Geen boer

In een druk café leg ik vijftig cent op een schoteltje bij de wc en zeg hoi tegen de dame die aan het tafeltje zit. „Ik ben niet de toiletjuffrouw hoor”, zegt ze. „Oh”, antwoord ik, „You could have fooled me, hier aan dat tafeltje.” Ze kijkt me aan: „Wacht maar totdat ik bij jou

In een druk café leg ik vijftig cent op een schoteltje bij de wc en zeg hoi tegen de dame die aan het tafeltje zit. „Ik ben niet de toiletjuffrouw hoor”, zegt ze. „Oh”, antwoord ik, „You could have fooled me, hier aan dat tafeltje.” Ze kijkt me aan: „Wacht maar totdat ik bij jou op kantoor een training kom geven, dan zie je het meteen.”

Ik vind dat het mijn beurt is om niet aan de verwachting te beantwoorden: „Ik zit niet op een kantoor, ik ben boer.” Het antwoord komt meteen. „Jij bent helemaal geen boer. Als je een boer was geweest had je gezegd: ik ben agrariër.”

Leo van Agtmaal