‘U blijft zitten en hoort aan wat gezegd wordt’

Robert M. (28) is vanochtend veroordeeld tot 18 jaar cel en tbs. „Schokkend”, noemde de rechter zijn daden en „geraffineerd” zijn werkwijze. M.’s spijtbetuiging kon hij „niet serieus” nemen.

Robert M. in de rechtszaal. Hij kreeg 18 jaar en tbs. Tekeningen Felix Guérain

Parketagenten springen op, verwarring in de zaal. Robert M. heeft het water uit zijn plastic bekertje naar rechter Frans Bauduin gegooid. De voorzitter krimpt heel even ineen als de druppels hem raken, maar leest dan verder terwijl hij de blaadjes met het vonnis schoonveegt.

M. gooide het water op het moment dat Bauduin concludeerde dat zijn spijtbetuiging „niet serieus” kon worden genomen. „U bent een idioot”, schreeuwt M. met zijn schrille hoge stemmetje naar Bauduin. Tegen een parketagent die een hand op zijn schouder legt, sist hij: „Haal me hier weg.” Bauduin zegt: „U blijft zitten en hoort aan wat er gezegd wordt.” De opmerkingen die M. daarna nog maakt, negeert hij.

Robert M., de man die in vier jaar tijd 67 baby’s en peuters misbruikte en een deel ervan verkrachtte, kreeg vanmorgen 18 jaar gevangenisstraf en tbs opgelegd. De rechtbank acht het misbruik van alle ten laste gelegde feiten bewezen. Dat waren naast het misbruik ook het vervaardigen en verspreiden van kinderporno. Samen met zijn echtgenoot was hij in het bezit van 46.803 foto’s en 3.672 films.

Tegen M. was twintig jaar gevangenisstraf en tbs geëist. De rechtbank legde twee jaar minder op omdat M. door het Pieter Baan Centrum verminderd toerekeningsvatbaar werd geacht. Andere straf verlagende omstandigheden waren er wel, vond de rechtbank, maar die „verbleekten” bij de door M. gepleegde feiten.

De rechtbank beoordeelt de bekennende verklaringen van M. als „consistent en betrouwbaar”. M. heeft volgens de rechtbank „een buitengewoon goed en geordend geheugen”. M. „imponeerde” volgens de rechtbank met zijn uiterste berekenende werkwijze, het aftasten van kansen, het handig gebruik maken van de gelegenheid, „de instrumentele relatie” met zijn partner en „de haast zakelijke verslaglegging” van het misbruik in chats op internet en de „compacte adviezen aan gelijkgestemden”.

Ter zitting imponeerde volgens de rechter niet alleen zijn afstandelijke houding ten opzichte van de slachtoffers, maar ook zijn desinteresse voor de positie en de verklaringen van zijn echtgenoot. Van de verdachte is het beeld ontstaan dat hij, ondanks zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid in staat was tot „heldere denkkracht en heldere besluitvorming”.

Over zijn spijtbetuiging zei de rechter nog dat die „niet in lijn was” met zijn houding tijdens het proces. „Verdachte is eerder geheel in beslag genomen door zijn eigen levenskansen en perspectieven. Dit onvermogen om zich open te stellen voor en in te leven in andermans leven, lijkt een deel van de persoonlijkheid van verdachte te zijn.”

Om na zijn tbs eventueel te kunnen terugkeren in de maatschappij „zal de verdachte intensieve begeleiding nodig hebben”, aldus Bauduin.

Robert M.’s echtgenoot Richard van O. kreeg zes jaar gevangenisstraf opgelegd, terwijl het OM twaalf jaar had geëist. Hij werd veroordeeld voor ontucht met een tiener, het bezit van kinderporno en medeplichtigheid aan het misbruik van de zeer jonge kinderen door zijn man. Maar de rechtbank was het niet met het OM eens dat Van O. schuldig is aan het juridisch zwaarwegender medeplegen van dat misbruik.

Voor een veroordeling wegens medeplegen is vereist dat de daders een „bewuste en nauwe samenwerking” zijn aangegaan met hetzelfde oogmerk. De rechtbank vindt dat Van O. „zeer behulpzaam” is geweest bij het misbruik maar veroordeelt hem alleen voor het minder zware medeplichtigheid. Die medeplichtigheid bleek onder meer uit het halen van glijmiddel en het op verzoek verlaten van de woning zodat M. er kinderen kon misbruiken.

De rechtbank neemt Van O. kwalijk dat hij zijn echtgenoot „geen strobreed in de weg heeft gelegd”. Hij is „niet verder gekomen dan een weigering om de camera vast te houden en een keer te vragen ‘of het niet wat minder kon’”.

Vanmorgen lieten zowel de advocaten van Van O. als het OM weten in beroep te gaan tegen het vonnis. De rechtbank nam de conclusies van het Pieter Baan Centrum over Van O. over. Hij heeft een „onrijpe identiteit” en vaart „geen eigen koers”. Tijdens de zitting volgde Van O. vanmorgen het voorbeeld van zijn man: ook hij riep tijdens het vonnis van alles naar de rechtbank. Toen Bauduin hun huwelijk memoreerde, riep hij: „Oh mag dat soms ook niet?”

Ouders hebben volgens advocaat Richard Korver wisselend gereageerd. De meesten zijn tevreden over het vonnis tegen M. maar teleurgesteld over dat tegen Van O., zei hij. De rechtbank heeft een vergoeding voor immateriële schade toegekend aan de kinderen, maar niet aan hun ouders. M. moet een bedrag van bijna vijf ton betalen en Richard van O. bijna vier ton. De overige schadeclaims zijn volgens de rechtbank niet toewijsbaar of te ingewikkeld om in het strafproces te behandelen. Daarvoor zullen ouders zich tot de civiele rechter moeten wenden.

De advocaten van Robert M. hadden betoogd dat de verdenking tegen hem te mager was om hem in december 2010 al aan te kunnen houden, maar de rechtbank vond die verdenking voldoende. Ook de huiszoeking was volgens de rechtbank rechtmatig.

Robert M. krijgt zijn casiohorloge terug en zijn trouwring. Richard van O. krijgt de motor terug waarmee hij M. ophaalde uit Duitsland in 2003.