Het beest is los

Volgende week verschijnt Animal, het debuutalbum van San Proper. De dj staat bekend om zijn mix van house en disco. En zijn woeste blik.

Redacteur Cultuur

Animal, het debuutalbum van de Amsterdamse house-dj San Proper (34), verschijnt volgende week maandag op vinyl. Had hij een toepasselijker titel kunnen kiezen? Met zijn lange krullen, rollende ogen en woeste snor is de Amsterdammer al vijftien jaar een markante figuur in de Nederlandse dancescene. Het is een van de weinige dj’s die vinyl draait, in plaats van ‘muziek uit een kastje’.

En, zeldzamer nog: hij speelt een groot deel van de instrumenten zelf in. Net zoals hij de bas en basgitaar ook tijdens live-optredens bespeelt en zelf zingt. Aanleiding voor het Amsterdamse label Rush Hour om de muzikant te vragen een album op te nemen, na eerdere releases op het Perlon-label als ‘Corrupt’ en ‘Caught on You’. Samen met vriend en internationaal bekende dj Ricardo Villalobos dook hij de studio in.

In zijn studio/woonkamer/keuken in de Amsterdamse Pijp, vlak naast de prostituees op de Hobbemakade („mijn meisjes”), legt hij tijdens het interview de laatste hand aan het album. Uit zijn onuitgepakte koffer– hij draaide afgelopen weekend in Berlijn – haalt hij een gehalveerd keyboard. Hij rammelt ermee in de lucht. „Dit gebruik ik tijdens optredens als shaker.”

Het gebruik van alternatieve instrumenten is typerend voor San, net als de troep. De koffer ligt op de vloer in zijn studio, tussen wat conga’s, een drumstel, sambaballen, vier keyboards, zeker acht gitaren en evenzoveel trommels. Verder aanwezig: mengpanelen, twee boekenkasten vinyl („mijn bibliotheek”) een met tape vastgeplakte microfoon, een matras, douche, kledingrek, televisie en de vuile vaat. Allemaal op vijfentwintig vierkante meter. Naast badstof slippers van het Hard Rock Café slingeren gouden snippers op de paar lege plekken op de grond. „Er is hier een confettikanon afgegaan.”

Zijn leefstijl omschrijft hij als „heel wild, weinig slaap”. Rock-’n-roll? „Ik noem het liever disco. Maar ik eet wel heel gezond. Ik geloof dat koken ook een soort muziek maken is. Als ik hier mensen krijg vind ik het ook fijn om bij wijze van spreken het brood te delen, zoals ze dat in de Bijbel zeggen. Het hoort erbij. Toen ik bij Tom Trago [collega-dj, red.] zat te werken in de studio nam ik ook altijd tupperware mee. Thais, maaltijdsalades. Gewoon, dingen die koud ook lekker zijn.”

Vroeger was zijn leven nog veel meer rock-’n-roll. Nu doet hij het naar eigen zeggen kalmer aan. Draaien doet hij vooral in het weekend, doordeweeks werkt hij in de studio aan zijn album. Animal, geperst op 12 inch, het gangbare formaat voor vinyl in clubs, is gemaakt in de voor Proper typerende stijl: deephouse – monotone continue baslijnen met melodie – gemixt met disco-invloeden, percussiepartijen en zang. Veel nummers doen verrassend dromerig aan voor een album dat tot stand is gekomen met Villalobos, bekend om zijn meer droge, industriële geluid.

Toch is die combinatie niet zo verrassend als je naar het muzikale verleden van Proper kijkt. Hij begon zijn carrière als leadgitarist in h.o.w.c.o.u.l.d.s.h.e. (Heroic Ordinary Women Can Openly Upset Ladies During Some Honourable Entertainment), de band van zijn zeven jaar oudere broer. „Ja, die naam had mijn broer bedacht, mijn broer is gek.”

Op zijn tiende werd San door zijn moeder op gitaarles gezet. „Verschrikkelijk vond ik dat. Wat ik daar moest spelen had niets te maken met de muziek waarmee ik thuis bezig was. Ik luisterde al naar Sam Cooke, Otis Redding, Bowie en Lou Reed op de achtergrond toen ik nog met Star Wars & G.I. Joe speelde.”

Na drie jaar ging Proper verder als autodidact. Hij leerde zichzelf gitaarspelen aan de hand van Rock School, een Engelse Teleac-cursus uit de jaren tachtig voor beginnende funkbands. „Supermelig, ken je dat? In die tijd had je heel veel beginnende funkbands die geen idee hadden waar ze mee bezig waren. Die gewoon maar een gitaar pakten en begonnen. De cursus leerde je waar je op moest letten als je een gitaar kocht, of hoe je bepaalde riffs moest spelen. Die ging ik dan naspelen op mijn kamertje.”

