Dreigen met de drachme

Hoe nu verder met Griekenland? Deze week nam de onrust over het voortbestaan van het land binnen de eurozone snel toe, zowel op de financiële markten als in de politiek.

Veel armslag hebben de Grieken niet meer. Zelf denken ze hun lot te kunnen uitstellen tot zondag 17 juni. Dan worden voor de tweede keer in anderhalve maand verkiezingen gehouden, in de hoop dat er daarna wel een regeringsmeerderheid is te vormen.

Maar de kans wordt met de dag groter dat die tijd er niet is. De beslissing over de euro ligt niet meer in handen van de Grieken zelf noch in die van de monetaire beleidsmakers in Europa. De bankensector in Griekenland wankelt nu namelijk onder de gestage uitstroom van deposito’s. Het zijn Grieken zelf die hun eigen geld voor de zekerheid in veiligheid brengen.

Naarmate dat massaler gebeurt, wordt de stembusgang over vier weken steeds minder relevant. Bovendien neemt door deze kapitaalvlucht het risico op besmetting van Spaanse en Italiaanse banken toe. De Grieken die hun bankrekeningen leegtrekken zetten dus niet alleen hun eigen land, maar de eurozone op het spel.

Hoe lang moet de rest van Europa dat tolereren? Binnen Europa was Griekenland vanaf het begin een vreemde eend in de bijt. De eurocrisis is een vervolg op de mondiale kredietcrisis van 2008. Maar als het gaat om ‘schuld en boete’ onderscheidt Athene zich in zeer negatieve zin van de meeste andere eurolanden. Griekenland is met gefabriceerde statistieken toegetreden tot de euro. En ook daar bleef het structureel met de overheidsstatistieken sjoemelen.

Die onbetrouwbaarheid van de Griekse politieke elite duurt voort. Het is daarom onzeker of de draconische bezuinigingen ooit volledig worden uitgevoerd. Zelfs als dat gebeurt, blijft Griekenland in 2020 nog zitten met ondraaglijke schulden.

Is het dan niet beter het land vaarwel te zeggen? Zo eenvoudig ligt het niet. Allereerst bestaat dé Griek niet. Er zijn Grieken die erkennen dat er offers moeten worden gebracht. Zij hebben op 17 juni de kans een meerderheid te vormen voor de drie pro-europartijen (Nieuwe Democratie, PASOK en Democratisch Links) die zich committeren aan het saneringsbeleid, althans pro forma. Stemt een meerderheid toch op de anti-europartijen, dan verdient het land niet de miljarden euro’s en de daar aan verbonden risico’s.

Maar dan nog. Wat moet er in de tussentijd gebeuren om te voorkomen dat die verkiezingen er voor het eurolot van Griekenland niet meer toe doen? Welke maatregelen zijn nodig én aanvaardbaar om het land überhaupt nog overeind te houden? Hoe veel geld mag er in de bodemloze put worden gestort? Hoeveel geweld kan de Europese Centrale Bank (ECB) zichzelf aandoen? Het moment nadert snel dat er keuzes moeten worden gemaakt.

Europa kan een Grieks vertrek uit de eurozone nu beter aan dan twee jaar geleden. Maar de schade zal enorm zijn. Het precedent dat een lidstaat de euro kan verlaten, blijft gevaarlijk omdat het kan leiden tot een domino-effect, waarbij meer landen uit de euro worden geduwd. Net zo lang totdat de munt zelf uiteenvalt.

Er zijn ook voordelen verbonden aan een Griekse exit. De eurolanden kunnen zich dan concentreren op de integriteit van de eurozone zelf. Er is meer kapitaal en energie voor bijvoorbeeld Spanje dat zichzelf, anders dan Griekenland, minder hoeft te verwijten.

Beide afwegingen kunnen in theorie worden uitgesteld tot na de verkiezingen van 17 juni. In de praktijk is het echter meer dan denkbaar dat de eurozone eerder op deze tweesprong staat.

Zo ja, dan is de bottomline bij een noodverband voor Griekenland deze. Als de ECB maatregelen moet nemen die de basale integriteit van de centrale bank ondermijnen en als de regeringsleiders in de eurozone hun burgers moeten voorliegen dat de leningen zullen worden terugbetaald, dan is de prijs te hoog.

Het kan niet zo zijn dat de hele eurozone langs de rand van de afgrond gaat omdat Griekenland nog een paar weken gered moet worden. Het is een afgrijselijk, maar helaas realistisch dilemma.