‘Luister niet naar Amnesty’

José Ramos-Horta treedt terug als president van Oost-Timor. Het trauma van de repressie door Indonesië is volgens hem geheeld. Hoe een miniland manoeuvreert tussen twee grote buren. Elske Schouten, Dili, Oost-Timor

José Ramos-Horta aan de wandel. Afgelopen weekeinde trad hij terug als president van Oost-Timor. Foto Getty

José Ramos-Horta is opgelucht nadat hij afgelopen weekend is afgetreden als president van Oost-Timor. Hij nam in 2006 tegen wil en dank de leiding toen een uitbarsting van geweld tussen leger en politie bijna ontaardde in burgeroorlog. Eerst was hij premier, daarna president. In 2008 kwam een overgebleven groep rebellen naar zijn huis en doorzeefde hem met kogels toen hij terugkwam van zijn ochtendgymnastiek. Hij overleefde ternauwernood.

„Het waren zes uiterst intense, emotionele jaren, onder zeer moeilijke omstandigheden. Iedereen wordt eens moe”, zegt Ramos-Horta in zijn paleis in hoofdstad Dili, in de laatste dagen van zijn presidentschap. Hij is niet paranoïde geworden van de aanslag, zijn medewerkers blijven ongestoord keuvelen als het bezoek langs een onbemand beveiligingspoortje naar binnen loopt. Zoals de president zegt: dit is een levendige democratie, soms nog wat ongeorganiseerd.

Hoffelijk vertelt Nobelprijswinnaar Ramos-Horta hoe graag hij in Nederland kwam toen hij tussen 1975 en 1999 de wereld rondreisde om aandacht te vragen voor zijn land dat leed onder een bloedige bezetting door Indonesië. Maar hij bekent dat de „racistische” Geert Wilders hem ertoe bracht in 2010 te bidden dat Nederland de finale van het WK voetbal zou verliezen van Spanje. „God heeft naar me geluisterd”, zegt hij, genietend.

Oost-Timor was de eerste nieuwe staat van het nieuwe millennium toen het op 20 mei 2002 onafhankelijk werd – gisteren tien jaar geleden. Drie jaar daarvoor had het in een referendum gekozen voor afscheiding van Indonesië dat moordend en brandstichtend vertrok. In de tussenliggende jaren werd het geleid door de Verenigde Naties (die nog tot eind dit jaar op de achtergrond aanwezig zijn). Het was de eerste keer dat de VN zo nauw betrokken waren bij het opbouwen van een land.

Hoe hebben de VN het gedaan?

„Wat de VN konden doen, hebben ze best goed gedaan. Ze hebben veel bijgedragen aan vrede en veiligheid, ze hebben ons politiekorps getraind. Maar het waren niet de VN die deze staat hebben gecreëerd. Wij, Oost-Timorese leiders en het volk, hebben ons land opgebouwd. De VN en onze donoren hebben geholpen zoveel in hun vermogen lag.”

Was de moordaanslag op u de laatste uitbarsting van geweld?

„Ja, ik maak me geen zorgen dat de gebeurtenissen van 1999, 2006 of 2008 zich herhalen. Vooral in 2006 was men zeer geschokt. Sindsdien is het land vrediger dan ooit. De economie groeit met dubbele cijfers sinds 2007. De werkloosheid is significant gedaald, inclusief de werkloosheid onder jongeren.”

Maakte de aanslag u niet pessimistisch?

„Voordat ik het ziekenhuis in Darwin verliet, adviseerde de psychiater die me was toegewezen om niet terug te gaan naar mijn huis. Ik zou nachtmerries krijgen. Maar ik weigerde want hoe kan ik accepteren dat een crimineel element mij ervan weerhoudt in mijn eigen huis te wonen? Dus ik ben teruggegaan en heb nooit een nachtmerrie gehad.

„Natuurlijk heb ik littekens op mijn rug, waar de kogels schade hebben aangericht aan het vlees en de zenuwen. Ik heb moeite met zitten. Maar het is nu alsof ik ermee ben geboren, je leeft ermee. Dus nee, ik ben niet negatief geworden. God en de dokters hebben mijn leven gered.”

U heeft de daders vergeven en gratie verleend, net zoals u zich verzoende met de Indonesiërs die hier veel ellende hebben aangericht. Schept u zo geen cultuur van straffeloosheid die leidt tot meer geweld?

Ramos-Horta lacht. „U heeft waarschijnlijk te veel Amnesty International-rapporten gelezen. Cultuur van straffeloosheid. Het is grappig hoe ergens ter wereld iemand dat soort termen zit te bedenken en iedereen ze herhaalt. Cultuur van straffeloosheid, duurzame ontwikkeling, duurzame vrede. Al dat jargon. Dat het uitblijven van gerechtigheid leidt tot oorlog en conflicten.

