Boogerds 'Handboek Tour de France 2012'

Je wilt het natuurlijk toch weten: als Michael Boogerd een handleiding maakt voor de volgende Tour de France – dat deze week direct de bestsellerslijst binnenkwam – wat vertelt hij dan over doping? En natuurlijk weet je het vooraf al: vrijwel niets. Nu zal niemand het Handboek voor de Tour de France 2012 (Ambo, € 15,-, ) ter hand nemen met de verwachting om achtergrondinformatie te krijgen over de handelwijze van de Rabobankploeg waarover de Volkskrant onlangs uitgebreid berichtte, maar je krijgt wel een indruk van hoe Boogerd erover denkt, namelijk net zo pragmatisch als de meeste kijkers. Dopingschorsingen hebben dezelfde status als een fikse valpartij: ze gebeuren, niets aan te doen.

Wel wordt duidelijk wat Boogerd denkt over Contador: dat die geschorst werd uit de officiële uitslag van 2010 is niet te merken wanneer hij constateert dat Schleck het Contador ‘nog knap lastig’ maakte. En hij beschouwt de schorsing van Contador als een geval van ‘meten met twee maten’. Ook kijkt hij met bewondering naar ‘dopingzondaar’ Thomas Dekker, die van alle heisa alleen maar ‘meer uitstraling’ heeft gekregen, en als-ie goed rijdt zal Rabo wel balen maar ‘ze hebben er zelf voor gekozen hem te laten vallen in 2008’. Een zinnetje ‘alles is schoon’ slaat dan ook op de wc’s in Zwitserland.

Kortom: Boogerd doet niet hypocriet, maar zeurt ook niet. Samen met wielerjournalist Maarten Scholten hebben ze er zin in en ze leggen aan de lezers vast uit wat ze kunnen verwachten. Zoals daar zijn: renners die ‘kwakken’ en ‘wringen’, de situaties waarbij iedereen denkt dat het geen nut heeft om te ontsnappen is de eerste ontsnapping vaak raak, de vaststelling dat niet-klimmers bang zijn voor de bergen, reilen en zeilen in de bezemwagen. En dat is een mooie beschrijving: sommige zitten 20 minuten stil, anderen beginnen meteen over de koers te praten, en sommige renners beginnen te huilen.

Het is Maarten Scholten die die passage opschreef. Er is een duidelijk onderscheid merkbaar tussen het enthousiasmerende gebabbel van Boogerd: ‘Supergaaf’, verheugt hij zich op de eindsprint van de eerste etappe, en in een bergetappe heeft hij altijd ‘afgezien als een beer’ waarbij het contrast met Scholtens toon groot is: ‘In de zestiende eeuw werd de uitdrukking Tour de France – een reis door Frankrijk – al gebruikt aan het Franse hof toen Catharina de Medici haar zoon, koning Karel IX van Frankrijk, in 1564 op een twee jaar durende reis naar de verschillende Franse regio’s stuurde.’

Niet alles is supergaaf: er zijn gebieden die Boogerd deprimeren, vooral de Campanile-hotels mogen op zijn ergernis rekenen. Misschien dat hij die naam daarom constant verkeerd spelt, als Campanille.

Het leukste zijn de statistieken, en zo hoort het ook in een wielerboek. De meeste etappezeges per Tour, de kleinste afstand tussen de nummer 1 en 2, de hoogste gemiddelde snelheid, de hoogste snelheid op de finishlijn – het is allemaal even irrelevant als fijn. Net als anekdotes over een kinderachtige Floyd Landis, een mislukte speelfilm over de Tour (er schijnt nog twintig uur materiaal klaar te liggen) en Rasmussens gebrek aan respect voor teamorders: hij had ‘overal schijt aan’, dus won hij de bolletjestrui, constateert Boogerd met nauw verholen spijt. Want híj stond tweede…