De markt ís geen bondgenoot

„Linkse politici keken zo lang naar de werkelijkheid met een rechtse bril, dat ze niet meer geloven dat wat hun kiezers willen, ook echt kan.” SP-ideoloog Ronald van Raak over het failliet van de BV Nederland, het heroveren van woorden op rechts en de mogelijkheid dat de PvdA daadwerkelijk wil samenwerken.

Niemand hoeft bang te zijn voor de Socialistische Partij. Dat vertellen SP-politici in aanloop naar iedere verkiezing, in talloze varianten, al jarenlang. De scherpe kantjes zijn van het partijprogramma af, het radicale, maoïstische verleden is begraven. En nu de SP in sommige peilingen in een nek-aan-nekrace is beland met de VVD om de meeste Kamerzetels, dringt de vraag zich op: wil de partij nog wel dat er íémand bang is voor een SP-regering?

„Ja hoor”, zegt de ideoloog van de SP, Kamerlid Ronald van Raak. „Iedereen die meedraait in de baantjescarrousel. We zijn er niet voor de bestuurders die eerst falen bij een hogeschool, vervolgens een ziekenhuis besturen, Kamerlid worden voor een keurige middenpartij en daarna, even makkelijk, goed geld verdienen als lobbyist van een grote bank. De elite moet af en toe worden vervangen. Al decennia gebeurt dat niet, vanuit het vreemde idee, ontstaan in de jaren tachtig, dat Nederland een BV is die moet worden bestuurd. Daardoor is een kaste aan managers ontstaan die geen enkel contact meer hebben met de werkvloer. Dat klinkt als een cliché, maar het is waar.”

De partijideoloog (42), tevens rechterhand van partijleider Emile Roemer, heeft iets van de eeuwige student, met zijn ronde brilletje, sluike haar en tengere gestalte. Maar noem hem geen „denker”. Ik ben een politicus, zegt Ronald Van Raak. En dat is een doener. Hij zit niet in de politiek „om te filosoferen”. „Goede filosofen stellen vragen. Goede politici geven antwoorden.”

Bovendien moeten die antwoorden consistent zijn, meent Van Raak. „Politieke commentatoren, journalisten en filosofen kunnen iedere week van mening veranderen, als ze het maar mooi verwoorden. Als politicus moet je vasthouden aan jouw analyse, ook als dat even minder goed past bij de mode van de dag.”

Het eerste gesprek met Ronald van Raak vond plaats in juni vorig jaar, het tweede enkele maanden later en het derde nu, mei 2012. En inderdaad, hoe tumultueus de ontwikkelingen in de Nederlandse politiek ook waren, de antwoorden van Van Raak veranderden nauwelijks. Hij lijkt zelf ook meer geïnteresseerd in de constanten in de Nederlandse politiek. Zoals: PvdA’ers gebruiken in verkiezingstijd de standpunten, analyses en woorden van de SP.

Altijd zo geweest, aldus Van Raak, al ziet hij wel een verschuiving. „Na verkiezingen zocht de PvdA ogenblikkelijk samenwerking met rechtse partijen. Met de middelen van de vrije markt de onderklasse helpen, dat was de gedachte. Die gedachte is nu definitief failliet, net als die van de BV Nederland. Ook de PvdA begrijpt inmiddels dat onze analyses niet naïef en onwerkbaar zijn. De markt ís geen bondgenoot. En het is stom om niet te willen regeren met de partij die inhoudelijk het dichtst bij je staat.”

Een andere constante die Van Raak signaleert is „de naïeve gedachte” dat mensen links zullen stemmen om de schuldigen aan de crisis te straffen: „Veel mensen dachten: als zij graaien, dan wil ik ook graaien. Ik wil mijn deel uit de pot. Rechts heeft dat sentiment gemobiliseerd. Vergeet niet: de markt heeft wel degelijk een moraal. De markt propageert individualisme, competitie, nutsmaximalisatie. Als de overheid dat vijfentwintig jaar lang propageert, moet je niet vreemd opkijken dat mensen daarnaar gaan handelen.”

Links kan er dus niets aan doen?

„Dat zeg ik niet. Een probleem is dat veel graaiers aan de top oorspronkelijk links waren. Bij zorginstellingen, woningbouwcorporaties, onderwijsinstellingen, noem maar op. Ik maak mee dat mensen tegen mij tekeergaan over links. Als ik dan uitleg dat wij juist altijd tegen het graaien hebben gestreden, zeggen ze: ‘Maar jullie bedoel ik niet, jullie zijn niet links.’ Nou, dat is de SP wel, en niet zo’n beetje ook! Dan leg ik uit dat die partijen waar zij boos op zijn, misschien wel niet zo links zijn. Ik wel. Dan leg ik uit waarom ik mezelf socialist noem.”

Een bedreigde diersoort?

„Nee hoor. Al is het wel zo dat alleen de SP in Nederland linkse politiek vertegenwoordigt, oké, met de Partij voor de Dieren. Ik zie nu een oprecht verlangen bij PvdA’ers om terug te keren naar de eigen roots, dus wellicht dat die partij eindelijk een keuze maakt en zich bij ons voegt. D66 en GroenLinks hebben al een keuze gemaakt: die willen een soort lifestylepartijen zijn in het midden. Een legitieme keuze, maar de linkse politiek is daar niet mee geholpen.”

