Brieven

Verhoogd eigen risico tast solidariteitsbeginsel aan

Een kamermeerderheid wil het eigen risico in de zorg op 350 euro brengen. Een verhoging van zo’n 60 procent. Dit alles onder het mantra dat wij en Brussel dit willen. Rutte denkt de kiezer lam te krijgen door politiek als een wetmatigheid voor te stellen. Wat men het volk drie keer vertelt, houdt het volk voor waar.

Gelukkig heeft het volk een portemonnee en kan het nadenken. Waarom houden we het bij één heldere ziektekostenpremie die alle kosten draagt? Dan wordt het solidariteitsbeginsel niet aangetast en hebben mensen met een minder goed functionerend lichaam of andere pech geen extra hoge kosten. Nu lijkt het eigen risico niet meer dan een parameter in handen van een stel ontoerekeningsvatbare rekenmeesters.

Nijmegen

D66 gebruikt cijfers over werkweek verkeerd

Nederlanders werken bijna 300 uur per jaar minder dan de Denen, meldt D66. Dat zijn ruim acht 36-urige werkweken minder – veel meer vakantie dan ik ooit in een jaar heb gehad. Dat kan niet kloppen, en het klopt dus ook niet.

Kamerlid Wouter Koolmees gebruikt in het paper dat D66 op zijn site publiceert OESO-cijfers over de jaren 1980-1996. Inmiddels zijn we zestien jaar verder. Bovendien vermeldt Koolmees niet dat de OESO waarschuwt dat die cijfers niet geschikt zijn voor vergelijkingen van de gemiddeld gewerkte uren. De cijfers van Nederland en Italië hebben alleen betrekking op werkers in loondienst, in de andere landen zijn ook zelfstandigen meegeteld, die veelal veel langere werkweken maken. Bovendien zijn ook de deeltijdwerkers meegenomen.

In Economisch Statistische Berichtenvan 8 april 2005 publiceert E. Schulte Nordholt Hoeveel uren werken we in Nederland? Nederland blijkt op Denemarken na de hoogste arbeidsparticipatie van de EU-landen te hebben. Dat de gemiddelde werkweek in Nederland de laagste is, komt doordat Nederland 45,2 procent deeltijdwerkers kent, in Zweden en Denemarken is dat ruim 20 procent. Het aantal gewerkte weken is in Nederland ongeveer gelijk aan dat van Denemarken en Finland.

Om meer in de pas te lopen met de EU-gemiddelden moeten meer deeltijd werkende vrouwen terug naar het aanrecht, en moeten mannen hun papadag inleveren. Dat beleid is met de bezuiniging op de kinderopvang al overtuigend ingezet. Ik voorzie binnenkort een coalitieregering waarin CU en D66 zitting hebben, met de SGP als gedoogpartner.

Assen

Botte bijl is einde van ontwikkeling orkesten

Gezien de bezuinigingen was het beter geweest er een paar orkesten uit te gooien, zegt Micha Spel staatssecretaris Zijlstra na (NRC Handelsblad, 16 mei). De overblijvende orkesten hadden dan hun volle taak kunnen behouden. Nu wordt het in de vier regio’s met drastisch afgeslankte formaties pappen en nathouden. Spel verwijst daarbij naar het vorige advies van de Raad voor Cultuur, waarin deze zich uitsprak „voor behoud van alle orkesten”.

Dat laatste is echter een halve waarheid. Liever dan symfonische voorzieningen uit enkele regio’s geheel weg te snijden en daarmee muzikale kaalvlaktes te bevorderen, adviseerde de Raad om de regio-orkesten in kleinere formaties om te vormen tot grote ensembles. Samenwerking met andere instellingen, muziekscholen en amateurs zouden daarin kunnen opbloeien.

Voor een groot bezette Tsjaikovski- of Mahlersymfonie zou het publiek dan wat verder moeten reizen, voor zover gezamenlijke projecten van zulke regionale ensembles zich ook niet als goede alternatieven zouden kunnen ontwikkelen. Dit gaat uit van een visie waarin creatief denken en interesse in ontwikkeling van nieuwe vormen centraal staat. Keer op keer wordt bevestigd, zowel vanuit het orkestbestel zelf als door de politieke krachten die deze heilige huisjes aldoor weer de hand boven het hoofd houden, dat de tijd daar nog steeds niet rijp voor is. De creativiteit en virtuositeit zit vooral in de manier waarop deze instituten met behulp van de gevestigde orde telkens weer overleven. Op een enkele uitzondering na blijkt werkelijke inhoudelijke vernieuwing in de orkestwereld, van binnenuit, waarmee deze voor nieuwe generaties relevant wordt, een hopeloze zaak. Die frisse wind zal van buiten moeten komen.

Oud- orkestdirecteur en oud-adviseur Raad voor Cultuur

Ronald van Raak minacht managers openlijk

Op de dag dat Maurice de Hond meldt dat de SP ‘nu verreweg de grootste partij’ is, lees ik het interview met SP-ideoloog Ronald van Raak (NRC Handelsblad, 19 mei).

Van Raak stelt dat meer marktwerking tot meer bureaucratie leidt „omdat managers cijfers nodig hebben. Ze hebben immers geen verstand van de zorg, het onderwijs, de politie... dus moeten ze het van de statistieken hebben.”

Nog los van zijn openlijke dedain voor duizenden managers in de publieke sector, vraag ik me af of Van Raak ooit leidinggevende verantwoordelijkheid in een instelling of bedrijf heeft gehad. De juiste keuzes maken zonder de juiste informatie is onverstandig en ongewenst, zowel in de politiek als in het bedrijfsleven.

De uitspraken van Van Raak over marktwerking zijn zeer verontrustend. Nergens blijkt enig besef dat alleen een gezonde markteconomie, uiteraard gereguleerd en aan toezicht gebonden, tot onze collectieve welvaart heeft geleid en in de toekomst tot nieuwe groei zal moeten leiden. De publieke sector zal die rol nooit over kunnen nemen.

Rotterdam