Apartheid zoals het moest

Een interview met F.W. de Klerk dat CNN vorige week uitzond dreunt in Zuid-Afrika hard na. Verdiende de laatste apartheidspresident in 1993 de Nobelprijs voor de Vrede dan echt niet? De Klerk (76) verdedigde in het gesprek de onder de apartheid ingevoerde ‘thuislanden’: op papier onafhankelijke staten voor zwarte Zuid-Afrikanen die alleen door Zuid-Afrika werden erkend. De toenmalige ‘bantoestans’, zijn nu nog de minst ontwikkelde regio’s.

De Klerk zei dat hij „grondige excuses” heeft gemaakt voor „misstanden” door de apartheid. „Maar ik heb me nooit verontschuldigd voor het oorspronkelijke idee om te zoeken naar gerechtigheid voor alle Zuid-Afrikanen via het concept van natiestaten.” Op de vraag van Christiane Amanpour of het thuislandenbeleid niet „moreel weerzinwekkend” was, reageerde De Klerk met een vergelijking met Tsjechië en Slowakije. Dat die landen niet langer samen verder wilden „is niet weerzinwekkend”.

Een jaar voor de eerste vrije verkiezingen in Zuid-Afrika meldde het Nobelcomité dat Nelson Mandela zijn Nobelprijs zou delen met De Klerk. Die had de ANC-leider tenslotte vrijgelaten. Het Nobelcomité gaf daarmee de onderhandelingen over een verkiezingsdatum in Zuid-Afrika een duwtje in goede richting.

Voor vertrek naar Oslo verklaarde Mandela dat De Klerk „bloed aan de handen” heeft. Juist toen het Nobelcomité zijn keuze bekendmaakte, had een apartheidscommando in een van de ex-thuislanden vijf schoolkinderen doodgeschoten. De Klerk wist ervan en Mandela sprak hem er hard op aan. Maar in de wereldwijde euforie over de ‘regenboognatie’, waarin wit en zwart zich zouden verzoenen, wilde niemand dat horen, schreef politiek analist Terry Bell vorige week in dagblad The Star.

Na het CNN-interview oordeelde een vakbond dat het Nobelcomité De Klerks prijs moet innemen. De Klerk „denkt nog steeds dat apartheid alleen een implementatieprobleem had”, schreef Jonathan Jansen van de Universiteit van de Vrijstaat op Twitter. Invloedrijk columnist Aubrey Matshiqi van zakenkrant Business Day plaatste De Klerks woorden in een tendens onder blanke Zuid-Afrikanen om de apartheid te vergoelijken.

Volgens zegsmannen van De Klerk zijn de uitspraken „uit de context” gehaald. Hij zou hebben willen zeggen hoe hij tegen apartheid aankeek toen hij opgroeide.