Spookspaargeld

De Iraanse munt lijdt door internationale sancties aan hyperinflatie. Een winst van 60 miljoen op de verkoop van je auto lijkt mooi – als je het geld maar niet op de bank laat staan.

Zoals overal ter wereld is in Iran geld het smeermiddel van de samenleving. Een tweede taal, waarmee mensen verlies, winst en voor- en tegenspoed bepalen. Nu door internationale sancties en slecht beleid de munt meer dan de helft van zijn waarde heeft verloren, is iedereen, van student tot zakenman, in paniek.

Inflatie met dubbele cijfers is een ongrijpbaar spook, zo bleek toen ik mijn auto verkocht aan een gehaaste jongen, die onze ‘Koreaan’ zag toen hij opgepoetst werd in de wasstraat.

„Ik geef je er 330 miljoen voor, maar dan wil ik hem meteen hebben”, zei hij, zonnebril op, iPhone in de hand. Ik ging direct akkoord, hij bood 60 miljoen meer dan ik er een jaar geleden voor betaalde. Hij grijnsde, ik grijnsde, twee spekkopers in een Teheraanse wasstraat.

De Iraanse munteenheid, de rial, werd niet altijd in miljoenen afgerekend. Voor de islamitische revolutie van 1979 kon je met een paar duizend rial een huis kopen. Tegenwoordig is dat bedrag een taxiritje van twee minuten waard. In de afgelopen dertig jaar zijn de nullen erbij gevlogen, iedereen werd miljonair, maar tegelijkertijd armer, al maakte het oliegeld veel goed.

Maar toen op de laatste dag van 2011 de Amerikaanse president Obama sancties tegen de Iraanse Centrale Bank afkondigde, stortte alles in elkaar. De rial kelderde in een paar weken tijd. De prijs van alles, vlees, rijst, chocopasta en zelfs illegale drank verdubbelde.

En dat is logisch: geen goed functionerende Centrale Bank betekent minder olie-inkomsten, het enige dat de rial gaande hield. Anders dan de hogere prijzen merkten we er eerst niet zoveel van, maar in een paar maanden is iedereen duidelijk geworden dat de geldontwaarding verstrekkende gevolgen heeft.

Want als het geld, de koele begrenzer van ambities en vervuller van wensen, niet meer te vertrouwen is, wordt alles onzeker. Voor hetzelfde geld als vorige maand kocht de moeder van een vriend nog maar de helft aan kip en gehakt. „Ik ben arm geworden”, piepte de 80-jarige vrouw. Vaders die hun kinderen naar het buitenland hadden gestuurd voor studie moesten twee keer zoveel rials wisselen om de huur voor hun kinderen te betalen.

Iran was al een land waar men van dag tot dag leeft, maar nu niemand meer weet of je het spaargeld op de bank moet zetten (waar de staat 20 procent rente geeft), of dat er juist iets waardevast van moet worden gekocht, staat iedereen onder hoogspanning. Volgens de politie is het aantal straatgevechten en burenruzies sterk toegenomen.

Een nationaal verlangen naar stabiliteit richt zich nu op de komende nucleaire gesprekken tussen Iran en de wereldmachten, op 23 mei in Bagdad. Is de uitkomst positief, dan zal de rial stijgen, zo niet, dan vrezen velen voor nog meer sancties en hyperinflatie, zoals in Duitsland na de Eerste wereldoorlog.

Nu heb ik hetzelfde probleem als veel Iraniërs. Op mijn bankrekening staat 330 miljoen, vandaag 15.000 euro. Mijn vrouw wil geen duurdere auto, want dat kan niet tegenover mensen die deze maand veel geld hebben verloren. „Iedereen zal ons nawijzen”, beet ze me toe.

Gisteren belde de koper van mijn auto, hij was dolblij. Wekenlang had hij zich zorgen gemaakt over zijn geld. Door de auto te kopen had hij het veilig gesteld, zei hij.

Morgen ga ik goud kopen.

Dit is de eerste van een nieuwe regelmatige rubriek van onze correspondent in Iran Thomas Erdbrink.