Porteer brein naar machine. Lichaam is zo twintigste eeuws

Schermfoto uit film Surrogates. Brein fungeert als afstandsbediening

Vijftien jaar na haar beroerte kan de 58-jarige Cathy een drankje aan haar mond zetten. Met gedachtekracht controleert ze een robotarm. Ondertussen wordt in Rusland gewerkt aan een nog ambitieuzer project: het uploaden van een brein naar een robotlichaam.

Het bijzondere aan Cathy’s robotarm, ontwikkeld door neuroloog Leigh Hochberg van Harvard Medical School, is het punt van aansturing - direct vanaf de hersenschors en niet via sensoren op het lichaam.

Van een prothese is evenmin sprake, want de arm beweegt los van haar lichaam en zou zelfs op grote afstand bestuurd kunnen worden. Soepel zijn de bewegingen nog niet, maar de innovatie brengt de sciencefictionfilm Surrogates (2009) een stuk dichterbij.

Deze film, gemaakt door Terminator-regisseur Jonathan Mostow, presenteert een samenleving waarin iedereen zijn leven kan leiden zonder beperkingen, met een zelfgekozen uiterlijk. Je ziet wat je robot ziet, voelt wat hij voelt. Een leven waar je altijd al van droomde. Zonder risico’s, want als je surrogaat in de problemen komt, log je gewoon uit en weer in op een andere avatar naar keuze.

Bouw het brein niet na, behoud het als commandocentrum

Andere sciencefiction, zoals Caprica (2010), gaat nog verder. In deze film/serie besteden jongeren hun vrije tijd op een wel heel aparte manier. Lijfelijk blijven ze thuis, maar als digitale kopie bezoeken ze de wildste feesten in een virtuele wereld. Als de 16-jarige Zoe Graystone sterft bij een aanslag in real life, komt haar vader dr. Daniel Graystone op een lumineus idee: hij downloadt haar brein vanuit de virtuele wereld en uploadt het naar een fysieke robot. Zoe ‘leeft’ weer.

Terug naar Cathy Hutchinson. Zij kan nu één robotarm besturen. Maar waarom zou de wetenschap het daarbij laten? Deze mijlpaal nodigt uit tot de ontwikkeling van een heel lichaam. Cathy kan dan thuis, net als in de film Surrogates, een robot-Cathy in de echte wereld laten rondwandelen. Het zal even wennen zijn, maar zo’n mensgelijkende robot is hoe dan ook praktischer dan haar huidige toestand.

We hebben het dan over een op afstand bestuurbaar artificieel lichaam. Dit heeft de toekomst, aldus Russia 2045, een groep onderzoekers in Moskou. Zij geloven niet in films als I, Robot (2004), waarin autonome apparaten zich qua intelligentie kunnen meten aan mensen, maar wel in een robot met een menselijk brein op afstand. Dit noemen zij een avatar, een begrip uit computergames en sociale media, maar zijn oorsprong heeft in de Hindoeïstische filosofie waar het incarneren betekent, of de verschijning van een god in de gedaante van een levend wezen.

Initiatiefnemer Dmitry Itskov ziet alleen maar voordelen: agenten en soldaten die geen risico lopen, bouwvakkers die vanaf de bank hun avatar aansturen, astronauten die zonder voedsel op missie kunnen (en fysiek geen retourtje nodig hebben) en reizen zonder kilometers te maken (je huurt gewoon een plaatselijke avatar om bij iemand op bezoek te gaan). Bovendien is het een uitkomst bij rampen, zoals het ongeluk met de kerncentrale Fukushima. “De monteurs riskeerden hun leven en stonden bloot aan straling”, schrijft Itskov op zijn site. “Ze hadden dit werk ook op afstand kunnen doen, duizenden kilometers verderop. Hun externe artificiële lichaam had de brand kunnen blussen. Avatars kunnen levens redden!”

Robotlichaam straks net zo populair als auto?

Russia 2045 is geen obscuur clubje, maar een beweging die actief mensen betrekt bij haar onderzoek en het debat opzoekt. Niet alleen om sponsors en medestanders te werven (de Dalai Lama is al aan boord), maar ook om mensen te overtuigen van een prachtige toekomst als avatar - een robotlichaam dat volgens Itskov in 2020 net zo gemakkelijk verkrijgbaar moet zijn als een auto. Uiteindelijk wil Russia 2045 helemaal af van het menselijke lichaam en het biologische brein als software porteren naar een avatar. Onsterfelijkheid in 2045, dat is de ambitie.

Of het optimistische Russia 2045 de psychologische en sociale consequenties overziet is nog maar de vraag. Het boek van neuroloog David Eagleman - Incognito: The Secret Lives of the Brains (Pantheon, 2011) - leert namelijk dat het menselijk bewustzijn vergelijkbaar is met de aarde in het Melkwegstelsel. Altijd plaatsten we het in het centrum, maar de ‘wilsbekwame ik’, voor zover die bestaat, is slechts een kersenpit in de periferie van het zenuwstelsel. We denken dat we overal het commando over voeren, terwijl EEG-scans laten zien dat bewustwording veelal na een handeling komt. “Onze hersenen werken meestal op de automatische piloot”, aldus Eagleman. “Het bewuste deel heeft maar beperkte toegang tot de fabriek die alles draaiende houdt.”

Zelfs als we de mens beschouwen als een machine, waarin de ziel slechts een biochemische product is, dan nog moeten we ons afvragen of het brein zich wel lekker voelt in een avatar. Volgens neuroloog Dick Swaab staat bijvoorbeeld ons hele fysiek in dienst van het brein: ledematen voeden het, geslachtsorganen reproduceren het. Die biologische ‘zin van het leven’ verdwijnt in een virtuele omgeving van onsterfelijkheid. Wellicht blijft de utopie van Russia 2045 dan uit en blijven we als softwareprogramma hangen in een loop van lusteloosheid en depressie. Toch is ook daar een oplossing voor: gewoon het gevoel uitschakelen..