Vechten om de stem van de fundamentalisten in Egypte

Vandaag eindigt de campagne voor de Egyptische presidentsverkiezingen op 23 en 24 mei. Kanshebber en ex- Moslimbroeder Abol-Fottouh presenteert zich als popidool.

Het lijkt meer een popconcert dan een politieke bijeenkomst. Al uren voor Abdelmoneim Abol-Fottouh (60) opdaagt, is de weide in het centrum van Kairo volgelopen met duizenden, vooral jonge mensen, jongens en meisjes door elkaar. Op videoschermen worden de koddige reclamefilmpjes van Abol-Fottouhs campagne afgespeeld, waarin diverse Egyptische typetjes worden afgebeeld door dansende poppetjes. Ze worden afgewisseld met live-beelden van de kandidaat die de weide nadert in een auto met open dak, terwijl hij zich een weg baant door enthousiaste supporters. „Het volk wil Abol-Fottouh als president”, roept de menigte op de weide, een verwijzing naar de leuze van de revolutie: „Het volk wil de val van het regime.”

Wanneer Abol-Fottouh arriveert, loopt hij ontspannen en energiek over het podium, de hemdsmouwen nonchalant opgerold. De boodschap is duidelijk: Abol-Fottouh is de kandidaat van de jeugd, van het nieuwe Egypte. Men zou bijna vergeten dat Abol-Fottouh tot voor kort een Moslimbroeder was. Dat hij ooit stichtend lid was van Al-Gama’a al-Islamiyya, een groepering die in de jaren negentig de gewapende jihad aanhing. Dat hij als student ijverde voor gesegregeerde campussen en muziek haram vond, tegen de islam.

Het contrast is groot met de bijeenkomst, een dag eerder, van Mohamed Morsi, de officiële kandidaat van de Moslimbroederschap, in het stadje Benha in de Nijldelta. Hier zijn mannen en vrouwen gescheiden, en het publiek bestaat uit families met jonge kinderen. Niet dat ze niet enthousiast zijn. „De kinderen zijn door het dolle heen: ze kijken hier al weken naar uit”, zegt Imen Salah. „We komen onze liefde betuigen voor dokter Morsi.”

Maar Morsi (60) heeft een bijzondere gave: zelfs met een bij voorbaat overtuigd publiek kan hij in enkele minuten het enthousiasme doen uitdoven. Niet voor niets wordt hij het ‘reservewiel’ genoemd, een verwijzing naar het feit dat hier eigenlijk Khairat al-Shater had moeten staan. Maar Shater werd door de verkiezingscommissie geweerd wegens een onafgehandeld gerechtelijk dossier uit Mubaraks tijd.

De Moslimbroederschap zou eerst helemaal niet meedoen: ze wilde niet de indruk wekken het hele land te willen controleren. Op 1 april 2012 kwam ze van die beslissing terug. Dat was nadat Abol-Fottouh uit de organisatie was gezet omdat hij zich toch kandidaat had gesteld. Ook de salafistische kandidaat Hazem Salah Abu Ismail was toen nog kandidaat. (Hij werd geschrapt wegens het Amerikaanse paspoort van zijn moeder.)

„Het was altijd ons recht om mee te doen”, zegt Ahmed Abdel Atti, Morsi’s campagneleider. „De Moslimbroederschap had inderdaad haar zinnen gezet op het parlement en de regering. Maar dat was buiten het leger gerekend.” Toen de legerleiding weigerde een regering te vormen die de nieuwe fundamentalistische meerderheid in het parlement zou weerspiegelen, „hadden wij geen andere keuze dan mee te dingen naar het presidentschap”, zegt Abdel Atti.

Dit soort flip-flop-gedrag gaat de Moslimbroederschap kiezers kosten. De eigen leden zullen op Morsi stemmen, maar het monopolie op de fundamentalistische stem lijkt de Moslimbroederschap kwijt te zijn. Sinds de uitsluiting van Abu Ismail, en de beslissing van Nour, de grootste salafistische partij, Abol-Fottouh te steunen, is strijd uitgebroken om de salafistische stemmen. Scoorde de Moslimbroederschap eerst goed met een gematigd discours, nu moet ze ook de ultraconservatieve kiezers paaien.

Dat heeft de partij handig opgelost. Terwijl Morsi zelf zich beperkt tot banale uitspraken over de mooie toekomst die Egypte te wachten staat onder zijn bewind, mogen de sprekers die hem voorafgaan het publiek de volle lading geven. Zo was Safwat Higazi uitgenodigd om Morsi’s openingsbijeenkomst in Mahalla op 1 mei op te luisteren.

In Groot-Brittannië staat Higazi op een lijst van haatpredikers die het land niet binnen mogen. In Mahalla beloofde Higazi dat Morsi het islamitisch kalifaat zal herstellen, met Jeruzalem als hoofdstad. De menigte zong enthousiast mee met een refrein van „miljoenen martelaars naar Jeruzalem”. De volgende dag zei de partij dat „wij niet verantwoordelijk zijn voor wat onze aanhangers zeggen”.

Maar ook Abol-Fottouh moet van twee walletjes eten om al zijn aanhangers tevreden te houden. Zijn rivaal Amr Moussa beschuldigde hem tijdens een tv-debat van het spreken met gespleten tong: „Hij is een salafist voor de salafisten, een liberaal voor de liberalen, een centrist voor de centristen.”

Zo heeft Abol-Fottouh gezegd dat moslims zich gerust mogen bekeren tot het christendom, en hij zou geen probleem hebben met een christelijke vrouw als president. Maar tegen een salafistische tv-zender zei hij in februari dat „alle moslims per definitie salafisten zijn” en dat „zelfs zij die zich vandaag liberaal of links noemen de shari’a [islamitisch recht] steunen als het erop aankomt”.

Een van de moppen die over Abol-Fottouh de ronde doen vergelijkt de kandidaat met de plaatselijke yoghurt-mix Johayna: van alles een beetje. Zijn media-adviseur Ali al-Bahnasawy spreekt dat tegen. „Hij focust op wat ons verenigt in plaats van wat ons verdeelt. Abol-Fottouh is de enige kandidaat die in staat is om aan tafel te gaan zitten met salafisten, liberalen en revolutionairen en tot een vergelijk te komen.” Volgens de dertigjarige Bahnasawy hoeven liberale of seculiere Egyptenaren zich geen zorgen te maken. „Ik ben zelf liberaal en in het jaar dat ik nu met Abol-Fottouh samenwerk, heb ik niets gezien om mij zorgen over te maken.”

Of de salafisten daar ook zo over denken zal woensdag en donderdag blijken. Niet alle salafisten steunen Abol-Fottouh: één salafistische sjeik zei vorige week in de krant dat moslims die niet voor Morsi stemmen „vier jaar lang in hun graf door slangen zullen worden gebeten”.

Ook mag de mobilisatiekracht van de Moslimbroederschap niet onderschat worden. Donderdag riep de organisatie op tot een menselijke ketting van Aswan via Kairo tot Alexandrië ter ondersteuning van Morsi: een afstand van 850 kilometer. Voorbij de grote ring van Kairo viel die ketting al snel uit elkaar. Maar toch: alleen de Moslimbroederschap krijgt zo snel zoveel mensen op de been.