Alle clichés zijn waar: op de motor voel je je vrij

Motorrijders moeten het vaak ontgelden. Ze scheuren door zeldzame natuur, in het verkeer vertonen ze roekeloos gedrag en als er weer eens iemand is geliquideerd, bleek de huurmoordenaar vanaf de buddyseat te hebben toegeslagen. Allemaal waar, maar deze zaken vallen in het niet bij de geneugten van motorrijden.

1Motoren zijn rank, snel, wendbaar. Motoren zijn gebouwd om vaart te maken. Hard rijden is lekker en gaat eigenlijk vanzelf. En waar het vol lijkt, is voor de motor meestal wel een gaatje. Op de snelweg is het geoorloofd de file te passeren en wie handig en brutaal is, doet hetzelfde in de stad. Dat betekent: oprukken tot de stoplichten, langs de stilstaande auto’s, en als eerste wegrijden als het licht op groen springt. Te veel verkeer maakt de auto tot een traag vervoersmiddel, de motor is onder dergelijke omstandigheden rank, snel en wendbaar. Zo ben je altijd ruim op tijd: handig om dat rare leren pak uit te trekken en de helm weg te werken.

2Motoren brengen je tot de voordeur. Op de motor kom je meestal tot aan de voordeur. De automobilist is bijna vergeten hoe raar het is dat hij de auto heel ergens anders wegzet dan op de plaats van bestemming. Parkeerplaatsen voor de deur zijn immer bezet en dan doen zich twee mogelijkheden voor: eindeloos rondjes rijden op zoek naar een open parkeervak, of richting parkeergarage. Nee, dan de motor. Een enkel voetgangersgebied daargelaten brengt hij de berijder naar de plaats waar deze moet zijn.

3De kosten van motorrijden zijn laag. Het is opvallend hoe goedkoop motorrijden is – kleingeld vergeleken bij de auto. Accessoires zijn vaak kostbaar, het lijkt wel of de branche hier wraak neemt op het feit dat de rest op een koopje kan. Maar verder? Voor 6.000 euro heb je een behoorlijke motor, de verzekering vraagt niet meer dan het bedrag dat je betaalt voor een verzekerde fiets in de grote stad, wegenbelasting is laag (gaat per gewicht en een motor weegt amper 200 kilo), benzineverbruik is bijna de helft van een auto en niet onbelangrijk: de handenvol euro’s die in parkeermeters belanden, hou je gewoon in de zak.

4Motorrijden is een feest voor de zintuigen. Van autorijden worden mensen stram, duf en zelfs ongelukkig. In een kleine, gesloten ruimte rijdt de chauffeur rond en door een soort scherm ziet hij de buitenwereld zonder dat hij er deelgenoot van is. Wat een verschil met een rit op de motor. De natuur dringt zich op en je voelt en ruikt waar je bent. De harde wind die aan je trekt (op de motor waait het altijd), geeft onmiskenbaar het gevoel dat je buiten bent. Motorrijden vermoeit, maar na afloop van de reis ben je op een prettige manier loom – zoals na een lange wandeling, of na seks.

5Motoren mogen gratis parkeren. In het buitenland wordt de motor al aan banden gelegd. In de binnensteden van Parijs en Genève bevinden zich inmiddels speciale parkeervakken voor scooters en motoren, en dat gaat de kant uit van de auto: reguleren en koeioneren. Bij ons is er nog niets van dit alles. Motorbeleid bestaat hier niet en in steden wordt oogluikend toegestaan wat de wet verbiedt: de motor op de stoep parkeren. Geniet ervan, zolang het nog kan.

6 Met motor meer mans. Misschien verbazend, maar alle clichés zijn waar: op de motor voel je je vrij; je voelt je man en je voelt je machtig. Al die volkswijsheden zijn sterker dan wat ook. Papa loopt achter de kinderwagen, papa moet koken, papa doet het huishouden; de gedresseerde man is al een heel eind heen, maar op de motorfiets belandt hij in een volstrekt ander universum. Daar voelt hij zich een echte vent, daar is hij domweg gelukkig, en in die zin is motorrijden een buitengewoon gezonde bezigheid.