'Bij zuidelijke orkesten is het erg fout gegaan'

Joop Daalmeijer presenteert vandaag als voorzitter van de Raad voor Cultuur zijn eerste advies. „Instellingen kijken te weinig naar hun kosten.”

„Er is niet met deuren gesmeten en er is niemand opgestapt. We hebben ons niet onder druk laten zetten. Het advies geeft het standpunt weer van de Raad – niet dat van het culturele veld of van de politiek. Daar mogen we best trots op zijn”, zegt Joop Daalmeijer, voorzitter van de Raad voor Cultuur.

In twee maanden tijd beoordeelde de Raad onder zijn leiding 118 subsidieaanvragen van culturele instellingen. „De tijdsdruk was hoog, de druk uit het culturele veld was hoog en het politieke kader waarbinnen we moesten adviseren lag vast. Toch hielden we het hoofd koel.”

Uw voorganger, Els Swaab, stapte vorig jaar op omdat staatssecretaris Zijlstra haar advies op belangrijke onderdelen negeerde. Hoe groot is de kans dat dat nu ook gebeurt?

„Dat zal niet gebeuren. Wij hebben de afgelopen weken intensief overleg gevoerd met het ministerie. We weten wat we van elkaar kunnen verwachten.

„Onze opdracht was om te adviseren over het verdelen van de 309 miljoen euro die vanaf volgend jaar beschikbaar is voor culturele instellingen. Die opdracht voeren we uit binnen de kaders die het ministerie ons gegeven heeft.

„Dat neemt niet weg dat we onze zorg uitspreken over de gevolgen van de bezuinigingen. We zien dat de talentontwikkeling in gevaar komt, nu de productiehuizen geen subsidie meer krijgen. Ook de pluriformiteit van het culturele aanbod neemt af. Daar zullen we in komende adviezen op zullen terugkomen, onder meer in een advies aan de formateur van het nieuwe kabinet.”

Had u voldoende speelruimte?

„Op sommige punten vonden we de ministeriële regeling waarbinnen we moesten werken nodeloos inflexibel. Het ministerie had normbedragen vastgesteld en een maximum aantal te verdelen plekken, bijvoorbeeld voor de presentatie-instellingen voor beeldende kunst. Daar hadden we graag zelf wat meer variatie in aangebracht. Dat was de pluriformiteit van het culturele aanbod ten goede gekomen, net als de regionale spreiding.”

Waarover liep de discussie in de Raad het hoogste op?

„Bij de dans. Er waren acht aanvragen voor vier plekken. De keuze ging tussen Club Guy & Roni en Scapino. In de commissie was het twee tegen drie, het lukte niet om tot unanimiteit te komen.

Ons uiteindelijke advies is om Scapino de subsidie voor twee jaar te geven, onder strikte voorwaarden. Er moet meer worden bespaard op het management en de overhead, in plaats van op de dansers. De instelling moet een nieuw plan schrijven. Gaat het niet goed, dan kunnen we de plek alsnog aan Guy & Roni geven.”

U heeft een extern adviesbureau ingehuurd om het ondernemerschap van instellingen tegen het licht te houden. Wat kwam daar uit?

„Positief is dat bijna alle instellingen iets over ondernemerschap schrijven in hun aanvraag. Maar hun doelstellingen op het gebied van inkomstenwerving en publieksbereik zijn vaak onhaalbaar. Theatergezelschappen denken dat hun eigen inkomsten meer dan 90 procent zullen groeien! Ze rekenen op drommen extra bezoekers, die flinke sommen geld zullen uitgeven. Dat is natuurlijk niet realistisch, zeker niet in deze laagconjunctuur. Waar ik me aan stoor, is dat instellingen te weinig kijken naar hun interne kosten. Daar kan nog heel wat op bespaard worden.”

U heeft sommige instellingen gesommeerd de aanvraag over te doen.

„Bij de orkesten in het zuiden is het heel erg fout gegaan. Ik heb daar zelf veel tijd in gestoken, om met de bestuurders en de provincies te spreken. Toch zijn de orkesten er niet in geslaagd samen een plan in te dienen. We adviseren om daar een extern adviseur op te zetten, zodat er binnen anderhalve maand één nieuwe aanvraag wordt ingediend.”

En als dat niet lukt?

„Dan gaat het geld terug naar het ministerie. Er is in totaal 32 miljoen euro over die we niet hebben kunnen verdelen. Dat geld zal dan op een andere manier in de culturele sector worden gestopt, wellicht via het Mondriaan Fonds.”