Vanaf een jaar of vijftien begon hij ook met draaien. Zijn eerste platen kocht hij samen met vrienden op de Nieuwendijk in Amsterdam. „Ieder in zijn eigen smaakjes: jungle, keiharde ram-shit en van die vieze trancy dingen. Van alles door elkaar. Dan gingen we blowen en muziek luisteren in de coffeeshop op de hoek.” Daar mocht hij het ratjetoe aan genres aan elkaar mixen in de chill-out-ruimte. Zijn eerste house-sets draaide hij, nog op de middelbare school, in café Abraxas op de Nieuwezijds Voorburgwal. Disco-avonden deed hij in Seymour Likely aan de overkant en de combinatie verwerkte hij in zijn langere sets in de Supperclub. In zijn ‘Bermuda Triangle’, zoals hij deze driehoek van clubs op de Nieuwezijds Voorburgwal noemt, ontstond de voor hem typerende combinatie van disco en house. Die combinatie is volgens Proper een hele logische: „Disco is the mother of House. And I like to date the mother and the daughter both”, zo verwoordde hij het eerder in een interview met een Frans muziekblog.

Nadat hij in 1999 de Grote Prijs van Nederland won met zijn volgende band The Mindmenders, merkte Proper dat hij meer geïnteresseerd was in simpele funkriffs dan „dat hele overdreven” soleren als leadgitarist. „Het schrijven van nummers past ook veel meer bij me dan de rol van gitarist in een band. Ik voel me zelf veel meer de artiest.” Uiteindelijk koos hij voor een solocarrière als dj. Vijftien jaar later is er zijn eerste album.

De plaat werd uiteindelijk afgemixt in Berlijn Berlijn, in de studio van vriend Villalobos. Voor het werk in de studio luisterde de Duits-Chileense Villalobos vaak urenlang naar klassiek en jazz. Proper experimenteerde er met opnames in één take. „Ik houd van het stoffige, het rauwe, de imperfecties in de muziek. De oude rocksteady of early dub zijn ook vaak opgenomen met de mogelijkheden die er waren; in één take. Maar daarmee is het wel de geschiedenis in gegaan.”

Om diezelfde reden draait Proper ook uitsluitend vinyl. „Als je slordigheden hoort, dan laat je het publiek zien dat je die spanningsboog zoekt tussen herkenning en verrassing. Die combinatie, dat is waar het eigenlijk om gaat.” Een plaat van vinyl geeft weliswaar een zachter, maar ook een authentieker geluid dan een cd, zegt Proper. „Warmer, maar het charmante voor mij is het hele ontwerp, het stuk vinyl dat je vasthoudt en het gevoel dat het uitdraagt. Het is echt een kunstwerkje dat je in je handen hebt.”

Voor Animal liet hij zich door meer geluiden inspireren. „Ik ga bijvoorbeeld heel goed op het geluid van auto’s die over een natte weg rijden ”, zegt Proper. Daarmee bedoelt hij te zeggen dat het geluid, net als bijvoorbeeld een drankje, ontspannend werkt. Hij ontdekte het effect na een nachtje doorhalen in Londen. Vrienden namen hem de volgende middag mee lunchen. Hij had nog niet geslapen en „kreeg echt geen hap door mijn keel”. Hij ging naar buiten, „effe roken”. „Het was niet druk, maar constant, heel ritmisch, kwamen de auto’s voorbij: ssst, sssst. Toen hoorde ik gewoon de zee. Dat heb ik opgenomen met een fieldrecorder die ik altijd bij me heb. En diezelfde opnames heb ik toen ook gemaakt vanuit mijn raam in Amsterdam. Die twee opnames heb ik gekruist en bewerkt. Op de achtergrond van een nummer op het album hoor je nu dus de zee. Van een straat in Engeland en een straat in Nederland.”

Zijn geluid is nauwelijks verandert in de afgelopen twintig jaar. Met de opkomst van disco in de dance de laatste twee jaar, groeit zijn bekendheid wel. Bijna ieder weekend draait hij in het buitenland. Nu vaak nog voor een bescheiden publiek van een paar honderd man.

Toch is een internationale doorbraak niet iets wat hij per se nastreeft. „Natuurlijk moeten er meer mensen luisteren naar mijn muziek. Maar ik zou er niets voor op willen geven wat ik nu heb. Als je voor grotere zalen speelt, gaat er ook iets van de intimiteit verloren. Wat is een doorbraak? Ik geloof dat je ook heel goed langere tijd consistent kan werken aan een product. Mijn leven is nu fantastisch.”