Column

Je bent jong en je wilt spelen

Georginio Wijnaldum (21) vertelde laatst in het tv-programma Hand van God dat hij vorig jaar van Feyenoord naar PSV was overgestapt omdat hij dan om de echte prijzen zou spelen en meer kans op het Nederlands elftal zou maken. Het waren achterhaalde opnames. Feyenoord speelt in de (voorronde van) de Champions League, PSV niet.

Jeffrey Bruma (20) ontbrak zaterdag in München. De club waar hij al sinds zijn vijftiende onder contract staat, Chelsea, won er de Champions League. Maar Bruma is voor twee jaar verhuurd aan Hamburger SV, waar de voormalige Feyenoorder zijn basisplaats is kwijtgeraakt.

Wijnaldum en Bruma zijn geen van beiden opgenomen in de selectie van het Nederlands elftal voor het komende EK.

Jetro Willems (18), die al op zijn zestiende jaar in het eerste van Sparta debuteerde, wees een aanbieding van het Italiaanse Internazionale af, alvorens hij besloot zich bij PSV te ontwikkelen, naar hij toen aannam in de luwte. Hij behoort nu wél tot de keuzes van de bondscoach, die in hem blijkbaar een betere linksback ziet dan Urby Emanuelson (AC Milan) zou kunnen zijn.

Het is een wonderlijk contrast, Wijnaldum versus Willems. Het juiste moment om naar een andere club te verkassen komt aan op zelfkennis, timing en geluk. Waar zou Willems zijn als bij PSV Erik Pieters en diens eerste vervanger Abel Tamata niet langdurig geblesseerd waren geraakt? Hadden ze in Rotterdam ooit van de Zweed John Guidetti gehoord als Luc Castaignos als 18-jarige vorig jaar niet had besloten om over te stappen van Feyenoord naar Internazionale? Had Guidetti (20) dan nog zitten verpieteren bij Manchester City?

Het voorbeeld van Bruma, en vele andere jonge Nederlandse voetballers met hem – denk aan Royston Drenthe – bewijst dat een te vroege overgang naar een te grote buitenlandse club een loopbaan eerder kan frustreren dan stimuleren. De enigen die daar echt wijzer van worden zijn de zaakwaarnemers van de jonge spelers. Luister niet naar ze.