Ik was een jong paard dat wilde racen

Marc Dullaert (Zutphen, 1963) is de eerste Nederlandse kinderombudsman. Deze week bracht hij de eerste kinderrechtenmonitor uit. Veel geld verdienen vond hij in het begin van zijn carrière belangrijk. Tot hij een keer verdwaalde in Sierra Leone. „Dat was Dantes hel.”

Congo

„Waar ik giftig van word, is het druppel-op-een-gloeiende-plaatverhaal. Dat heb ik zo vaak gehoord. Ik geloof in de menselijke maat, elk kind is er een. De winnaar van de Kindervredesprijs 2009 was Baruani, een jongen die was gevlucht uit Congo. Moeder dood, vader dood, hij komt terecht in een kamp met honderdduizend kinderen. Genoeg om weg te kruipen in een hoekje en te denken dat je leven voorbij is. Wat doet Baruani: hij knutselt een radio in elkaar en begint een programma om kinderen met hun ouders te herenigen. Het Rode Kruis nam het over, het werkt nu voor heel Oost-Afrika. Dat iemand die zo in de knel zit kiest voor het hogere, daar voel ik me klein bij. Daar word je nederig van.”

Topantiquair

„Mij is ingepeperd dat het belangrijk is een eigen zaak te hebben, vrij te zijn. Niet in financiële zin, maar onafhankelijk van anderen. Mijn vader had een handelsmaatschappij en ontwikkelde onder meer lasers voor de industrie. Hij werkte door tot zijn 72ste. Mijn moeder werkte mee in de zaak, ook tot op hoge leeftijd. Ondernemen was belangrijk. En het katholieke geloof was belangrijk. Mijn oudere tweelingbroers hebben beiden theologie gestudeerd: Ricus is naast pastor topantiquair, Peter heeft een spirituele uitgeverij. Ik hoorde mijn ouders eens overleggen hoeveel geld ze anoniem zouden geven aan iemand uit de stad die financieel in nood zat. Er was het besef dat je dienstbaar moet zijn. You receive to give.”

Keizer Wilhelm

„Ik heb altijd dingen van nul af willen creëren. Dat is een familietrek. Mijn grootvader begon voor de oorlog de eerste keten van huishoudelijke winkels, een soort Blokker avant la lettre. Zijn vrouw was een van de eerste vroedvrouwen die ging lesgeven. Ze vond dat het allemaal veel beter kon. Mijn opa van moederskant was een Duitser die in de Eerste Wereldoorlog voor keizer Wilhelm naar het front moest. Toen hij terugkwam, had zijn vrouw het op een handelen gezet. Huizen en gebouwen, ze had een heel vastgoedpakket. In de Tweede Wereldoorlog moesten ze alles achterlaten en begonnen ze in Zutphen, met niets, een hotel-restaurant.”

Gorbatsjov

„In 2005 zag ik op Schiermonnikoog de uitreiking van de Nobelprijs voor de Vrede. Ik dacht: waarom is er eigenlijk geen Nobelprijs voor Kinderen? In Ethiopië had ik eens op een rally een meisje zien spreken dat dertigduizend mensen op de been had gekregen tegen vrouwenbesnijdenis. Zulke kinderen zijn iconen, ze staan voor een recht van alle kinderen. Die moet je een podium geven. Ik ontdekte dat er een club bestaat van winnaars van de Nobelprijs voor de Vrede, voorgezeten door Gorbatsjov. Zoeken, zoeken, zoeken, tot ik een Nederlandse meneer vond die me bij hem kon introduceren. In Moskou sprak ik hem niet aan als staatsman, maar als grootvader: we praatten over zijn kleinkinderen. Toen mocht ik in Rome de Kindervredesprijs introduceren. Grote bedrijven als ABN Amro en Akzo Nobel betalen de prijs.”

Jong paard

„Veel geld verdienen, carrière maken, vond ik in het begin belangrijk. Na mijn studie sociale wetenschappen en communicatie heb ik vier jaar bij een reclamebureau gewerkt. Je hebt een enorme energie in je, je voelt dat je veel kan. Dan ben je net een jong paard dat wil racen met de andere paarden. Ik was al gauw verantwoordelijk voor de Franse kroonjuwelen Peugeot en Chanel. Tot ik een charismatische directeur tegenkwam van Foster Parents Plan. Die zei: kun je met jouw talent niets beters doen dan zeep verkopen? Ik was beledigd, maar ook geprikkeld. Binnen anderhalve week werkte ik voor hem. Marketing, fondsenwerving, veel reizen naar ontwikkelingslanden.”

