De ongelofelijke leukheid van Twitter

Lady Lovelace had het volste recht zichzelf cool en hip te vinden. Niet dat ze dat deed. Althans, dat weet ik niet. Maar ze had er het recht toe. De wiskundige, dochter van de beruchte dichter Byron, stond namelijk rond 1840 glorieus aan het begin van de digitale revolutie. Op zeer jeugdige leeftijd zag ze de grote mogelijkheden van de computer. Zelfs zij zou op den duur vast oud en grijs zijn geworden, ware het niet dat ze op 36-jarige leeftijd stierf aan baarmoederkanker.

Sindsdien denkt iedere nieuwe generatie de digitalisering zelf te hebben uitgevonden. Net zoals iedere generatie ook steeds weer opnieuw de seks ontdekt en dan, van top tot teen vervuld van deze psychedelische ervaring, concludeert dat alle suffige en saaie generaties voor haar nooit op dit briljante idee kunnen zijn gekomen.

Tegenwoordig schrijven jonge mensen dus meewarige stukjes over hun ouders die de technologische ontwikkelingen hebben gemist. De generatie die de internetbubble beleefde is weliswaar al bijna met pensioen, de generatie van de internetpioniers sterft al weer uit, de generatie die nog collectief programmeertalen heeft moeten aanleren is grijs en oud – maar de jeugd denkt aan het begin te staan van alle dingen nieuw en wonderbaar. Twitter! Apps!

Vorige week luisterde ik een avond naar de veel bejubelde Sywert van Lienden, van de beweging van ‘frisse jongeren’. Hij sprak ons streng toe, wij mensen met grijs haar die niets van sociale media begrijpen. We moeten af van oude structuren. We moeten toe naar nieuwe vormen. Hij zei het zo vaak, en hij wees zo vaak naar ons oude haar, dat ik me pas aan het eind van de avond realiseerde dat deze frisse jongere het de hele avond inhoudelijk maar over één ding had gehad. Over zijn pensioen.

Ach, de jeugd heeft groot gelijk, ze wordt schandelijk van haar pensioen beroofd, ze moet tegen die diefstal beslist in het geweer komen. Maar een afscheid van oude structuren kun je zo’n pensioenstrijd toch moeilijk noemen. En de frisse jongere die als voorbeeld van nieuwe vormen nota bene komt aanzetten met Googledochters die subsidie voor je binnenhalen, laat zich vooral kennen als vertegenwoordiger van het oude. Een junior mastodont. Het geeft allemaal niet, dit is nu eenmaal de manier waarop de oude structuren voortdaveren terwijl ze de illusie bieden dat alles vreselijk nieuw is, maar het leidt wel de aandacht af van wat werkelijk is veranderd.

Want er is iets veranderd. Het internet heeft niets minder gebracht dan revolutie. Toch zijn juist de revolutionaire aspecten van het internet nooit onderwerp van het nieuws. De dood van Steve Jobs is nieuws. De aandelenkoers van Facebook is nieuws. Maar de fundamentele veranderingen gaan in het openbare gesprek onopgemerkt voorbij. Niet dramatisch genoeg, geen aanknopingspunt voor peilingen en polemieken.

Hoogleraar mediastudies José van Dijck probeerde het vorige week wel even bij de beursgang van Facebook. Ze schreef over de economische omwenteling die het gevolg is van de digitalisering. Data, schreef ze, zijn een nieuwe valutasoort geworden. Met hun data dragen gebruikers van sociale media zonder morren al hun eigendom, macht en controle over aan commerciële partijen, zonder er iets voor terug te vragen, en de gebruikers worden vervolgens als waren op de markt verhandeld. Vreemd genoeg heet dit verhandelen van mensen ‘sociaal maken’. Mark Zuckerberg van Facebook wil begrijpelijkerwijs de hele wereld sociaal maken. Het is big business.

De bewering dat het onbeperkt delen van data goed is voor de mondiale transparantie, noemt van Dijck een gevaarlijke ideologie. „Het gaat hier niet over transparantie, maar over macht.” Een verstandige waarschuwing, lijkt me, maar mijn ervaring zegt me ook meteen dat voor die waarschuwing weinig belangstelling bestaat. Je kunt wel roepen dat het niet goed is voor de democratie om zoveel macht ongecontroleerd uit handen te geven. Maar dan word je vooral gezien als een ouwe zeur die niets begrijpt van de ongelofelijke leukheid van Twitter.

Het is een hardnekkig misverstand dat de internetrevolutie aan elkaar hangt van gadgets en programmaatjes. En dat je alleen bij bent als je de laatste versie hebt. In feite is er een nieuwe, fundamentele ontwikkeling gaande. Die vraagt zoals alle maatschappelijke ontwikkelingen om kritisch meedenken. Over eigendom van data, over bestuurlijke representativiteit van netwerken en sociale media, over de vraag wie mag meebeslissen in de juridische formulering van definities.

Internet verandert de wereld en het verandert de gebruikers, onszelf, we worden gevormd door de techniek. En omdat we er deel van uitmaken en er middenin zitten, moeten we dus dezelfde dingen doen die we al millennia lang doen in de omgeving waarin we onszelf aantreffen: recht maken, wegen aanleggen, kritiek leveren, controle behouden, eigendom claimen, stem gebruiken.

Ze zijn vast heel fris, de verbluffend coole en hippe types in de politiek die zo geestdriftig met hun smartphone en hun Twitter-account zwaaien. Maar ze zijn niet degenen die in deze nieuwe wereld van het internet de weg zullen wijzen.