevrijheid te bieden in cao’s. Maar weinig werknemers kunnen nu kiezen voor een 40-urige werkweek. Ze móeten 36 of 38 uur werken. Wel staan sommige cao’s toe dat werknemers vakantiedagen verkopen.

Sociale partners reageren afwijzend op het plan. Vakbonden noemen het „prehistorische symboolpolitiek” (FNV Bondgenoten) en vinden dat eerst de mensen die „aan de kant staan aan werk moeten worden geholpen” (CNV).

De werkgeversorganisatie VNO-NCW is ook niet onverdeeld enthousiast. Zij vindt een collectieve 40-urige werkweek geen goed idee. Per sector zou moeten worden bekeken of die nodig is. Een 40-urige werkweek zou ook niet automatisch moeten leiden tot een hoger loon.

Dat VNO-NCW niet staat te springen, is niet vreemd. Werkgevers profiteren van het feit dat veel mensen voor 36 of 38 uur betaald krijgen, maar langere werkweken draaien. „Mensen maken onbetaald meer uren”, zegt Ton Wilthagen, hoogleraar aan de Universiteit van Tilburg. „Dat zie je ook bij deeltijders.” Atv-dagen worden vaak niet opgemaakt.

Wilthagen vindt, net als Koolmees, dat Nederlanders op termijn meer uren per week moeten werken. Hij noemt de timing van het plan echter slecht, aangezien nu de werkloosheid hoog is.

Bovendien pakt het plan van D66 niet de voornaamste oorzaak aan achter het geringe aantal gewerkte uren. Dat is de immense populariteit van deeltijdwerk in Nederland, vooral onder vrouwen, maar ook onder mannen. In geen ander Europees land werken zoveel mensen parttime. Al jaren probeert de overheid met taskforces, commissies en de subsidie voor kinderopvang vrouwen te verleiden hun werkweek te vergroten. Dat lukt tot nu toe matig.

Koolmees denkt dat als de 40-urige werkweek weer de norm wordt, parttimers ook meer uren gaan draaien. Dan wordt een driedaagse werkweek 3/5de van 40 uur, in plaats van 3/5de van 36 uur. „Als parttimers twee uur meer per week gaan werken, dan is het probleem van de vergrijzing opgelost.”