GroenLinks beledigt zijn leden

Alles wat mis kon gaan bij de kandidaatstelling voor het lijsttrekkerschap van GroenLinks ging ook mis. De direct betrokkenen, het partijbestuur op de eerste plaats, hebben veel om zich over te beraden.

Het resultaat van het partijgekibbel is dat de leden van GroenLinks nu kunnen kiezen tussen twee kandidaten. Dat lijkt mooi, maar is het dat ook? Lees het oordeel van de kandidatencommissie. De een heeft „zich ontwikkeld tot het gezicht van GroenLinks”, die „een sterk verantwoordelijkheidsgevoel en een diepe passie heeft” en die als politiek leider „in meer dan voldoende mate” geschikt wordt bevonden. De ander „mist voor het politiek leiderschap benodigd strategisch inzicht”, heeft „onvoldoende potentie” om de fractie goed te leiden, is „solistisch en onvoorspelbaar” en wordt voor het leiderschap „ongeschikt” geacht.

Het is eigenlijk een belediging van de individuele leden van GroenLinks om hun zo’n keuze voor te leggen. Een keuze die geen keuze is. Het advies van de commissie is in twee woorden samen te vatten: kies Sap. Met hooguit het risico dat leden van de weeromstuit op de andere kandidaat zullen stemmen. Die tegenkandidaat van Jolande Sap is fractiegenoot Tofik Dibi, in 2010 derde op de kandidatenlijst, als hoogste man. Maar hij werd pas tegenkandidaat doordat de geschillencommissie van GroenLinks zijn beroep tegen de afwijzing door de kandidatencommissie toewees.

De geschillencommissie heeft keiharde kritiek op de gang van zaken. Zij meent dat er op de kandidatencommissie „onevenredig zware druk” is uitgeoefend „van binnen en buiten de partij”. Daarbij zijn „fatsoensnormen ver overschreden”. Zo ongeveer alle betrokkenen zijn „onnodig beschadigd”. Namen geeft de geschillencommissie niet in haar openbaar gemaakte oordeel. Het blijft ook vaag hoe zij tot haar conclusie is gekomen. Maar die is er niet minder vernietigend om.

Elke partij moet zelf weten hoe ze haar lijsttrekker aanwijst. Er is geen wet die verkiezingen of een referendum voorschrijft. Juist bij een partij als GroenLinks horen ze er wel bij. Maar het gekrakeel in de partij heeft de trekken gekregen van politieke zelfkastijding en is schadelijk voor het aanzien van de politiek in het algemeen. Het doel was vanzelfsprekend niet om de kiezers van GroenLinks te vervreemden; dat dit toch gebeurt is wel een mogelijk gevolg.

Daar komt ook bij dat de leden de keuze krijgen uit twee kandidaten die niet wezenlijk van opvatting verschillen. Beiden hebben het ‘Lenteakkoord’ omarmd. Beiden positioneren de partij meer in het midden, in de buurt van D66. Een echte keuze zou een tegenkandidaat hebben opgeleverd die behoort tot een andere vleugel. De vleugel die GroenLinks haar klassieke positie links van de PvdA wil teruggeven. Nu zijn de leden opgezadeld met een referendum dat het adjectief fake verdient.