Oudgedienden van Mubarak aan kop

Egypte kiest deze week een president. De ex-minister Amr Moussa (75) is favoriet, maar maakt weinig emoties los.

An Egyptian woman holds a poster with Arabic that reads, "Dr. Mohammed Morsi, president for Egypt, 2012," during an attempt to form a human chain in Cairo, Egypt, Thursday, May 17, 2012. Muslim Brotherhood presidential candidate Morsi, organizes a human chain Thursday, as part of his campaign ahead of the presidential elections that starts May 23-24. (AP Photo/Manu Brabo) AP

Correspondent Noord-Afrika

aL-MARG. Op dit vlak is Egypte nu al een democratie: aan de legendarische verkeersopstoppingen in Kairo ontsnapt niemand. Het maakt het er niet makkelijker op om campagne te voeren voor president. Tweeënhalf uur deed Amr Moussa’s bus er vorige week over om van het hoofdkwartier in het centrum in de arme buitenwijk Al-Marg te komen, en nog eens zo lang tot de volgende halte in de wijk Shoubra.

Onder een gigantische tent in Al-Marg zitten honderden potentiële kiezers geduldig te wachten. Dat is niet zo erg: de roodfluwelen stoelen zijn een welkome afwisseling van de chaos en het stof buiten, en er is gratis thee voor iedereen.

Amr Moussa mag dan de favoriet zijn bij de presidentsverkiezingen op 23 en 24 mei, veel emoties lijkt hij niet los te maken bij de Egyptenaren. De goedlachse en energieke Moussa van de gigantische reclameborden ziet er op het terrein oud en kwetsbaar uit: de tol wellicht van het campagne voeren in Egypte.

„Allemaal goed en wel”, zegt de 67-jarige Ibrahim al-Miligi, gekleed in een donkergrijze traditionele galabiya, in het publiek, „maar gaan we hem ooit nog terugzien wanneer de verkiezingen voorbij zijn?” Miligi ziet meer in de 71-jarige Ahmed Shafiq, de laatste premier onder Hosni Mubarak. „Hij is hier ook geweest en hij heeft tenminste beloofd dat hij terugkomt na de verkiezingen.”

Moussa en Shafiq hebben gemeen dat ze allebei oudgedienden zijn van het regime van Mubarak. ‘Feloul’ (overblijfselen) heet dat geringschattend in de volksmond sinds de opstand die vorig jaar Mubarak ten val bracht. Shafiq, een oud-generaal van de luchtmacht, werd op 31 januari 2011 door Mubarak tot premier benoemd in een ultieme poging het straatprotest te bedaren. Drie weken na de val van Mubarak werd Shafiq op zijn beurt tot aftreden gedwongen na hernieuwd protest.

Moussa was minister van Buitenlandse Zaken onder Mubarak van 1991 tot 2001, en hoofd van de Arabische Liga van 2001 tot 2011.

Het verschil tussen de twee is dat Shafiq trots uitpakt met zijn ‘feloul’-verleden en zijn banden met het leger. Hij weet dat veel mensen met heimwee terugdenken aan de stabiliteit onder het vorige regime. Moussa pakt het subtieler aan: hij speelt zijn ervaring als politicus uit, maar zegt ook dat zijn vertrek naar de Arabische Liga in 2001 in feite een breuk was met het regime.

Moussa heeft beloofd dat hij in de eerste honderd dagen van zijn presidentschap veiligheid en stabiliteit zal terugbrengen in Egypte. Shafiq zegt dat hij dat in één dag klaarspeelt.

Anti-Israël zijn doet het ook goed in deze campagne. Shafiq zegt dat hij hoogstpersoonlijk twee Israëlische vliegtuigen heeft neergeschoten tijdens de Uitputtingsoorlog van 1967-1970. Moussa is dan weer de enige kandidaat aan wie ooit een popnummer is gewijd. „Ik haat Israel / Ik hou van Amr Moussa” was een hit in 2001, toen Moussa openlijk van leer trok tegen Israël en de Verenigde Staten op een moment dat Egypte pal achter de vrede met Israël stond. Het zou de reden zijn geweest dat Moussa door Mubarak de laan werd uitgestuurd.

Al-Marg, de laatste halte op lijn 1 van de Kaireense metro, lijkt ver weg van het Tahrirplein. Maar ook weer niet zo ver: de dag na Moussa’s bezoek wordt een rechtbank bestormd door woedende familieleden van de twee betogers die hier op 28 januari 2011, de ‘vrijdag van de woede’, door de politie werden doodgeschoten. De rechtbank had de politieagenten vrijgesproken.

„Nee, ik wil niet terug naar de tijd van Mubarak”, zegt een man die een kippetje verorbert in een straatrestaurant vlakbij de tent. Hij identificeert zich alleen als Ahmed. „Maar ik heb het gevoel dat wat wij nu meemaken de wraak van God is omdat wij het juiste pad hebben verlaten.” Ook Ahmed overweegt op Shafiq te stemmen, al weet hij niet goed waarom. „Shafiq en Moussa zijn de enige namen die ik ken. En Shafiq geeft mij de indruk dat hij meer leidersfiguur is.”

De peilingen zijn hoe dan ook onbetrouwbaar: Moussa en Shafiq hebben allebei aan kop gestaan in verschillende peilingen, net als Abdelmoneim Abol-Fottouh, de dissident van de Moslimbroederschap. Alleen de officiële kandidaat van de Moslimbroederschap, Mohammed Morsi, bungelt consequent onderaan. Maar ook dat kan nog veranderen.

„De Moslimbroeders zijn politieke tieners; ze hebben nog geen bestuurservaring”, zegt Said Abdelghani Sawha, een 42-jarige advocaat, in de Moussa-tent. „Ik heb ook het gevoel dat als Morsi president wordt, het andere mensen zullen zijn die de echte beslissingen nemen. En de Moslimbroeders hebben het naar mijn gevoel net iets te vaak over God. Dan liever Moussa: die heeft het tenminste over Egypte en de Egyptenaren.”

De enige betrouwbare trend is wellicht de besluiteloosheid van de Egyptische kiezer: alle peilingen citeren een hoog percentage onbeslisten, tot bijna 40 procent.

In het straatrestaurantje nemen drie mannen plaats aan de enige andere tafel: het is het bandje dat zojuist Moussa heeft verwelkomd met tromgeroffel. Niet uit liefde voor Moussa: het was gewoon een baantje. De muzikanten weten nog niet op wie ze gaan stemmen. „We hopen op inspiratie van God als we in het stemhokje staan”.