Te vaak rijden treinen nog door rood licht

Conclusie één: de toekomst van spoorwegbeheerder ProRail is ongewis. De Tweede Kamer is er behoorlijk over verdeeld, zo bleek vorige week in een debat met de commissie die het rapport Wissel op de toekomst heeft opgesteld. Conclusie twee: in Nederland moet snel het Europese beveiligingssysteem ERTMS op het spoor worden ingevoerd. Conclusie drie: politiek Den Haag heeft behoefte aan een langetermijnvisie op de spoorwegen, en neemt zich intussen voor niet meer voor elk trein-incident de minister in de Tweede Kamer ter verantwoording te roepen.

Om met dat laatste te beginnen: we zullen zien. Voor wat betreft de langetermijnvisie: daar is altijd wel iets voor te zeggen, mits tevens de neiging wordt onderdrukt om intussen de korte termijn dan maar te verwaarlozen.

Consequente uitvoering van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer is zo’n voorbeeld van praktische prioriteitstelling: dat moet er bijvoorbeeld toe leiden dat reizigers op de drukste trajecten in 2020 elke tien minuten op een trein kunnen stappen. Er is werk aan de winkel.

Dat de Tweede Kamer het European Rail Traffic Management System (ERTMS) nu omarmt, is winst. Door jarenlang getalm en uit vrees voor onnodige uitgaven loopt de beveiliging van het spoorwegnet in Nederland achter.

Te vaak rijden treinen daardoor door rood; soms leidt dat tot een ongeluk zoals op 22 april in Amsterdam, waarbij één dode en 117 gewonden vielen. Minister Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD) zal deze wens van de Kamer in haar oren moeten knopen. Zij kan toch al rekenen op een stevig debat in het parlement wanneer dat de conclusies uit Wissel op de toekomst met haar bespreekt. De verwijten die haar daarin zijn gemaakt, zijn niet mals: een incidentenminister die de Kamer slecht informeert.

De Kamer kan wat betreft ProRail in vier stromingen worden verdeeld. Partijen (VVD, ChristenUnie) die menen dat dit staatsbedrijf bij Rijkswaterstaat moet worden ondergebracht; een partij (D66) die vindt dat het een zelfstandige afdeling van het ministerie moet worden; partijen (PVV, SP) die ProRail en NS willen samenvoegen en partijen (PvdA, CDA, GroenLinks) die weinig trek hebben in een structuurdiscussie op dit moment.

Feit is dat de onvrede over ProRail zo groot is dat de greep van de minister op dit bedrijf, waarvan de Staat de enige aandeelhouder is, steviger zal moeten worden. Met striktere afspraken bij de concessieverleningen aan zowel ProRail als NS kan ze haar macht al vergroten. Hoe de organisatie ook wordt, altijd geldt wat Schultz van Haegen al eens zelf in de Kamer over het spoor opmerkte: „Ik ben verantwoordelijk.”