Grieks vertrek is les voor andere landen

Een Grieks vertrek uit de euro zal andere landen prikkelen sneller te hervormen om zo’n tragedie te voorkomen. De ECB heeft al een plan tegen besmetting, dus Europa moet hard zijn, vindt Melvyn Krauss.

Een groeiend aantal Europese politici hoopt, naar verluid, in stilte dat de Grieken tegen Europa en de euro zullen stemmen tijdens de verkiezingen in juni aanstaande. Ze willen van de Grieken af – zelfs al levert dat het gevaar op van besmetting van andere landen met paniek en hoge rentes.

De Grieken begaan een ernstige vergissing als ze denken dat dit gevaar de Europese partners milder zal stemmen, dat ze hun eisen zullen afzwakken en de voorwaarden zullen versoepelen.

Integendeel, de Europese autoriteiten lijken te popelen om de Grieken een lesje te leren – namelijk dat chantage niets uithaalt. Ze lijken minder bang voor besmetting dan voor het vooruitzicht vast te zitten aan monetaire partners die eindeloos opnieuw onderhandelen, dreigen en chanteren.

Bovendien lijken er veel positieve neveneffecten verbonden aan het vasthouden aan een harde lijn ten opzichte van Griekenland. De houding van Europa tegenover Griekenland zal gaan bepalen hoeveel problemen van de andere zwakke landen zijn te verwachten. Iedereen kijkt mee. Hoe harder tegenover de Grieken, des te minder problemen elders – en vice versa.

De Grieken extra betalen betekent dat je iedereen extra moet gaan betalen. Anderzijds: als de Grieken uit de euro stappen en daardoor in de problemen raken, zullen andere zwakke landen meer geneigd zijn om hun fiscale en structurele hervormingen te versnellen, al is het maar om het lot van Griekenland te ontlopen.

De Grieken overspelen duidelijk hun hand. Europese politici houden al enige tijd rekening met een mogelijke uittreding van Griekenland. Vorige week nog verklaarde de invloedrijke Nederlandse minister van Financiën Jan Kees de Jager dat ‘het risico van besmetting veel, veel kleiner is dan anderhalf jaar geleden’.

Hier een voorbeeld waarom. Onlangs hoorde ik van een nieuw wapen tegen het gevaar van besmetting dat de Europese Centrale Bank heeft ontwikkeld en voorbereid. Als tijdens zo’n besmettingscrisis een van de kwetsbare euro-economieën het te duur zou vinden om te lenen via obligaties met een looptijd van tien jaar, zal de overheid het gemakkelijker maken om te lenen op korte termijn.

In het kort komt het hier op neer dat kopers van bijvoorbeeld Spaanse of Italiaanse staatsobligaties kunnen kopen met een putoptie. Dat wil zeggen, ze krijgen een garantie dat ze op die obligaties geen verlies zullen lijden. Die opties worden door het Europese noodfonds EFSF ondersteund. Met als gevolg dat landen die in de gevarenzone verkeren zichzelf tegen redelijke rentes kunnen financieren.

Het is een goed plan, maar het is complex en bepaalde technische details moeten nog worden uitgewerkt. Als het zover is – en lang zal dat niet meer duren – hebben de autoriteiten een sterk nieuw wapen om uittreding tegen te gaan met de aankoop van staatsobligaties en met financiële injecties op de lange termijn.

Europese politici zijn er heimelijk van overtuigd dat ze daarmee het wapen in handen hebben om het gevaar van financiële besmetting van de markt, die zou ontstaan als Griekenland uit de euro zou treden, te bezweren.

Het zou verkeerd zijn als Europa toegeeft en concessies doet om Griekenland binnen de euro te houden. Die stap zou hervormingen ernstig vertragen, niet alleen in Griekenland, maar in heel Europa. Dat is een hoge prijs om Griekenland voor Europa te behouden. De Britten nemen niet deel aan de euro en hebben ‘Europa niet verlaten’.

Hoe vaker je Europese politici hoort zeggen dat ‘Griekenland in de euro moet blijven’, des te zekerder lijkt hun vertrek.

Melvyn Krauss is verbonden aan het Hoover Instituut van Stanford University.