Willis Earl Beal klinkt urgent

Pop

Willis Earl Beal, 19/5 London Calling, Paradiso, Amsterdam. Herhaling 26/5 Le Guess Who, Utrecht, 9/9 Into The Great Wide Open, Vlieland. ****

Is het een handige truc of bittere artistieke noodzaak dat Willis Earl Beal zich in de positie van buitenstaander in de popwereld heeft gemanoeuvreerd? Zijn album Acousmatic Sorcery is uit bij het label van Adele, dus nodig was het niet dat hij zijn slecht klinkende huiskameropnamen als debuut uitbracht. Maar de muziek stamt uit de tijd dat hij werkloos was en op staat speelde.

Op het festival London Calling, afgelopen weekend in Paradiso, was hij niet alleen een vreemde eend tussen de vele (veelbelovende) gitaarbands, maar vooral een zeldzame artiest die een urgent en oorspronkelijk geluid liet horen.

In veel opzichten is Willis Earl Beal een ouderwetse soulman die, gebogen over zijn microfoon als een jonge James Brown, zijn teksten met een enorme bezieling de ruimte in slingert. Hij is funky als Eddie Floyd en geëngageerd als Gil Scott-Heron.

Zijn reputatie als outside artist dankt hij aan het feit dat hij werkt met krakkemikkige begeleidingstapes; meestal niet meer dan een gammel snaarinstrument en zoemende bastonen. Als hij gitaar speelt doet hij dat op een vreemde manier, met het instrument op schoot en vingers die als spinnen over de snaren dansen.

Beal begon zijn optreden a capella met een stormachtig nummer over zijn doodsverachting. Een opwarmertje voor zijn stem, zei hij stoer. Zwaaiend met een vlag met zijn doodshoofdlogo en springend op een stoel veroorzaakte hij een wervelstorm van woorden, gruizig gezongen en niet altijd even zuiver.

Boos op de wereld maar met oog voor show bracht hij zijn schrijnend persoonlijke songs. Hij belichaamt de totale vrijheid van muzikale conventies.

Toch liet Willis Earl Beal zijn publiek fantaseren hoe hij het er mét band af zou brengen, om zijn soul tot het kookpunt te laten oplaaien.