Het betere ballen gooien

Soms leest Dr. Zeepaard een boek. Dit keer was dat Het Klokhuisboek over sport en wetenschap. Geweldig fijn!

Dr. Zeepaard kent een leuk spelletje. Zet een kartonnen doos tegen een muur. Pak een bal en gooi die tegen de muur. Doe het zo dat de bal via de muur terugstuit in de doos. Doe dat tien keer achter elkaar. Hoe vaak is de bal in de doos gestuit? Niet vaak waarschijnlijk.

Daarom moet je een truc gebruiken. Houd de bal voor je borst met de duimen naar je toe. Gooi de bal en duw tegelijkertijd je duimen naar beneden. De bal gaat draaien in de lucht. Als hij nu de muur raakt, valt ie steil naar beneden. Raak!

Dat terugdraaien van de bal noem je op zijn Engels backspin. Basketballers gebruiken de truc om de bal via het bord in het hoge net te gooien, vooral bij vrije worpen. Tennissers laten de bal terugdraaien door hem aan de onderkant een beetje te ‘vegen’. Dan stuit hij minder hoog op en moet de tegenspeler dieper door de knieën. En er zijn nog andere vormen van ‘effect’, zoals het laten draaien van een bal heet.

Die manieren staan allemaal in Het Klokhuisboek over sport en wetenschap. Het boek is geschreven door Fiona Rempt en de makers van Het Klokhuis, het tv-programma dat moeilijke dingen altijd goed uitlegt. Dit geweldige boek is extra leuk om te lezen, omdat deze zomer de Olympische Spelen worden gehouden.

Dr. Zeepaard heeft nooit geweten dat bij dat sporten zoveel wetenschap en techniek komt kijken. Zo gebruiken voetballers effect om bij een vrije trap de bal om een ‘muur’ van spelers te schieten. Hoe komt die bal aan zijn kromme baan?

Een effectbal maakt een soort draaikolk van lucht om zich heen. Aan één kant van de bal beweegt die kolk mee met de luchtstroom. Aan de andere kant beweegt hij tegen de luchtstroom in. Daardoor buigt de bal af en vliegt in een kromme lijn door de lucht.

De onderzoeker Heinrich Gustav Magnus liet dit al zien in 1852 met een draaiende kogel. Daarom heet dit het Magnus-effect.

Zo staan er in het boek veel meer interessante weetjes. Een zwemmer moet voor een wedstrijd precies in de juiste houding op het startblok staan. De ideale afzethoek om snel weg te komen is bijvoorbeeld voor topzwemster Marleen Veldhuis 25 graden. Bij 23 graden komt ze te plat in het water. Bij 27 graden te diep. Een paar centimeter maakt dus een wereld van verschil! Daarom oefent Marleen elke dag lang met een speciaal startblok.

Het boek leert je ook om je eigen sportprestaties te verbeteren, zoals met oefeningen om leniger te worden. En weet je hoe kunt leren jongleren? Oefen eerst met dunne sjaaltjes; die vliegen langzamer en kun je makkelijk vangen.