Juist bij een crisis scoren vrouwen goed

Mona Keijzer had CDA-leider moeten worden. Onderzoek wijst uit dat vrouwelijke leiders meer dan mannen worden gezien als vernieuwend, aldus Janka Stoker en Floor Rink.

Het was de onbekende Mona Keijzer bijna gelukt. Als het aan de CDA-kiezers had gelegen, was ze doorgegaan naar de tweede ronde in de verkiezingen voor het CDA-lijsttrekkerschap. Iets meer dan de helft van de CDA-leden koos gisteren evenwel behoudend voor de ervaren Sybrand van Haersma Buma.

Een vrouwelijke leider zou een primeur zijn geweest. Keijzer kon niet bogen op ervaring in de Tweede Kamer of in het kabinet. Binnen de partij vervulde Keijzer, wethouder te Purmerend, geen belangrijke, bestuurlijke functies. Ze was alleen betrokken bij het recente Strategisch Beraad van het CDA – maar dat is het ook wel.

Hoewel op het eerste gezicht onwaarschijnlijk is de populariteit van Keijzer vanuit onderzoek goed te verklaren. Haar aantrekkingskracht hangt direct samen met de beroerde en uitzichtloze situatie waarin het CDA verkeert – onderlinge verdeeldheid, slechte peilingen, het onverkoopbare gedogen van de PVV enzovoorts. Dit is vervelend voor de partij, maar juist goed voor de kansen van een outsider als Keijzer op de leiderschapspositie.

Zo lijkt het erop dat kansrijke kandidaten als Camiel Eurlings en Jan Kees de Jager deze beker liever aan zich voorbij lieten gaan. Dit is begrijpelijk. De nieuwe lijsttrekker zal verantwoordelijk worden gehouden voor de komende verkiezingsuitkomst van de partij. Hiermee loopt hij een persoonlijk risico. Juist in een crisissituatie zijn de kansen voor een vrouw groot. De Amerikaan John Bailey, ooit voorzitter van de DNC (het partijbureau van de democraten) zei het al in de jaren zestig: the only time to run a woman is when things look so bad that your only chance is to do something dramatic, ofwel: als het slecht gaat in een politieke partij, moet je een drastisch gebaar maken en dus een vrouw kiezen. Dit deed de Republikeinse presidentskandidaat John Mc Cain, door in 2008 Sarah Palin te benoemen tot medekandidaat.

Onderzoeker Michelle Ryan van de Rijksuniversiteit Groningen noemt dit ook wel een glass cliff, ofwel een ‘glazen afgrond’, analoog aan het glazen plafond. Als een organisatie of een politieke partij slecht presteert en zich in een penibele situatie bevindt, ontstaat de neiging om een vrouw aan te stellen in plaats van een man. Het is het moment waarop behoefte bestaat aan het signaal dat het nu écht anders wordt. De vrouw krijgt de positie dus niet per se vanwege haar kwaliteiten, maar vooral vanwege het ‘grote gebaar’. De sekse toont al dat deze echt anders is dan alle voorgaande leiders.

Samen met Ryan hebben wij de afgelopen jaren diverse studies uitgevoerd naar de glazen afgrond. Een crisissituatie kenmerkt zich door interne conflicten en gebrek aan eenheid tussen belanghebbenden over de koers. Een nieuwe leider hoeft niet veel sociale steun te verwachten. Mensen prefereren dan een vrouw, omdat men haar – op basis van nog steeds heersende stereotypen – feminiene kwaliteiten toedicht die nodig zijn om de situatie effectief aan te pakken. Vrouwen zouden communicatief vaardiger zijn dan mannen, beter kunnen samenwerken en meer oog hebben voor het gemeenschappelijk belang. Inderdaad zou elke leider die zich in zo’n hachelijk parket begeeft, baat hebben bij deze eigenschappen.

Ze belandt wel in een slangenkuil. Daar is de kans op falen groot. Als dit gebeurt, is de zondebok snel gevonden. Zie je wel, vrouwen zijn toch niet geschikt voor dit soort leiderschapsposities. Dit is een opvallende conclusie. Falende mannen als Mark Rutte of Ad Melkert genereren nooit de conclusie dat mannen niet geschikt zijn voor leiderschapsposities. Bovendien blijkt uit ons onderzoek dat vrouwen zelf helemaal geen voorkeur hebben voor dit soort posities. Ze snappen heel goed dat het niet per se gunstig is om een organisatie of partij door een crisis te loodsen, zeker als er geen sociale steun is.

Toch zitten er voor een vrouw ook positieve kanten aan. Wat als het met het CDA wél goed was gegaan? Dan waren er ongetwijfeld meer mannelijke kapers op de kust geweest. De kansen voor outsiders als Keijzer waren kleiner geweest, terwijl ze zichzelf nu goed in de schijnwerpers heeft gezet. Ze was toch echt bijna door naar de volgende ronde. Daar had ze het Van Haersma Buma nog knap lastig kunnen maken, door juist haar feminiene kwaliteiten te benadrukken en het feit te accentueren dat ze zo anders is: niet-Haags en niet belast met de historie van samenwerking met de PVV.

De CDA-leden kozen voor de veilige kandidaat, Van Haersma Buma, dus we zullen niet weten wat Keijzer nog had kunnen doen in een tweestrijd. De urgentie en noodzaak tot verandering is kennelijk niet groot genoeg binnen de partij. Dit zou na de verkiezingen in september weleens anders kunnen zijn.

Prof.dr. Janka Stoker en dr. Floor Rink werken aan de faculteit economie en bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.