„Elke samenleving bestaat uit individuen met emoties, niet uit abstracte groepen. En leiders moeten weten hoe ze daarmee moeten omgaan, afhankelijk van hun ervaring. In Oost-Timor vonden we dat we de wonden van allen moesten helen. Dat we de wonden met Indonesië moesten helen.”

Vindt heel Oost-Timor dat? Of u alleen?

„De regering heeft iedereen geholpen die zijn huis of bedrijf heeft verloren in de crisis van 2006. De staat is zeer genereus geweest met het leveren van financiële en psychologische hulp aan iedereen die geraakt was.”

Dus u vreest niet meer geweld hierdoor?

„Helemaal niet. En we laten het aan Amnesty over om dit soort zaken te intellectualiseren.”

China helpt Oost-Timor en investeert, zoals in veel kleine, fragiele landen. Sommigen noemen dat ‘nieuw kolonialisme’.

„Wij zien geen enkel verschil tussen investeringen van China, Amerika of Australië. Met elk land onderhandelen we over de beste voorwaarden voor hulp of investeringen. We hebben wetten die bepalen onder welke omstandigheden en in welke sectoren een buitenlands bedrijf hier zaken mag doen. En we laten het aan de Australiërs om te speculeren over China’s intenties. Want Australiërs speculeren altijd dat China Oost-Timor wil beïnvloeden of domineren.”

Proberen Australiërs dat niet zelf? Er lopen onderhandelingen over een gasveld in de Timor Zee.

„De Australiërs hebben ons erg netjes en voorzichtig behandeld. Persoonlijk heb ik in tien jaar onafhankelijkheid nooit druk gevoeld van de Australiërs. Omdat ze weten dat ze een grootmacht zijn. En als je dan te maken hebt met een klein land, weet je dat dat zeer gevoelig is. Dat zal zich snel betutteld voelen.

„Bij een lezing op de Universiteit van Sydney vroeg iemand of Australië onze pestkop is. Ik heb toen gezegd dat wij het zijn die Australië pesten. Want onze kracht is de publieke opinie in Australië. Van links tot rechts, iedereen heeft sympathie voor Oost-Timor. Toen we onderhandelden over de Timor Zee heeft een rijke Australische heer voor honderdduizenden dollars reclame ingekocht op televisie om zijn eigen regering aan te vallen. De minister van Buitenlandse Zaken was zeer geïrriteerd.”

Inmiddels is Oost-Timor niet meer ’s werelds jongste staat. Welk advies geeft u de laatste nieuwkomer, Zuid-Soedan?

„Ik zou advies geven aan Noord-Soedan: gedraag je zoals Indonesië Oost-Timor heeft behandeld na de onafhankelijkheid. In tien jaar hebben we nooit problemen gehad, Indonesië heeft zelfs alles gedaan om ons te steunen. Daarom bewonderen Oost-Timorezen Indonesië nu. Oost-Timorezen reizen dagelijks naar Indonesië, culturele groepen uit Indonesië zijn hier het populairst. Dus ik adviseer de regering in Khartoum: wees gevoelig en toon solidariteit met je broeders in het Zuiden.

„Wat betreft het olie- en grensconflict kunnen ze ook leren van hoe wij het dispuut over de olie-inkomsten met Australië hebben afgehandeld. Wij hebben een gezamenlijke autoriteit opgezet en we delen de inkomsten.”

De verhoudingen met buurlanden zijn cruciaal voor een nieuwe staat?

„Absoluut. Als we het advies van Amnesty International hadden opgevolgd en hadden gehamerd op een internationaal tribunaal om iedereen te vervolgen die betrokken was bij geweld tussen 1975 en 1999, zou onze grens met Indonesië dan vredig zijn? Zouden duizenden Oost-Timorezen kunnen studeren in Indonesië? Zouden we een dynamische handelsrelatie hebben? Zou Indonesië ons dan steunen bij onze aanvraag voor lidmaatschap van ASEAN, de Unie van Zuidoost-Aziatische landen?

„Leiders van landen zijn geen leiders van ontwikkelingsorganisaties of academische instituten. Er staat zoveel meer op het spel. Je moet altijd zoeken naar balans. Dat betekent niet dat je je waarden en principes vergeet. Vechten voor democratie, voor mensenrechten, voor waar je in gelooft, dat doe je met je hersens. Niet met demagogie en dogma’s.”