Sterven in schoonheid

Een echte Citroën moet verrassen. In dat opzicht is de DS4 een Citroën in de beste traditie.

fotografie: Lars van den Brink onderwerp: Citroen DS4 gefotografeerd bij Citroen Amsterdam. Op de foto verkoper Cyrille Meinema,

Op citroën.nl kun je kiezen uit personenauto’s en bedrijfswagens. Maar wie doorklikt naar personenauto’s komt nog niet uit bij de DS4. De DS-modellen van Citroën hebben een apart gedeelte van de website en daarmee wil het merk laten zien dat een DS iets speciaals is. Nou is dat goed beschouwd al járen zo, want even los van de lelijke eend – die eveneens een indrukwekkende bijdrage heeft geleverd aan het eigenzinnige imago van Citroën – geldt de DS toch wel als de belangrijkste Citroën ooit. ‘De Snoek’ maakte bij zijn debuut in 1955 diepe indruk met niet alleen zijn vorm, maar zeker ook nieuwe technieken en (rij)eigenschappen. ‘La Déesse’, zoals de Fransen zeggen, is daardoor niet alleen de godin, maar in mannelijke zin ook de godfather van alle moderne Citroëns.

Het was dus nogal wat dat Citroën in 2009 de DS3 presenteerde. Absoluut geen revival van de DS, maar meer bedoeld als een – ook nog betaalbaar – alternatief voor bijvoorbeeld de Mini. Met een origineel uiterlijk, sportieve rijeigenschappen en verkrijgbaar in bijzonder spannende kleurcombinaties werd de DS3 een enorm succes; hij zorgde er bijna in z’n eentje voor dat Citroën in thuisland Frankrijk méér auto’s verkocht dan zusterbedrijf Peugeot en dat was lang niet voorgekomen.

Het inspireerde Citroën tot meer DS-modellen: de nieuwe DS5 (een sportiever alternatief voor de C5, maar vooral ook een knipoog naar BMW- en Alfa-rijders) en de vorig jaar gelanceerde DS4, waarin we een premiummodel in het C-segment (zeg maar de Volkswagen Golf-klasse) moeten zien.

Van oorsprong is de DS4 gewoon een Citroën C4, maar daar is niets mis mee. De toegevoegde waarde moet komen van een opvallend uiterlijk en een bijzonder innerlijk. Daar voeg ik dan meteen aan toe dat de Citroën C4 gewoon een praktische auto is, terwijl de DS4 een stuk minder gebruikersvriendelijk voor de dag komt.

Voorbeeldje? De achterportieren. De DS4 is een vijfdeurs auto, maar het zou me niet verbazen als onder bezitters van de auto stilzwijgend is afgesproken dat die achterportieren zo min mogelijk gebruikt mogen worden. Ten eerste zijn de deuren nauwelijks als zodanig herkenbaar (de deurgrepen zijn slim weggewerkt ter hoogte van de achterruit), verder hebben ze een dermate vreemde vorm dat je bij het instappen naar de achterbank moet oppassen niet op borsthoogte te worden geschampt door de bovenrand. Eenmaal op de achterbank gezeten komt een tweede onaangename verrassing: de achterruiten kunnen niet open. Een tweede gevolg van de excentrieke vormgeving. Dat kun je ‘sterven in schoonheid’ noemen, maar het is aan de andere kant wel typisch een Citroën-foefje uit de DS-tijd: vorm volgt niet altijd functie.

Druk dashboard

Voorin is het allemaal goed voor elkaar, met goed zittende stoelen en mooie materialen op het dashboard. Het dashboard is wel een beetje druk (de toerenteller is een rij lichtjes, wat een tikje vreemd overkomt in een zo sportief bedoelde auto) en datzelfde geldt voor het stuurwiel, waarop wel erg veel knoppen zitten. Soms is niet meteen duidelijk welke knop waarvoor dient en dat lijkt me niet de bedoeling. Als bestuurder voel je veel auto om je heen in het nogal volle interieur, maar mocht dat gevoel de overhand krijgen dan kunnen de beide zonnekleppen extra omhoog worden geschoven, waardoor de voorruit bijna een kwart groter wordt en lijkt door te lopen in het dak. Bij veel zonneschijn is dat niet lekker, maar op grijze en grauwe dagen geeft het net iets meer levensvreugde.

Helaas kan de motor de sportieve aspiraties van de DS4 niet helemaal waarmaken. Het is een 2,0 liter met een relatief laag vermogen van 120 pk, die een tikje rauw loopt. Hij heeft vreemd genoeg geen start/stop-automaat, sloeg niet altijd vlot aan en dieselde zelfs een beetje na. Dat heb ik lang niet meegemaakt. Te weinig testosteron ook, deze motor. Een DS hoort te verrassen. Dat doet de DS4, maar niet altijd in positieve zin. Dat maakt ’m overigens wel tot een Citroën in de beste traditie.