'Ze was van een andere categorie'

Jurriaan van Hall (1962), beeldend kunstenaar, over zijn grote liefde Juul.

Hij observeert zijn omgeving als een kind, nieuwsgierig en verbaasd. Juul schilderde hij al talloze keren, en nog steeds doet ze hem af en toe versteld staan.

‘Ik begon op de Rietveld Academie in 1981. Twee jaar daarvoor was ik al van Noordwijk naar Amsterdam verhuisd. De lokroep van de stad was groot, ik kon niet wachten om me te manifesteren in de wijde wereld.

Eerst dacht ik dat dat als fotograaf zou zijn, of als popmuzikant – ik speelde basgitaar in allerlei bandjes. Dankzij een cursus modeltekenen in het Van Gogh Museum kwam ik bij het schilderen terecht.

„Op de Rietveld had ik al na een paar weken een groepje vrienden gevonden, jongens die net zo actief en enthousiast waren als ik. We formeerden een basisjaarbandje, de Soviet Snacks – dat was een knipoog naar de band van Peter Klashorst, Soviet Sex. Peter zat ook op de Rietveld en was al hard bezig om het te maken als schilder. Ik keek tegen hem op, net als tegen Rob Scholte, ook een ouderejaars.

„Het eerste optreden van de Soviet Snacks was tijdens een groot schoolfeest in Paradiso. Ik was niet eens echt zenuwachtig, totdat de gastvrouw van de avond het podium op stapte: een prachtige verschijning in een strak, glimmend broekpak, die mij in een Vlaams gelegenheidsaccent vroeg om onze band aan de zaal voor te stellen. Ik kleurde diep rood.

Wat een vrouw, wat een stijl! Ik zag meteen dat ze volstrekt eigengereid was. Wij waren allemaal punk, of nou ja, dat vonden we zelf, en zij deed iets totaal anders.

„Een paar maanden later kwam deze Juul, zoals ze bleek te heten, opeens naast me zitten tijdens een spijbeluurtje in de kantine. We praatten even, en toen vroeg ik of ze weleens vaker gehoord had dat ze een mannelijk gezicht had. Nog nooit, zei ze kortaf. Oef. Niet zo handig. Ik bedoelde dat ze sterke gelaatstrekken had.

„Op een volgend feest duwde iemand Juul tegen me aan en riep: ‘Zij vindt jou leuk, hoor!’ Ik wist dat niet – ik was niet onzeker met meisjes, maar Juul was van een andere categorie. Ze was een paar jaar ouder en hoorde bij een kliek van extravagante vrouwen en nichten die een hoge status had op school. Het feest eindigde in een disco, de Mazzo, en daar zoenden Juul en ik voor het eerst. Tegen de ochtend vroeg ze: ‘Heb je al ontbeten?’ en nam ze me mee naar haar etage in de Jordaan. Een roze taartje was dat, met overal vitrage en kunstbloemen – nu zou je het camp noemen. We hadden elkaar lief, en de volgende dag, tijdens een autorit naar Basel, waar ik werk op een kunstbeurs kon exposeren, drong tot me door dat ik verliefd was.

„Het was niet meer dan logisch dat ik bij Juul introk, dat we elkaar aan onze ouders voorstelden, dat we voortaan samen uitgingen en tentoonstellingen en concerten bezochten. Dat we in een nieuw bandje gingen spelen, met Juul in Elvis-kostuum achter de microfoon. Onze liefde had niet veel woorden nodig. Vrienden wezen me soms verontwaardigd op de vrijheid die ik inleverde – ik was een burgerman geworden, dat was de afspraak toch zeker niet? Ze brachten me niet aan het twijfelen. Ik wilde niets anders.

„Na dertig jaar is mijn liefde voor Juul onveranderd groot. Het is een continuüm crescendo. Ze is mijn held, mijn rots in de branding, ik zou me geen raad weten als ze me ooit verliet. Ik moet er ook niet aan denken om een tweede leg te beginnen, zoals veel mannen van mijn leeftijd schijnen te willen. Ik wil met niemand anders oud worden dan met Juul. En wie anders zou dat met mij willen, of kunnen?”

De oudste van hun twee zonen studeert al, in Delft. Gelukkig komt hij elk weekend naar hun huis in de Pijp. Ze hebben het veel te gezellig met z’n vieren.