Het einde van Europa

De Griekse crisis verandert het denken over de toekomst van Europa. Het uiteenvallen van de Europese Unie is nu een reëel scenario. Mark Beunderman

Griekse communistische jongeren in actie. Europa zal meer met krimp worden geassocieerd, vreest de Britse analist Philip Whyte. Foto Reuters

Sommige Europese bankiers en ministers van Financiën praten over een ‘Grexit’ alsof het een chirurgische ingreep betreft: na verwijdering van het kwaadaardig gezwel Griekenland kan de geopereerde eurozone na een paar dagen pijn weer verder. Maar wie experts van Europese denktanks spreekt, hoort andere, veel angstiger associaties bij de dreigende Griekse euro-uittreding. Het woord ‘desintegratie’ valt. Het uiteenvallen van de eurozone dreigt, en mogelijk van de hele Europese Unie.

Europese desintegratie is niet iets dat instituten als European Council on Foreign Relations (ECFR) en Centre for European Reform (CER) van nature bestuderen. Zij willen vooruít met Europa – de Europese integratie was altijd bedoeld als project van permanente vooruitgang, van ever closer union.

Maar nu een lidstaat uit de eurozone dreigt te worden gezet – dit is wat volgens velen op het spel staat bij de Griekse verkiezingen van 17 juni – gaat het voor ECFR-onderzoeker Jan Zielonka eerst om de vraag hoe verdere desintegratie kan worden voorkomen.

De Pool Zielonka, tevens hoogleraar Europese Politiek in Oxford, zegt dat er „boekenkasten” vol zijn geschreven over Europese integratie. Minder is bekend over hoe desintegratie verloopt. „Politici zeggen de Griekse situatie onder controle te hebben. Maar desintegratie vindt vaak abrupt, ongewild en op een ongecontroleerde manier plaats. De Hongaarse regering liet [in mei 1989, red.] ineens Oost-Duitsers door die naar het Westen wilden. Uiteindelijk viel de Berlijnse Muur.”

De eurocrisis, zegt Zielonka, speelt zich af op meerdere podia. „Op maar één daarvan hebben Europese leiders écht de controle: het theater van de Europese toppen, van de verdragen en de afspraken.” Maar die controle ontberen ze volledig op de financiële markten, waar „beurshandelaren in New York en Shanghai” opereren. Daarnaast is er de wereldpolitiek, waar zomaar een crisis kan uitbreken die paniek veroorzaakt. („Israël dat Iran bombardeert. Een aanslag in Parijs.”)

En dan is er het „theater van de kiezers” in Europa zelf. De binnenlandse politiek is de zwakste schakel gebleken in pogingen van politici de eurocrisis te bedwingen. De verkiezingen in Griekenland zijn de hoofdreden waarom de crisis nu, na maanden van relatieve rust, weer in volle hevigheid terug is. In maart klonk nog optimisme, na een relatief gunstig verlopen Griekse schuldsanering. Voor het eerst sinds het begin van de crisis verhoogde een kredietbeoordelaar de status van het land zowaar een beetje. Maar het waren de Griekse kiezers die op 6 mei alles weer op het spel zetten, door op partijen te stemmen die de door EU en IMF noodzakelijk geachte drastische bezuinigingen afwijzen.

Hoewel volgens peilingen acht van de tien Grieken geen euro-uittreding willen, zal een nieuwe keuze op partijen als het radicaal-linkse Syriza ditmaal waarschijnlijk de ‘Grexit’ inluiden. Europese leiders krijgen zo alsnog een Grieks referendum over de euro, iets wat ze vorig jaar nog scherp hadden afgewezen toen het werd geopperd door oud-premier George Papandreou.

