Honderddertig rouwstemmen

Klassiek

Ned. Phil. Orkest/Toonkunstkoor A’dam/Marc Albrecht. Brahms, Ein Deutsches Requiem. Gehoord: 19/5 Concertgebouw Amsterdam. Herh.: 21/5 aldaar. ***

Het Nederlands Philharmonisch Orkest komt er, verhoudingsgewijs, redelijk af in het advies van de Raad voor Cultuur, al geldt ook hier dat er méér moet voor één miljoen minder.

Educatie is een belangrijke pijler van het NedPhO en wordt dat nog méér als het orkest in september verhuist naar een kerk midden in de Amsterdamse Indische buurt – een volkswijk in opkomst.

In die lijn lag dit weekend indirect ook het programma rondom Brahms Ein Deutsches Requiem, waarin het orkest samenwerkt met het Amsterdamse Toonkunstkoor. Voor grote oratoria een verbond aangaan met amateurs was voor orkesten ooit de normaalste zaak van de wereld, maar inmiddels verkiezen de meeste orkesten veelal professionals. Artistiek is die keuze verdedigbaar, maar de samenwerking met een podium vol enthousiaste amateurs heeft zeker óók voordelen. Er zijn legio passages in Brahms Ein Deutsches Requiem die zeer gebaat bleken bij de vocale donderkracht van honderddertig bevlogen, gedisciplineerde liefhebbers. En ook in termen van publieksbereik is er een argument juist wél met amateurs samen te werken. De koorzangers brengen een eigen achterban mee, velen ontdekken zo repertoire waar ze anders misschien niet op af zouden komen en voor je het weet is er sprake van iets hips als verankering.

Chef Albrecht hield rekening met zijn troepen in gedragen tempi. Uitstijgen boven het materiaal lukte nog niet overal – daarvoor vergde het bijeenhouden van orkest en koor teveel aandacht. Maar er waren passages van grote schoonheid, en uitbarstingen als Denn alles Fleisch, est ist wie Gras maakten veel indruk. Het korte Sternenfall van huiscomponist Ryan Wigglesworth (donkere strijkers, enigmatisch slagwerk) vormde een sterke opmaat. Helaas was zijn opkomst wat laat gepland en bleek het klappen al verstomd voordat hij zijn ovatie in ontvangst kon nemen.