Zij zijn progressief, de SP conservatief.

„Nee. Ik snap nog altijd niet wat er progressief is aan het afbreken van sociale zekerheid, de verkoop van publieke diensten, of oorlog voeren in Afghanistan. Ze vinden dat enorm dapper en vooruitstrevend van zichzelf, terwijl hun verhalen over moderniseren, flexibiliseren en klaarmaken voor de eenentwintigste eeuw in feite neerkomen op afbreken, kapotmaken en teruggaan naar de negentiende eeuw.”

De SP wil veel naoorlogse regelingen behouden; dat is toch conservatief?

„Als het verdedigen van de sociale zekerheid conservatief is, dan is het afbreken daarvan niet progressief, maar reactionair. Progressief betekent dat je met nieuwe, interessante voorstellen komt. Afbreken is dat niet. En trouwens: is het conservatief om de zeggenschap van mensen over publieke voorzieningen te vergroten? Om kleinschalige zorg en onderwijs in de buurt te organiseren? Om flexwerkers meer sociale zekerheid te geven? Volgens mij niet.

„Woorden als ‘conservatief’, ‘progressief’ en ook ‘populistisch’ zijn plakkertjes die worden gebruikt om discussie uit de weg te gaan. Ik vind dat je moet uitleggen waarom je denkt dat het goed is om mensen onder het minimumloon te laten werken, dan kun je niet gewoon zeggen: ‘omdat ik liberaal ben’. Dan ga je mee in dat lifestyle-denken: argumenten tellen daarin niet, alleen woorden en de gevoelswaarde daarvan.

„Nog zo’n woord: kosmopolitisch. Je kunt wel kosmopoliet zijn, vind ik, maar dan moet je niet bang zijn voor mensen uit Diemen-Zuid. Zij die zo opgeven over hun eigen kosmopolitisme koesteren vaak een abstracte solidariteit met mensen uit Afrika en Afghanistan, maar een angst voor mensen en hun opvattingen uit de achterstandswijk een paar straten verderop. Dat kan niet. Of nee, het kán wel: maar dan ben je geen kosmopoliet.”

Is het een kwestie van woorden?

„Voor een deel, ja. Rechts is de strijd om woorden aan het winnen. In Amerika zie je dat al langer. Neem een woord als ‘verantwoordelijkheid’. Rechts heeft zich dat woord toegeëigend. Het wordt altijd geassocieerd met individuele verantwoordelijkheid.

„Maar waar is de maatschappelijke verantwoordelijkheid? De verantwoordelijkheid voor elkaar? En neem het woord ‘democratie’. Als er één beweging is die altijd gestreden heeft voor meer democratie dan zijn dat socialisten. Rechts lijkt er nu mee weg te lopen, ten onrechte. Want algemeen kiesrecht komt echt niet van liberalen of christen-democraten.”

Mensen associëren de SP niet direct met democratie. Dat weet u?

„Ja, dat weet ik. Maar dat is onterecht. Die associatie is misschien een erfenis uit onze buitenparlementaire tijd, de jaren zeventig en tachtig. Al jaren is de SP een bijzonder democratische partij, intern en in haar kijk op de samenleving.

„Jij vraagt naar het democratisch gehalte van de SP, terwijl ik denk dat het interessanter is een antwoord te vinden op de vraag waarom politici die zichzelf democraat noemen, zoveel zaken aan de markt overlaten. Geloof me: de markt is niet democratisch. Natuurlijk is het moeilijk om de zorg goed te organiseren, of de treinen op tijd te laten rijden, maar schuif die verantwoordelijkheden niet af.

„Als je kritiek hebt op het streekvervoer, moet je tegenwoordig in Frankrijk zijn, bij Veolia. Kritiek op de energie? Dan moet je in Duitsland zijn. Dat is democratisch niet in orde. Kijk, de politiek bepaalt voor een belangrijk deel de publieke moraal. Op het moment dat politici zeggen: wij nemen geen verantwoordelijkheid meer voor publieke diensten, zal je zien dat ook burgers minder verantwoordelijkheid nemen voor de publieke sector.”

PvdA-ideoloog René Cuperus zegt: de politieke energie ligt op rechts. Dat moet u zich als SP’er toch aantrekken?

„Jazeker. Maar de oorzaak ligt bij linkse politici die zijn meegegaan in een rechtse kijk op de wereld, en daar is de SP niet schuldig aan. Zo zijn veel linkse politici meegegaan met het idee dat als we ons zo min mogelijk met elkaar bemoeien, je dan vrij bent. Dat is niet zo. Waarom is Nederland een vrij land? Omdat we goed georganiseerd zijn, omdat we een beetje naar elkaar omkijken.

„Vrijheid is niet het beginpunt maar het doel van politiek. Alle vormen van gemeenschappelijke organisatie, ook die van de overheid, zijn er om vrijheid te bevorderen, niet te beknotten. Linkse vrijheid, wel te verstaan.

