Schoolreis

slaat twee verliefde pubers en een nurkse stewardess gade.

Ze waren in Athene op een schoolreisje, een stedentrip, om de Griekse oudheid met eigen ogen te zien, de Akropolis te beklimmen, het verschil tussen Ionische en Dorische zuilen te herkennen, en niet om ouzo te drinken, want dat mocht niet van de leiding.

Ze zijn dertien, veertien jaar. De jongens nog pukkelig, de meisjes al lang niet meer zoals Paul van Vliet ze in 1970 beschreef, als ‘te klein voor de liefde, te klein voor de kerels, nog nergens een vrouw, ja, van boven voorzichtig’. Want dat zijn ze – ruim veertig jaar later – nu wel. Meisjes van dertien zijn volwassen, hebben geen knokige knietjes meer, maar zijn volgroeid, niet ‘er net tussenin’, maar er helemaal bovenop. Twee zijn in Athene verliefd geworden. Hij heeft jeugdpuistjes en gel in zijn haar, zij blond haar als een waterval en een loeistrak T-shirt. Zij heeft knalroze nagellak, en hij ook, alleen op zijn pinken, als een pril verbond, we horen bij elkaar, een geschilderde verlovingsring. Ze ligt op zijn schoot, op drie vliegtuigstoelen languit, de leuningen omhoog, ze zitten voorzichtig aan elkaar, heel onschuldig, heel lief. Maar de leuningen moeten omlaag van de stewardess, ze moeten rechtop zitten, geen geklooi, geen gedonder.

Ze hebben nog net genoeg geld voor één Sandwich van de Maand, à 4,50 euro, ‘Oma’s gehakt met rode uien’, heet het in de flyer, ‘Grandmother’s meatloaf with red onions’. En voor één earphone van 3 euro om de film te kunnen horen. De stewardess zucht ongeduldig als ze de 7,50 euro bij elkaar sprokkelen, muntje voor muntje, en dan delen ze die koptelefoon, hij in zijn linkeroor, zij in haar rechter, het snoer net lang genoeg voor wang tegen wang. Wat niet echt de bedoeling is, zegt de stewardess. Maar dat horen ze niet meer.

Zac Efron kust een meisje in de film. Ze zitten hand in hand, twaalf gelakte nagels ineengestrengeld, de tussenleuning is al stiekem weer een beetje omhoog. Als de trolley met taxfree spullen langskomt, kiest hij een armbandje met bedeltjes, voor haar, ze kijken ernaar, maar toch maar niet, het geld is op. Vol irritatie rukt de stewardess het uit hun handen.

Op Schiphol lopen ze stijf gearmd weg. Hun ouders staan ze op te wachten. Nog snel een kusje.

De stewardess wordt niet opgehaald. Ze loopt naar de bus, de wieltjes van haar koffer trillen zenuwachtig op het trottoir, haar hakken klinken hard, gedecideerd en boos. Straks wacht de poes.