Amnesty’s gruwelijke legkaart

Benensons artikel in The Observer

O p zondag 28 mei 1961 verscheen in The Observer het artikel ‘De Vergeten Gevangenen’ van de Londense advocaat Peter Benenson. Hij had gelezen over de opsluiting van twee Portugese studenten die hadden geproost op de ‘vrijheid’ in hun land – net als buurland Spanje toen nog een politiestaat. Uit verontwaardiging riep Benenson op tot publieke actie om gewetensgevangen in de hele wereld vrij te krijgen en een eerlijk proces te garanderen.

Het artikel legde de basis voor de oprichting van Amnesty International, twee maanden later. „Van belang is om de publieke opinie snel te mobiliseren, en op grote schaal, voordat een regering opgesloten raakt in de uitzichtloze spiraal die haar eigen repressie veroorzaakt.”

Benensons oproep werd overgenomen door de Volkskrant, niet door NRC of Algemeen Handelsblad. Maar het gefuseerde NRC Handelsblad (1970) heeft altijd veel aandacht geschonken aan het lot van politieke gevangenen – en aan Amnesty International. Eind 1973 bezocht de latere hoofdredacteur Wout Woltz in Parijs een congres van Amnesty over martelen. „Wie is opgevoed in de gedachte dat de mens goed is en dat geloof niet wil kwijtraken, kan het jongste document van Amnesty International ‘Rapport over het martelen’ maar beter niet lezen”, begint hij zijn verslag.

Vier jaar later kreeg Amnesty de Nobelprijs voor de Vrede. Ze zet haar gegevens altijd „on-emotioneel naast elkaar”, „het gaat om de feiten”, karakteriseert Woltz, dan correspondent te Londen, haar aanpak. „Een constante stroom van rapporten en beschouwingen met het vignet van de kaars die omgeven is door prikkeldraad, bewijst dat Amnesty steeds meer stukken van een gruwelijke legkaart bij elkaar krijgt”.

Deze week verschijnt weer zo’n stuk met het jaarrapport 2012.