Turkse zanger was niet zomaar boos

Een Turkse zanger werd vorige week op Schiphol zo lang ondervraagd, dat hij boos terugkeerde naar Turkije. Dat incident zegt iets over onze absurde visumregels.

Is de beroemde Turkse zanger Arif Sag een heetgebakerde Turk die niet kan verkroppen dat hij gewoon aan de regels moet voldoen om Nederland binnen te komen?

Of is zijn frustratie over de behandeling die hij op Schiphol van de marechaussee kreeg volstrekt gerechtvaardigd, en onderdeel van een groter probleem, namelijk de onwettige manier waarop Turken wordt belet naar Europa te reizen? Dat laatste.

Arif Sag, die al zijn papieren gewoon op orde had en enkele dagen eerder Nederland zonder problemen binnenkwam, had een uitnodiging om naar Nederland te komen: hij zou een concert geven in het kader van 400 jaar diplomatieke banden tussen Nederland en Turkije. Officieel horen we dat in Nederland een feestje waard te vinden, maar in de praktijk lijkt het er niet op dat we onze vriendschap met de Turken erg serieus nemen. In dit geval leidde dat tot persoonlijke frustratie, in het algemeen roept het al jaren de terechte woede van Turken op.

Terecht? Het zijn toch gewoon Europese regels die stellen dat Turken een visum moeten hebben om naar Europa te reizen?

Nee, dat is nou net het misverstand: een verdrag tussen de toenmalige EEC en Turkije uit 1963 stelt dat er geen wederzijdse restricties opgelegd mogen worden als het gaat om het in vrijheid verlenen en verkrijgen van services. Daar valt de handel onder, maar ook bijvoorbeeld studeren, toerisme, en uitwisselingen op cultureel gebied. Destijds was Nederland een van de elf Europese landen die geen visumvereisten stelde aan Turken die naar Nederland wilden komen. Alle restricties die het huidige beleid in de praktijk vormen, zijn van ná het verdrag. Ze gaan dus tegen het verdrag in en zijn illegaal.

Verschillende Europese rechters hebben de afgelopen jaren de illegaliteit van visumregels voor Turkse burgers in vonnissen bekrachtigd. Ook Nederlandse rechters. Maar geen enkel Europees land heeft tot nu toe het fatsoen gehad die rechterlijke uitspraken om te zetten in rechtvaardig beleid. Ondertussen leest Europa, Nederland vaak voorop, wel de rest van de wereld, ook Turkije, de les over het belang van de rechtsstaat.

Er speelt nog iets anders mee bij de frustratie van de Turken. Burgers uit vijf Balkanlanden mogen inmiddels zonder visum naar de EU reizen, en geen van die landen onderhandelt over EU-lidmaatschap. Voor Moldavië en Oekraïne is het zogeheten ‘visa-liberalisatieproces’ in gang gezet: allebei landen die in de verste verte geen zicht hebben op EU-lidmaatschap. Voor Turkije is zelfs dat liberalisatieproces nog niet in gang gezet, terwijl de onderhandelingen over toetreding al in 2005 werden geopend. Verder dan een slappe ‘dialoog over visa, mobiliteit en migratie’ durft de EU niet te gaan. Terwijl de Turken de afgelopen jaren flinke stappen voorwaarts hebben gemaakt bij het voldoen aan Europese vereisten, zoals het invoeren van biometrische paspoorten.

En dat allemaal uit angst. Angst om het stemmende volk te ontstemmen. Angst voor grote groepen Turken die Nederland zullen overspoelen. Die angst is ongegrond. Ja, er komen veel illegalen de Turks-Griekse grens over – maar dat zijn geen Turken maar vooral Afghanen, Ethiopiërs en Pakistanen.

Daarbij: het gaat Turkije economisch goed, en het is ontstellend arrogant aan te nemen dat massa’s Turken hun eigen land zouden willen verruilen voor het steeds xenofobere Europa. Uit onderzoek blijkt ook dat die stroom er helemaal niet zal komen (behalve dan op toeristisch gebied, wat de Europese economie veel goed zal doen), en de statistiek laat zien dat juist steeds meer Europeanen hun economisch heil in Turkije zoeken.

Als Nederland de vriendschap met Turkije na 400 jaar diplomatieke betrekkingen echt wil bekronen, dan ruimt het de illegale visumregels zo snel mogelijk uit de weg.