Grrrritto! grrrritto! grrrritto! grrrritto!

Natuurbeheer

De weidevogels hebben het moeilijk. Maar in polder de Ronde Hoep is de grutto terug – dankzij de boeren.

De grutto’s zijn terug. In polder de Ronde Hoep, onder Ouderkerk aan de Amstel, klinkt hun schrille roep over de weiden: “Grrrritto, grrrritto!” Eind april telde de polder al 224 broedparen van de grutto. “Vorig jaar hadden we er zelfs 238. Dat was een record, één paartje meer dan in 1974!” zegt ecoloog Mark Kuiper glunderend. Hij is adviseur van de Agrarische Natuurvereniging De Amstel waarin zo’n 80 boeren uit de streek samenwerken om de weidevogels te beschermen.

In het hart van de polder ligt een 165 hectare groot weidevogelreservaat van Landschap Noord-Holland, omringd door moderne melkveehouderijbedrijven. “In het reservaat heerst een extra hoog waterpeil”, vertelt Kuiper. “In de natte weilanden groeit het gras wat langzamer, dus kan er ook later worden gemaaid. Daardoor krijgen weidevogelkuikens meer kans om op te groeien.” Landelijk is de gruttostand sinds 1974 met 50 procent afgenomen, maar hier gaat het weer goed.

Vanaf de Amsteldijk gaat een huifkar vol stadsbewoners geregeld op ‘poldersafari’ het weiland in om van de vogelrijkdom te genieten. Afgelopen dinsdag zat de kar vol met boeren en natuurbeschermers, die toekeken hoe hun voormannen aan de rand van het vogelreservaat een contract ondertekenden om de jarenlang bestaande samenwerking nu ter plekke feestelijk vast te leggen. Al meteen achter de boerderij scharrelt een lepelaar bedrijvig door het hoge gras. In de sloot zwemt een eend met kuikens. Hoe verder je de polder inkomt, hoe meer vogels.

Grutto’s en tureluurs scheren luidruchtig over onze hoofden. De kieviten hebben al grote jongen. “Tweede Pinksterdag gaan we weer tellen”, zegt Kuiper. “Dat zijn de BTS-tellingen. BTS staat voor bruto territoriaal succes. Soms zie je in april heel veel grutto’s in een polder en dan denk je dat het goed met ze gaat – maar die beesten planten zich niet voort. Dàt is het kernprobleem van de grutto. De grutto is een van de sterkste vogels die er zijn. Zijn ze eenmaal volwassen, dan is de kans dat ze doodgaan heel klein. Doorslaggevend voor hun broedsucces is dat er voldoende kuikenland moet zijn, waar de kuikens ongestoord kunnen opgroeien. Dat is hier goed gelukt!”

De agrarische natuurvereniging houdt de vogelstand al jaren secuur bij. De territoriumtellingen zijn eind april. Dan lopen vrijwilligers door het land en markeren op kaarten de plekken waar paartjes grutto’s zich vestigen. Eind mei volgt de alarmtelling, dan worden grutto’s genoteerd die luid alarm slaan op de tellers – die vogels hebben kuikens.

Kuiper: “Van de broedparen die we vorig jaar in april hebben geteld hadden er op 21 mei 229 een gezin. Dat is een broedsucces van 90 procent. De Ronde Hoep is nu een ‘brongebied’. Van daaruit hopen we grutto’s te gaan ‘exporteren’ naar andere veenweidegebieden. Om de soort in stand te houden is een bruto territoriaal succes van 50 tot 55 procent nodig. Van de kuikens sterft een groot deel in het eerste jaar door kou, gebrek aan voedsel of door roofdieren.”

Het bijzondere aan polder de Ronde Hoep is de ronde vorm. De polder wordt omringd door veenriviertjes, waaronder de Amstel en de Oude Waver. Over de dijken kun je een rondje van 17 kilometer fietsen. In de polder zelf lopen geen wegen en er is geen bebouwing, je ziet alleen maar vlakke, groene weilanden. Vanuit de lucht – of op de kaart – zie je de kavels liggen als spaken in een wiel. De veenontginningen vanaf de elfde eeuw zijn uitgevoerd loodrecht op de omringende riviertjes en zo is deze bijzondere ronde vorm ontstaan. Het 165 hectare grote reservaat wordt onderhouden door maar liefst 25 boeren. Zij hebben hun boerderijen langs de dijk en het natte vogelland waar de gruttokuikens ongestoord kunnen opgroeien ligt het verst bij hun bedrijf vandaan.

Een groot deel van het reservaat wordt pas na 15 juni gemaaid. De boeren zorgen voor voldoende afwisseling in het grasbeheer. Dat heet mozaïekbeheer. Sommige percelen worden beweid tot 8 mei, waarna koeien en schapen de wei uitgaan en er ideaal gras voor de gruttokuikens kan groeien. Andere percelen worden ‘extensief’ beweid: er lopen dan zo weinig koeien dat er voldoende gras blijft staan om de kuikens een schuilplaats te bieden.

Sinds de winter van 2008/2009 heeft het vogelreservaat ’s winters een extra hoge waterstand. In de vochtige bodem leven veel regenwormen en andere kleine diertjes dicht onder de oppervlakte. Daardoor kunnen de weidevogels hier als ze in het voorjaar hongerig en vermagerd terugkeren uit Afrika gemakkelijk veel voedsel vinden. Bovendien is door de hoge waterstand de grasgroei sterk vertraagd, zodat de grutto’s en andere weidevogels de tijd krijgen om hun kuikens in ongemaaid gras vliegvlug te krijgen. De hoge waterstand trekt overigens ook in de winter enorme groepen vogels aan. Er worden dan tienduizenden kieviten en goudplevieren geteld.

“Zulk natuurbeheer is goedkoop en het past economisch prima in de bedrijfsvoering van een modern boerenbedrijf”, zegt voorzitter Kees Lambalk van de agrarische natuurvereniging. “Die percelen kuikenland zijn op allerlei manieren economisch in te passen. Het gras is wat minder eiwitrijk en dat is juist heel geschikt voor jongvee, voor droogstaande koeien en als paardenvoer.” Het past ook goed in de bedrijfsvoering van biologische bedrijven – twee van de 25 melkveehouders in de Ronde Hoep werken biologisch.

Boeren kunnen afhankelijk van de vogelrijkdom in de regio een provinciale vergoeding van 69 tot 130 euro per hectare krijgen als ze meewerken aan het plaatsen van nestbeschermers. Later maaien levert een vergoeding op van 275 euro per hectare (na 1 juni), of 400 euro (na 8 juni), tot 532 euro (na 15 juni). Voor het uitrijden van ruige mest, dat is stalmest met strootjes erin, in het reservaat is een vergoeding van 130 euro per hectare mogelijk. Kuiper: “De vogels houden van die strootjes en de mest zit vol dierlijk leven. Daardoor komt het bodemleven op het land veel eerder op gang dan wanneer je de dunne drijfmest uit de moderne ligboxenstallen in de grond injecteert. We gaan volgend jaar experimenteren met mestscheiding om het dikkere deel van het dunnere deel van de drijfmest te scheiden en dat dan op het land te brengen. We zijn heel benieuwd of de vogels dat waarderen.”