Villa Felderhof

„Ooit wilde ik zelf een bedrijf opzetten. Dat werd productiemaatschappij Dullaert & Dumas. Paul Dumas kende ik van Nyenrode. Hij is de man achter De Slegte, die pas boekhandelketen Selexyz heeft gered. We begonnen in een gymzaal in Hilversum, met derderangs bureaus. We eindigden met kantoren in Londen, Berlijn, Brussel, Leuven en 250 man personeel. Mijn ouders waren trots, maar ook bang dat ik me te veel zou laten verblinden door de glamour. Mijn moeder was blij toen ik Villa Felderhof ging produceren. Ze zei: „Dat gaat tenminste ergens over.” Wat ze ook prachtig vonden, was een Duitse kostuumfilm die werd uitgezonden op Eerste Kerstdag: Der weisse Afrikaner. Als ik iets als Oh Oh Cherso was gaan doen, kon ik thuis geen koffie meer komen drinken.”

Surséance

„We hebben het bedrijf verkocht aan een private-equityfonds. Dat heeft mij financieel onafhankelijk gemaakt, al was dat niet het doel. Het bedrijf is er bijna aan te gronde gegaan. Ze zagen ons als handelswaar, wilden ons niet verder uitbouwen. We hebben de zaak teruggekocht en zijn in surséance gegaan. Dat was een zware tijd. In ons prachtige kantoor was ik letterlijk alleen over met mijn secretaresse. Het was mijn eer te na om failliet te gaan. Ik heb het bedrijf opgeknipt en een akkoord gesloten met een paar honderd crediteuren.”

Dantes hel

„Het is een soort leegte om alleen maar te ondernemen. Als tv-producent was ik in 2003 in Sierra Leone. We reden verkeerd en kwamen in een vluchtelingenkamp terecht. Daar zag ik overleden kinderen letterlijk op een stapel gegooid worden. Afschuwelijk. Dantes hel. Ik had eerder kinderen ontmoet die in mijnen en bordelen werkten. Maar als je zoiets ziet zonder dat je het verwacht, slaat de bliksem in. Je bent niet op je qui-vive, je pantser is af. Ik dacht: nu is het afgelopen, ik moet iets doen. Thuis heeft mijn vrouw een logo gemaakt, heb ik een naam bedacht en hebben we Kidsrights opgezet.”

Tapijtindustrie

„Ik heb principes uit het bedrijfsleven toegepast op het businessmodel. Bedrijven financieren de overhead, zodat elke euro van onze donateurs naar de projecten kan. Eén project is het bevrijden van kindslaven in India. Niet met grof geweld. Als onze zusterorganisatie in India vermoedt dat een kind wordt geëxploiteerd in een mijn of in de tapijtindustrie, gaat ze dat onderzoeken. Na een verzoek aan de rechtbank wordt het kind door de politie ontzet. Het afgelopen jaar zijn zo 1.100 kinderen bevrijd. Vorige week heeft een Indiase rechtbank ons handvest voor het herkennen van kindslavernij geadopteerd voor alle rechtbanken in India. Dat is een majeure stap.”

Vechtscheidingen

„Mijn dochter zag de advertentie voor de eerste Nederlandse kinderombudsman. Ze zei: doe ook eens iets voor kinderen in Nederland. Men dacht, geloof ik, dat het een klachtenbak voor een paar kinderen zou worden, maar dat heeft anders uitgepakt. Het afgelopen jaar hadden we duizend contacten met kinderen, ouders, advocaten, medici, mensen van jeugdzorg. Deze week hebben we de eerste jaarlijkse kinderrechtenmonitor uitgebracht. Van de Nederlandse kinderen is 85 procent gelukkig, maar met een aantal groepen gaat het echt niet goed. Die worden mishandeld, zitten vast in vechtscheidingen of moeten jaren wachten op een verblijfspapiertje.”

Gidsland

„Nederland was een gidsland op het gebied van kinderrechten, maar is aan het afglijden. Wij zijn het enige land ter wereld dat het volwassenenstrafrecht wil toepassen op zestien- en zeventienjarigen. Terwijl langer straffen aantoonbaar niet helpt. Daarover hebben we een ongevraagd advies aan staatssecretaris Teeven gestuurd. Vier op de vijf aanvragen voor gezinshereniging worden afgewezen. Zo belet je kinderen bij hun biologische ouders te zijn. Wij gaan dat onderzoeken. Drieduizend asielzoekerskinderen verkeren in grote psychische nood. Dat hebben we aangetoond in het rapport Wachten op je toekomst. Dan kun je niet langer je gezicht afwenden. De Tweede Kamer moet dat oplossen.”

Over de heg

„Binnenkort gaat jeugdzorg van de provincies naar de gemeenten. Dat baart mij ongelooflijk zorgen. In de grote steden is het in orde, maar veel wethouders in middelgrote gemeenten weten van toeten noch blazen. Toch worden ze ineens verantwoordelijk. Daar moet toezicht op zijn, gemeenten moeten begeleid worden. Jeugdzorg is niet iets wat je over de heg gooit.”