Besmetting

Nu, zo klinkt het, is de situatie anders. Er is een Europees miljarden-noodfonds opgetuigd waarmee ‘besmetting’ van de Griekse problemen naar andere eurolanden kan worden voorkomen. Maar Ulrike Guérot, collega van Zielonka bij ECFR en tijdelijk werkzaam aan New York University, is er allerminst gerust op. „Er is dan een precedent geschapen: een land kan uit de muntunie treden. Er kan dan angst ontstaan om Spanje, Italië. En die landen zijn too big to fail. Gaat het daar mis, dan is het waarschijnlijk het einde van de euro.”

En, zo vreest Guérot, dan zal de desintegratie niet ophouden bij de muntunie. Dan zullen ook de „vrijheden” van de Europese Unie onder druk komen te staan. De interne markt, het vrije personenverkeer. Ze beschrijft desintegratie als een autonoom proces waar politici weinig vat op hebben als het eenmaal gaande is. „Kijk je naar het einde van de Sovjet-Unie of van Joegoslavië, dan zie je: desintegratie heeft haar eigen tempo en logica. Het is moeilijk te stoppen”.

Het politieke risico, denkt Guérot, zit niet alleen in de Europese periferie. Het zit ook in de kern. „Der Fisch stinkt vom Kopf her”, zegt ze, doelend op haar eigen land, Duitsland. Vorig jaar, toen in de Bondsdag de ene na de andere beslissing moest worden genomen over euro-noodsteun, werden de Duitsers volgens Guérot gedwongen tot een fundamentele keuze: willen we eigenlijk wel doorgaan met de euro – en met Europa? De discussie was aangewakkerd door onder meer de krant Bild en woedde tot in de hoogste regionen van de politieke partijen. „Voor- en tegenstanders van Europa stonden lijnrecht tegenover elkaar”.

De Duitse confrontatie met deze wezenlijke vraag – die de Grieken nu op hun beurt moeten beantwoorden – viel uiteindelijk, en voorlopig, uit in het voordeel van Europa. Guérot: „De consensus in Duitsland is: de toekomst ligt in Europa en we moeten hoe dan ook de euro behouden”. Maar de vraag is of het niet te laat is, en of het Duitse bezuinigingsrecept niet ongewild leidt tot afbrokkeling van de muntunie. „In Griekenland bestaat nu een sociale situatie die doet denken aan Duitsland tussen 1929 en 1932”, zegt Guérot. „Zelfs nu Duitsland eenduidig voor Europa heeft gekozen, kan het nog fout gaan. Voordat de Titanic zonk, had de kapitein ook nog bijgestuurd.”

Krimp

Andere politieke risico’s liggen in Ierland, dat op 31 mei een referendum houdt over het begrotingspact dat door Duitse politici als essentieel wordt beschouwd voor de euro, maar dat Frankrijk eerst nog wil aanpassen. Een onzekere factor blijft ook Frankrijk, waar Marine Le Pen haar anti-Europese campagne voortzet voor de parlementsverkiezingen van volgende maand. En in Nederland, waar de derde partij, de PVV, nu zegt dat zij helemaal weg wil uit de EU en waar een andere eurosceptische partij, de SP, voorop ligt in de peilingen.

Tegen een decor van welvaartsverlies en grote politieke spanningen tussen Noord en Zuid verliest Europa veel van zijn aantrekkelijkheid voor burgers. „Ik ben bezorgd dat Europa vaker zal worden geassocieerd met krimp en met hoge werkloosheid, en minder met welvaart”, zegt Philip Whyte, analist bij het Centre for European Reform in Londen. Ook het Verenigd Koninkrijk grijpt fors in op de uitgaven. Maar omdat dit land niet is overgestapt naar de euro hebben kiezers het gevoel dat dit een „keuze” is van de eigen regering, geen opdracht van Brussel, zegt Whyte.

