Sober, serieus, degelijk – Buma leidt het CDA

De CDA-leden hebben hem een „groot mandaat” gegeven, zei de kersverse partijleider Sybrand van Haersma Buma. Maar er blijft twijfel bestaan over zijn inhoudelijke drive.

De nieuwe partijleider van het CDA dankt de leden voor zijn uitverkiezing. Rond hem staan zijn voormalige concurrenten, die vrijdagmiddag lieten weten hem ten volle te steunen. Foto Maarten Hartman

De metafoor, ongetwijfeld wat getekend door nostalgie, kwam van een oude CDA prominent: „Vroeger was het CDA een woud vol hoge eiken. Nu is het een kale vlakte met enkel wat stompjes.” De vraag aan deze man, vertrouweling van veel CDA-leiders, was twee jaar geleden: wie moet CDA-leider Jan Peter Balkenende opvolgen?

Twee jaar later is er een antwoord op die vraag: Sybrand van Haersma Buma – de eerste gekozen CDA-lijsttrekker ooit. De leiderloze tijd is voor de christen-democraten voorbij.

Is Van Haersma Buma een stompje, of een eik? Feit is dat weinigen in de nieuwe partijleider overrompelende kwaliteiten zien die zich direct aan de kiezer opdringen. Niet de charme van Mark Rutte, de bevlogenheid van Diederik Samsom, de kwinkslag van Emile Roemer, de retorische brille van Geert Wilders.

Mensen in zijn omgeving ontkennen dat niet. Maar dat betekent niet dat Buma (zoals hij zichzelf het liefst noemt) voor kiezers onaantrekkelijk is, zeggen zij. Buma heeft eigenschappen die passen bij moeilijke tijden. Hij is sober, serieus en degelijk.

De afgelopen dagen wilden binnen het CDA en daarbuiten weinigen publiekelijk vertellen wat zij van Buma vinden, vanwege de gevoeligheid van de lijsttrekkersverkiezingen. Dat deden ze alleen op voorwaarde van anonimiteit. Uit deze gesprekken rijst het beeld op van een harde werker met absolute loyaliteit aan zijn politieke bazen. Een politicus die zich het liefst beweegt binnen de kaders die anderen voor hem vastleggen, die procedures belangrijk vindt en geen affiniteit heeft met lange inhoudelijke discussies. Over zijn politieke profiel zegt een partijgenoot: „Erg rechts, maar niet dom-rechts.”

Kort na de tumultueuze formatie met VVD en PVV in 2010 kwam de verscheurde CDA-fractie bij elkaar voor een hei-sessie. Buma, net verkozen tot fractievoorzitter, sprak zijn twintig collega’s toe. Het was zijn doel om te voorkomen dat een van hen de komende jaren op „de rode knop” zou drukken. De kans daarop was niet denkbeeldig: sommigen hadden pijn in hun buik over de samenwerking met de PVV. En met een minimale meerderheid van 76 zetels voor de coalitie kon het CDA niemand missen.

Hoewel Kamerleden als Ad Koppejan, Kathleen Ferrier en Pieter Omtzigt in het anderhalf jaar dat volgde regelmatig met hun hand boven die knop hingen, werd hij nooit ingedrukt. Volgens medestanders van de Buma was dat zijn verdienste. Maar critici beweren het tegenovergestelde. Nooit, zo zeggen zij, deed Buma enige poging toenadering te zoeken tot de zogenaamde ‘dissidenten’. Hij liet de zaken op zijn beloop, en boog alleen voor powerplay. Dat gebeurde twee keer. In de zaak rond de verblijfsvergunning van de toen 18-jarige Angolees Mauro. En toen vier CDA Kamerleden dreigden de nieuwe Bijstandswet te torpederen. In beide gevallen, zeggen zijn critici, liet Buma de zaken uit de hand lopen.

Buiten de fractie deed Buma meer pogingen de wonden in het CDA te helen. Zo dronk hij kopjes koffie met prominente tegenstanders. In zijn eerste jaar als fractievoorzitter reisde hij ook het land af om verantwoording af te leggen aan lokale CDA-afdelingen. Toch spreken veel tegenstanders van de samenwerking met de PVV met woede en weinig respect over hun nieuwe leider. Voorlopig is dat weinig meer dan lastige ruis, maar CDA’ers verbinden doet Buma (nog) niet.

Buma zegt voor een nieuw en eensgezind CDA te staan. Maar hij was instrumenteel in het tot stand komen van de samenwerking met de PVV die het CDA verscheurde. Het is een inhoudelijke zwaai waar hij mee weg lijkt te komen, tot ongeloof en vrees van zijn tegenstanders. Zij denken dat het Buma ongeloofwaardig maakt bij de komende verkiezingen.

Mensen die zich achter Buma scharen, hanteren een andere redenering: hij heeft de hondsmoeilijke baan van fractievoorzitter tot een goed einde gebracht, verantwoordelijkheid genomen om de keus van het CDA voor de PVV in de praktijk te brengen. Hij heeft de meeste ervaring van alle kandidaten en is daarmee de juiste man op de juiste plek.

De uitslag van gisteren lijkt erop te wijzen dat de meeste CDA-leden het daarmee eens zijn: Buma kreeg met 51 procent van de stemmen in de eerste ronde „een groot mandaat”, zoals hij het zelf omschreef.

Is hij daarmee ook de man die het CDA terug kan brengen naar het centrum van de macht? Sommigen, en niet alleen tegenstanders, twijfelen. Hij is een man die politiek-tactisch slim opereert, maar weinig inhoudelijke drive lijkt te hebben, zegt een VVD’er die hem de afgelopen jaren van nabij meemaakte. Een CDA’er vreest dat Buma, als man die zich altijd dienend en als procesmanager opstelde, niet in staat zal zijn het CDA „een eigen impuls” te geven. „Hij is niet verrassend en creatief genoeg. En dat moet je zijn om politieke problemen op te lossen.”

Maar Buma groeit. Zoals een fervent tegenstander zegt: „Ik zie tot mijn afgrijzen hoe hartstikke goed goed hij debatten nu doet.” De veranderingen zijn ook voor buitenstaanders te zien. Zijn zichtbare nervositeit onder spanning heeft het afgelopen anderhalf jaar plaatsgemaakt voor een zeker flegma. Zijn onderkoelde humor, eerst vaak onnavolgbaar, werden langzaam herkenbaar.

In de kringen rond Buma wordt erop gewezen dat hij de best mogelijke voorbereiding heeft gehad op de verkiezingscampagne: eerst maanden onderhandelen over de begroting, daarna debatten en campagne voor de interne CDA-verkiezingen. De continue gesprekken over details van het overheidsbeleid leverde hem een een snel groeiend overzicht over en inzicht in het politieke speelveld. Zelf kreeg Buma tijdens de Catshuisonderhandelingen het gevoel dat er „luikjes” in zijn hoofd opengingen.