GroenLinks zakt in peiling en schaamt zich voor geruzie

Wat is er aan de hand bij GroenLinks? Prominente partijleden pleitten voor een lijsttrekkersreferendum. Maar de kandidatencommissie was onvermurwbaar.

Thijs Niemantsverdriet en

Annemarie Kas

Boosheid, gêne en ongemak. Die emoties vatten zo ongeveer de staat samen waarin veel GroenLinksers zich sinds afgelopen weekend bevinden.

De schade die GroenLinks de afgelopen dagen opliep, heeft de partij aan zichzelf te danken, en in het bijzonder aan het partijbestuur. Dat is de heersende gedachte binnen de partij na het gedoe over de kandidatuur van Tofik Dibi als lijsttrekker en uitdager van Jolande Sap, afgelopen weekend. De opiniepeilingen van gisteren helpen bepaald niet mee om de boel weer wat op te fleuren: de partij kwam uit op vier zetels in de Kamer, zes minder dan de huidige tien.

Tweede Kamerlid Ineke van Gent zegt dat er ernstige fouten zijn gemaakt rond de kandidaatstelling van Tofik Dibi. „Tot nu toe heb ik een grote stilte gehoord van de kant van het bestuur. Iemand moet hier z’n verantwoordelijkheid nemen. We kunnen niet zomaar overgaan tot de orde van de dag. Ik hoop dat ze zelf die conclusie trekken.”

Partijvoorzitter Heleen Weening stelde na afgelopen weekend in elk geval het volgende vast: „De realiteit laat zich niet in regels vangen.” Het duurde alleen rijkelijk lang voordat de voorzitter van GroenLinks tot dat besef was gekomen.

Vandaag twee weken geleden al ging het gerucht dat Tofik Dibi zich beschikbaar had gesteld als lijsttrekker. Toen had Tof Thissen, voorzitter van de kandidatencommissie, de nog verzegelde envelop met 166 brieven van sollicitanten voor de Tweede Kamer net in ontvangst genomen. Maar pas afgelopen vrijdagavond kwam Heleen Weening naar buiten met het besluit dat Tofik Dibi inderdaad kandidaat was voor het lijsttrekkerschap. Daarmee schoof het bestuur het advies van de kandidatencommissie terzijde. Die had Dibi eerder die week te licht bevonden als potentiële lijsttrekker.

Waar ging het nou precies mis? Het partijbestuur heeft zich te lang aan de regels willen houden, concludeert een kring oudgedienden. Zij probeerden al sinds de geruchten gingen dat Dibi zich kandidaat zou willen stellen, de kandidatencommissie en het partijbestuur op andere gedachten te brengen en gewoon een lijsttrekkersreferendum te organiseren. Onder hen oud-partijleider Femke Halsema, Kamerlid Ineke van Gent, voormalig Europarlementariër Kathalijne Buitenweg, lokale en regionale bestuurders.

Vrijwel niemand in die kring – een man of vijftig, schatten ingewijden – steunde Dibi als lijsttrekker. Maar men vond wel dat hij onrechtvaardig behandeld werd, en dat hij gewoon de kans moest krijgen zich te meten met Jolande Sap. Anders zou Tofik Dibi misschien uitgroeien tot dé anti-establishment kandidaat. Hun angst was dat het vooral veel over GroenLinks zou gaan, en over de procedures, in plaats van dat er een goed inhoudelijk debat zou plaatsvinden. Eén van hen: „Precies dat is nu gebeurd.”

De verklaring daarvoor is volgens GroenLinksers zelf te vinden in een cultuurkloof, tussen het partijbestuur en de Haagse werkelijkheid. Want bestuur en kandidatencommissie van GroenLinks bleven tot en met vrijdag formeel vasthouden aan de lijn: iemand is pas kandidaat, als de kandidatencommissie diegene geschikt heeft bevonden. Want zo zijn de regels. En die regels stamden niet uit de prehistorie, zoals Tofik Dibi afgelopen weekend zei: in februari van dit jaar hadden de leden op het voorjaarscongres nog naar de regels gekeken en er zelfs nog over gestemd. De regels waren juist aangescherpt om te zorgen dat niet zomaar iedereen zich kon opwerpen als kandidaat-lijsttrekker – om met die aandacht vervolgens een hogere plek op de lijst te kunnen bemachtigen.

Maar de Haagse realiteit was ondertussen dat Tofik Dibi al direct de dag na zijn eerste gesprek met die kandidatencommissie een persconferentie had gegeven, waarin hij uitlegde hoe GroenLinks eruit zou zien onder zijn leiding. Nog voor het tweede gesprek ook maar had plaatsgevonden, of hij een bevestiging had gehad van zijn kandidatuur, had Tofik Dibi in de landelijke media al slechte recensies gescoord. GroenLinksers vonden hem een adequaat en scherp Kamerlid, maar partijleider? Nee, dat niet.

Dus ja, achteraf bezien had het partijbestuur eerder moeten ingrijpen, zegt bijvoorbeeld Kathalijne Buitenweg. Eigenlijk al direct na Dibi’s persconferentie. „Al snapte ik ook helemaal hun wens om deze procedure netjes te volbrengen. Alleen pakte dat nu zo ongelukkig uit.”

Het bestuur wachtte af, tot afgelopen vrijdag de plot voor iedereen in de volle openbaarheid te volgen was. Een online-bombardement van de GroenLinks-top ging als volgt: Oud-Kamerlid Naima Azough (17.13 uur) vond dat het „lang genoeg geduurd” had. Vanuit Istanbul mengde ex-Europarlementariër Joost Lagendijk zich ook in de discussie (17.19 uur): „Ik vind Tofik ongeschikt als lijsttrekker, maar hij heeft het volle recht zich kandidaat te stellen. Laat de leden oordelen.” Kamerlid Van Gent meldde zich als een van de laatsten (19.30 uur), en koos scherpe bewoordingen: „Dat laten bungelen van Tofik Dibi krijgt hele gênante trekjes. Klap erop en referendum organiseren partijbestuur! Amateurs.”

Twee uur na Van Gents berichtje was het partijbestuur om. Gezwicht voor „de mediarealiteit van vandaag”, zoals Heleen Weening het noemt. Vanavond gaan Dibi en Sap voor het eerst met elkaar in het debat.