Amsterdam grijpt nu echt de macht

Hockeyclub Amsterdam behaalde zaterdag de 21ste landstitel. De ploeg lijkt de rol van het dominante Bloemendaal te hebben overgenomen. „Een reeks titels is het volgende doel.”

„Als Ajax kampioen wordt, worden wij het ook.” Erik Cornelissen, voorzitter van hockeyclub Amsterdam, zegt het met een glimlach na de gewonnen kampioenswedstrijd van zijn club afgelopen zaterdag tegen Rotterdam, maar helemaal uit de lucht gegrepen is de vergelijking niet.

Sinds 2004 zijn de prestaties van de Amsterdamse voetbalclub een uitstekende indicatie voor het hockeysucces van de stadgenoot. Dat jaar werd Ajax kampioen om vervolgens zeven jaar te moeten wachten op de volgende titel. Een scenario dat de hockeyers van Amsterdam maar al te bekend voorkomt. Sinds de titel in 2004 moesten ze jaar na jaar lijdzaam toezien hoe grote concurrent Bloemendaal er telkens met de hoofdprijs vandoor ging. Tot Bloemendaal vorig jaar dan eindelijk werd verslagen in de finale van de play-offs. Op een nieuwe titel hoefden de Amsterdamse hockeyers, net als de voetballers, veel minder lang te wachten.

De ploeg van trainer Taco van den Honert was in de finale van de play-offs om het landskampioenschap een maatje te groot voor Rotterdam. Na de 3-2 zege in het eigen Wagener Stadion vorige week donderdag, wonnen de Amsterdammers zaterdag ook het tweede duel in Rotterdam, met 2-1. Billy Bakker bracht Amsterdam vroeg in de wedstrijd op voorsprong. In de tweede helft kwam Rotterdam dankzij een benutte strafcorner van aanvaller Jeroen Hertzberger nog wel op gelijke hoogte, maar Valentin Verga besliste het duel kort daarna in het voordeel van de bezoekers.

Het betekende de 21e landstitel uit de clubgeschiedenis voor de Amsterdamse hockeyclub, die in de reguliere competitie nog als tweede was geëindigd, achter Rotterdam. Aanvoerder Taeke Taekema spreekt desondanks van een terecht kampioenschap. „In de competitie hebben we te vaak punten laten liggen tegen mindere tegenstanders, maar als je in de play-offs vier wedstrijden speelt en vier keer wint, moet je niet te veel zeuren.”

Na vijf titels op rij voor Bloemendaal vanaf 2006, lijkt de machtsbasis in het mannenhockey nu weer richting Amsterdam te verschuiven. Sinds de aanstelling van Taco van den Honert als hoofdcoach in 2010, begon het te draaien bij Amsterdam. Twee landstitels op rij, met een selectie die een juiste mix in zich heeft van talent en ervaring.

„Dit is een team dat jarenlang prijzen kan winnen”, jubelt voorzitter Cornelissen. „Ik baalde er altijd van dat Amsterdam nooit een mooie reeks titels kon neerzetten, dus heb ik een tijdje geleden al grappend gezegd dat ik nu gewoon drie, vier jaar op rij kampioen wil worden. Dat is het volgende doel.”

Denkbeeldig is die ambitie niet. De Amsterdamse selectie blijft volgend seizoen grotendeels intact en wordt versterkt door de Spaanse spits Santi Freixa, die na een jaar afwezigheid terugkeert bij Amsterdam, en zijn landgenoot Roc Oliva.

„Er zit heel veel hockeyend vermogen in deze ploeg”, benadrukt Cornelissen. „En met jonge jongens als Valentin Verga, Billy Bakker en Jan-Willem Buissant kunnen we nog jaren doorgroeien. Iedereen zegt altijd wel dat Amsterdam zo goed is, maar we hebben de afgelopen tien jaar maar weinig gewonnen. Dat moet nu dan maar gebeuren .”

Grootste concurrentie lijkt volgend jaar opnieuw te komen van Rotterdam, dat de drie Nieuw-Zeelandse internationals die gisteren door interlandverplichtingen ontbraken, wel tot het eind van het seizoen zal kunnen behouden. Ook het Utrechtse Kampong, dat Roderick Weusthof en Robbert Kemperman al heeft aangetrokken voor volgend seizoen, heeft de selectie aardig op orde. En het ervaren Bloemendaal is ook nooit uit te vlakken.

De spelers van Amsterdam zijn dan ook niet zo stellig als hun voorzitter. Aanvoerder Taekema: „Of het een hegemonie wordt, dat moet later blijken. We moeten de kern van het team in stand houden en elk jaar wat jonge talenten laat doorstromen. We hebben het goed voor elkaar en zullen volgend jaar ook weer om de prijzen meedoen, maar je weet nooit welke buitenlandse spelers na de Spelen bij welke clubs gaan spelen.”

Ondanks de voorzichtigheid van Taekema ziet de toekomst er rooskleurig uit voor Amsterdam. Afgelopen jaar werd al afgerekend met het net-niet syndroom door Bloemendaal in de finale in een rechtstreekse confrontatie te verslaan en dit seizoen liet de ploeg zien ook met de favorietenrol te kunnen omgaan. En met het spelerspotentieel zit het de komende jaren dus ook wel goed.

Amsterdam zal het volgend seizoen wel zonder de belangrijke assistent-coach Alyson Annan moeten doen. Zij wordt hoofdtrainer bij de Amsterdamse vrouwen. Maar of dat ook direct het einde van de nieuwe Amsterdamse hegemonie in het mannenhockey zal betekenen, valt nog te bezien.