De positieve kant van ruzie

(L-R) Marshall Islands Foreign Minister Tony DeBrum, Bangladesh State Minister for Foreign Affairs Mohammed Hasan Mahmud, European Commissioner for Climate Action Connie Hedegaard, Gambia's Forestry Minister Fatou Ndeye Gaye and Denmark's Climate Minister Martin Lidegaard brief the media after the "Informal Ministerial Roundtable for Ambitious Follow-up to Durban - Accelerated Climate Actions", held at the EU Commision's headquarters in Brussels May 7, 2012. REUTERS/Sebastien Pirlet (BELGIUM - Tags: POLITICS ENVIRONMENT) Europa in overleg met ontwikkelingsland over klimaatakkoord (foto Reuters)

Hoe kun je op een positieve en vriendelijke manier uitleggen dat door internationaal gekissebis het klimaatfonds van de Verenigde Naties voorlopig nog niet kan beginnen. Christiana Figueres, als secretaris van de UNFCCC de hoogste klimaatfunctionaris van de Verenigde Naties, slaagde daar vorige week in op de tussentop over klimaat in Bonn. Al betwijfel ik dat veel mensen erin trapten.

‘Er is groot enthousiasme onder de landen over deelname aan het bestuur’, zei Figueras op die klimaattop, die nog tot eind van de week duurt (lees hier en hier over de eerste week).  ‘Hoewel ik graag had gezien dat de raad direct aan het werk zou gaan, betekent een kort uitstel om het helemaal eens te worden over de bestuursleden, dat het [fonds] zijn taken soepel kan beginnen en voortzetten.’

Het klimaatfonds zou op korte termijn 30 miljard dollar te verdelen hebben en vanaf 2020 ongeveer 100 miljard dollar per jaar – al is nog lang niet duidelijk waar dat geld precies vandaan moet komen. Het enthousiasme om mee te besturen is een stuk groter dan het enthousiasme om te betalen.

Veel vooruitgang is er ook op de andere terreinen in Bonn tot nu toe niet geboekt – en er is geen reden om aan te nemen dat dat alsnog zal gebeuren. De partijen die elkaar eind vorig jaar in Durban juist hadden gevonden, Europa en de armere ontwikkelingslanden, hebben inmiddels een conflict over het vervolg van het Kyoto-protocol.

Die tweede fase is al volledig uitgekleed doordat behalve Europa vrijwel niemand er nog aan mee wil doen. Nu gaat het over de vraag of de volgende periode waarvoor een nieuwe verbintenis wordt aangegaan vijf of acht jaar moet beslaan. Volgens Hedegaard (op 15 mei via Twitter) sluit een periode van acht jaar veel beter aan bij de overstap naar een nieuw, alles-en-iedereen-omvattend akkoord dat in 2020 zou moeten ingaan.

Bovendien is acht jaar voor de EU handiger, omdat de lidstaten onderling afspraken hebben gemaakt over emissiereducties tot 2020. Die zouden dan vertaald moeten worden naar een periode van vijf jaar.

Ontwikkelingslanden zoeken echter van alles achter de Europese inzet. Sommigen denken dat Europa zo probeert te ontkomen aan duidelijke doelstellingen. Anderen vrezen dat van iedere vorm van uitstel alleen maar afstel kan komen. En een naadloze overgang tussen ‘Kyoto’ en het nieuwe klimaatakkoord is alleen van belang als er ook echt zo’n nieuw akkoord ligt in 2020. Dat valt inderdaad nog maar te bezien.