'Het asielbeleid is niet strenger geworden'

NOVUM45:LEERS TIJDENS VRAGENUURTJE:DEN HAAG;03APR2012-Minister Gerd Leers voor Immigratie en Asiel dinsdagmiddag tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer. Novum/bm/str.Bart Maat Novum BART MAAT

Aanleiding

‘Leers: asielbeleid niet strenger geworden’, zo kopten de Volkskrant, De Telegraaf, het AD en diverse regionale kranten vorige week (maandag 14 mei) op basis van een ANP-bericht. De demissionaire minister van Immigratie en Asiel reageerde met zijn uitspraak op 81 lokale CDA-fracties die voor een humaner asielbeleid pleiten. Maar klopt het? Is het asielbeleid „de afgelopen jaren”, zoals in het bericht stond, niet strenger geworden?

Interpretaties

Wat verstaan we onder het asielbeleid? Strikt genomen is dat het toelatingsbeleid van asielzoekers. Maar de lokale CDA-fracties pleiten in een brief aan hun partijgenoten in de Tweede Kamer juist voor een humanere behandeling van asielkinderen die hier zijn geboren en getogen. De lokale fracties vragen CDA-Kamerleden zich achter een initiatiefwet van de PvdA en de ChristenUnie te scharen, die bepaalt dat asielkinderen die langer dan acht jaar in Nederland verblijven een verblijfsvergunning krijgen. Onder het asielbeleid verstaan we in deze next.checkt behalve het toelatingsbeleid daarom ook het beleid ten aanzien van uitgeprocedeerde asielzoekers die nooit zijn vertrokken.

Dan resteert nog de vraag welke periode we onderzoeken. We kiezen daarbij voor het moment dat Leers minister van Immigratie en Asiel werd: 14 oktober 2010. We gaan ervan uit dat Leers zich met zijn uitspraak verdedigt tegen de mogelijke indruk bij lokale fracties dat dat beleid strenger is geworden sinds hij minister is.

En, klopt het?

Als we alleen naar het toelatingsbeleid kijken, klopt Leers’ bewering in grote lijnen. De minister had allerlei plannen om de toekenning van verblijfsvergunningen aan asielzoekers te beperken, maar die zijn nog niet door de Tweede Kamer behandeld. Daarvoor zit Leers er simpelweg te kort. Denk hierbij aan het schrappen van trauma als reden om iemand toe te laten (het ‘traumatabeleid’). Of denk aan het volledig schrappen van het ‘categoriaal beschermingsbeleid’, wat betekent dat mensen uit een oorlogsgebied niet langer automatisch in aanmerking komen voor een verblijfsvergunning. Deze week moet de Kamer beslissen of het de voorstellen hierover alsnog gaat behandelen, of dat de plannen controversieel worden verklaard en pas na de verkiezingen van 12 september aan bod komen.

Het enige wat er qua toelatingsbeleid onder Leers is veranderd, is dat er voor asielzoekers uit Libië, Syrië, Ivoorkust en Somalië een ‘besluit- en vertrekmoratorium’ is ingesteld. Dit wil zeggen dat asielaanvragen van mensen uit deze landen gedurende een jaar niet in behandeling worden genomen. Leers hoopt dat de onrust in die landen na het moratorium voorbij is, zodat de asielzoekers terug kunnen. Asieldeskundigen zien dit amper als een aanscherping, omdat de vorige minister Albayrak (PvdA) al van plan was om het categoriaal beschermingsbeleid af te schaffen. Met de moratoria voor deze vier landen zet Leers die lijn alleen door.

Verder heeft Leers de Tweede Kamer laten weten dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), vooruitlopend op nieuwe wetgeving, al een aangepaste werkinstructie heeft gekregen. Daarin staat dat de bewijslast meer naar de asielzoeker is verschoven. Die moet aannemelijk maken dat hij bescherming nodig heeft. Volgens asieldeskundigen heeft dit in de praktijk weinig om het lijf, omdat nationale en Europese rechters de mogelijkheid om die bewijslast te verschuiven al fors hebben ingeperkt. Uit dinsdag gepubliceerde cijfers blijkt wel dat het aantal ingewilligde asielverzoeken in het tweede deel van vorig jaar met 5 procent is gedaald ten opzichte van het tweede deel van 2010. Of de verschuiving van de bewijslast hier iets mee te maken heeft, is onbekend.

Als we naar het beleid ten aanzien van uitgeprocedeerde asielzoekers kijken, dan zijn er al wel forse aanscherpingen geweest. Zij worden onder Leers sneller op straat gezet. En alhoewel de wetgeving nog niet helemaal rond is en het in de praktijk niet gebeurt, heeft de politie al het recht om illegalen te arresteren en vast te zetten. Dit is het gevolg van het plan van Leers om illegaliteit strafbaar te stellen.

Het beleid ten aanzien van hier gewortelde kinderen is onder Leers ongewijzigd gebleven. Zo kreeg de Limburgse scholier Mauro onder druk van de Tweede Kamer een studievisum. En naar aanleiding van het meisje Sahar kregen Afghaanse schoolgaande meisjes een verblijfsvergunning, omdat ze te verwesterd zouden zijn om terug te keren naar Afghanistan. Dat had onder eerdere kabinetten ook gekund. De PvdA en de ChristenUnie beogen met hun ‘wortelingswet’ een definitieve oplossing voor dit soort kinderen te creëren.

Dan kijken we nog naar de ‘discretionaire bevoegdheid’ van de minister. Die geeft hem de kans om in individuele gevallen alsnog een verblijfsvergunning toe te kennen. Tv-programma Zembla vroeg de cijfers op en meldt dat Leers 120 keer gebruik maakte van deze mogelijkheid. Zijn voorganger Rita Verdonk deed dat 1000 keer, en Albayrak en Hirsch Ballin 590 keer. In het gedoogakkoord staat dat Leers terughoudend zou zijn met het deze bevoegdheid. Het lijkt er op dat hij zich daar aan heeft gehouden. Zijn regeerperiode was korter dan die van zijn voorgangers (Albayrak/Hirsch Ballin drie jaar en Verdonk vier jaar), maar ook daarvoor gecompenseerd is Leers aanzienlijk minder scheutig geweest met zijn discretionaire bevoegdheid dan zijn voorgangers.

Conclusie

Als demissionair minister Leers de kans had gekregen om al zijn plannen door te voeren, dan was het asielbeleid aanzienlijk strenger geworden. Maar de minister zit er pas zo kort dat de meeste van die plannen nog niet door de Tweede Kamer zijn. Het toelatingsbeleid is nauwelijks aangescherpt. Maar we beschouwen het beleid ten aanzien van uitgeprocedeerde asielzoekers als onderdeel van het asielbeleid. Dat beleid is wel aangescherpt, onder andere doordat uitgeprocedeerden eerder op straat belanden. Bovendien heeft Leers veel minder dan zijn voorgangers gebruik gemaakt van zijn discretionaire bevoegdheid om individuele gevallen alsnog een verblijfsvergunning te geven. Al met al beoordelen wij de bewering van de minister dat het asielbeleid onder zijn bewind niet strenger is geworden daarom als half waar.