Door de eurocrisis wordt Europa bij de Britten alleen maar minder populair. Vroeger groeide het continent nogal eens sneller dan de Britse eilanden, maar nu is dat niet meer zo. En áls de eurozone als antwoord op de crisis sneller integreert, verliest Londen in de EU veel invloed. Leg dan maar eens uit dat EU-lidmaatschap zin heeft. „Het idee bestaat dat we een soort Singapore kunnen worden”, zegt Whyte. Een klein, maar soeverein land dat zonder de last van de Brusselse regelgeving de wereldzeeën bevaart. „Het is niet ondenkbaar dat het Verenigd Koninkrijk binnen vijf jaar uit de EU treedt”, zegt Whyte. Hij verwijst naar recente pleidooien, bij Labour en bij de Tories, voor een in-or-out-referendum over de EU. „Ik ben er in het geheel niet zeker van dat dat uitvalt in het voordeel van Europa”.

Onvermogen

Kan desintegratie afgewend worden? Denktanks hebben het er moeilijk mee. Want de belangrijkste reden dat de eurocrisis al zo ver kon escaleren – het kennelijke onvermogen van politici om hun kiezers achter het Europese project te krijgen – staat tevens nieuwe oplossingen in de weg. Groei is de eerste prioriteit – hoe meer economische ellende, des te meer kiezers zich tegen de euro keren. Bij krimp is het argument ‘Europa’ moeilijk te maken. Maar hoe gaat Europa groeien? De Fransen hebben net een president gekozen, François Hollande, die heel andere opvattingen heeft dan de Duitse bondskanselier Angela Merkel. Whyte ziet kansen. „We hebben méér ‘Merkel’ nodig waar het gaat om economische hervormingen maar ook meer ‘Hollande’ voor flexibele begrotingsregels”, zegt Whyte. „Ik vrees het tegenovergestelde: verdere bezuinigingen van het type-Merkel en Franse hervormingsangst. Meer falend beleid.”

De ingrepen die nodig zijn om de euro op de langere termijn te stabiliseren, zijn in de ogen van veel economen en beleggers duidelijk. De eurozone ontbeert de federale elementen die de Verenigde Staten hebben als fundament van de dollar. Vertaald naar de Europese situaties zijn dat onder meer: euro-obligaties; een hogere EU-begroting om geld door te sluizen naar arme regio’s; een minister van Financiën; en federaal bankentoezicht. Het betekent méér Europa. Maar juist die dingen liggen bij kiezers gevoelig, omdat ze raken aan de nationale soevereiniteit en omdat ze geld kunnen kosten. „De tragiek is dat Europese politici niet het mandaat hebben om te doen wat economisch nodig is”, zegt Whyte.

Als federalisering van de eurozone moet plaatsvinden, dan zal er ook meer democratie moeten komen, zo klinkt de roep vooral in Duitsland. Daar is het constitutionele debat over de toekomst van Europa, dat woedde in het vorige decennium, weer helemaal opgebloeid. De christen-democratische CDU van Angela Merkel sprak zich vorig jaar november tijdens een partijcongres uit voor een Europese ‘politieke unie’ met een gekozen voorzitter van de Europese Commissie en een parlementair tweekamersysteem. Haar minister van Financiën Wolfgang Schäuble hield vorige week ook een vurig pleidooi voor zo’n voorzitter, in feite een gekozen president van Europa.

Maar voor Zielonka is het niet evident dat deze ‘politisering’ op Europees niveau, in Brussel moet plaatsvinden. Hij ziet een „flexibeler” Europa voor zich, met een grotere rol voor nationale parlementen. „We hebben het Europees Parlement steeds meer macht gegeven, maar steeds minder mensen stemmen daarvoor. Er is nu eenmaal geen Europees demos.

Op korte termijn, zegt Zielonka, kunnen politici alvast één ding doen: eerlijk zijn over de kosten van de Europese samenwerking. „Een low-cost Europe bestaat niet”. Maar vooral moeten ze het hebben over de werkelijke kosten van desintegratie. „Wat is het alternatief voor Europa? Terug naar het tijdperk van staten die elkaar met allianties in bedwang proberen te houden? Dat is zeer riskant”.