„Concreter? Als je 70.000 mensen uit de sociale werkplaatsen naar de bijstand schopt dan zijn die mensen minder vrij, zo simpel is het. Je bent vrij als je een beroep kunt doen op zorg. Je bent vrij als je op school wordt voorbereid op de samenleving, als je als oudere steun krijgt, enzovoorts.”

Dus PvdA’ers zijn te modieus, vandaar die rechtse kijk op de wereld?

„Sinds de doorbraak van het neoliberalisme in Nederland is het mis. De onzekerheid van de PvdA werd mooi gemarkeerd toen Wim Kok in 1995 zei dat de partij ‘gelukkig’ de ideologische veren had afgeschud. Wat daarvoor in de plaats kwam is existentiële angst. Wie niet meer weet wie hij is, weet ook niet meer wat hij vindt. Daarom was het ook lange tijd moeilijk afspraken maken met PvdA’ers.

„Als ik een PvdA-collega hoor, denk ik wel eens: zeg nu toch gewoon wat je vindt. En als je niks vindt, houd er dan gewoon mee op. Bij GroenLinks en D66 zijn ze nog stelliger in het omarmen van een rechts wereldbeeld. Eigenlijk is dat vreemd, omdat alle opiniepeilingen laten zien dat mensen trots zijn op Nederland omdat de tegenstellingen hier niet erg groot zijn en de toegang tot onderwijs en zorg goed is geregeld. Een meerderheid van Nederlanders is bang voor meer tegenstellingen en afbraak van sociale zekerheid, terwijl een meerderheid van de politici juist dat propageert. Rechts wil mensen ervan overtuigen dat wat de meerderheid van de Nederlanders wil, niet kan. Het komt er voor links nu op aan om mensen te overtuigen dat wat zij willen wél kan.”

Hoe kon het dat linkse politici meegingen in het rechtse verhaal?

„Omdat die linkse politici ook hoog zijn opgeleid, ook een hoog inkomen hebben en er een vrij elitaire kijk op de samenleving op nahouden. Je ziet dat de bevolking zich niet heeft afgekeerd van de politiek, maar politieke elites zich hebben afgekeerd van de bevolking.

„Burgers vragen er juist om dat de politiek haar verantwoordelijkheid neemt. Ze vragen om goede zorg. Maar wat krijgen ze? De keuze uit zorgverzekeringen. Ze vragen de energie goed te regelen, maar krijgen een keuze uit energieleveranciers. De elite heeft van de politiek een supermarkt gemaakt waarin burgers kunnen kiezen uit voorverpakte producten, terwijl de politiek een werkplaats moet zijn waar mensen mee bouwen aan hun eigen samenleving.”

Uw collega’s van PvdA en GroenLinks zijn toch ook tegen privatiseringen?

„Nee hoor. Zij zeggen tegen ons: goed verhaal, maar onhaalbaar, andere partijen willen het niet. Ik zeg dan: hoezo onhaalbaar? Hoe slaagt rechts erin dingen te regelen die de mensen niet willen? Dan zou het ons niet lukken dingen te realiseren die de mensen wél willen?”

Nou?

„Omdat links er zelf niet in gelooft. Dat geeft rechts de macht.”

Hoe verklaart u dat SP-kiezers bij de PVV zijn beland?

„Dat is nauwelijks gebeurd, dat ten eerste. Maar het is waar dat links heeft laten gebeuren dat rechts de thema’s immigratie en integratie heeft gekaapt. Terwijl het signaleren van het probleem niet rechts is. Het was niet Bolkestein, Fortuyn of Wilders die er voor het eerst aandacht voor vroeg. Het was Jan Marijnissen.”

Juist dan heeft de SP gefaald!

„Wij wilden het onderwerp niet in termen van geloof gieten, zoals Wilders doet. Niet omdat zoiets niet mag. Natuurlijk mag dat. Morele verontwaardiging verschaft Wilders alleen maar een geweldig podium. Maar het klopt niet. Stel dat alle moslims vandaag besluiten christen te worden, zijn de problemen dan weg? Heb je dan geen overlast meer van Marokkaanse jongens? Nee. Uit peilingen blijkt dat dit besef door begint te dringen. Wij moeten mensen ervan overtuigen dat Wilders ze uit elkaar speelt met religieuze en culturele argumenten.”

Dat klinkt niet eenvoudig.

„Waarom niet? Volgens mij ben ik niet de enige die ziet dat Nederland minder sociaal en minder leuk wordt. Minder gezellig. Sterker, het land gaat naar de verdoemenis door het egoïsme. De norm lijkt te zijn: parasiteren op de gemeenschap. En daar gaat de gemeenschap aan kapot. Dat verhaal moet je vertellen. Je moet duidelijk maken dat politici die zeggen: ‘Hier gaan we niet meer over’ zich het lot van mensen niet aantrekken. Zij organiseren verantwoordelijkheden van zich af waardoor ze een leemlaag aan managers creëren die niet bezig zijn met beter onderwijs, betere zorg, of een betere politie, maar vooral met het eigen prestige en de eigen portemonnee.

„Velen van hen zijn voormalig ‘linkse’ mensen. Ik ben niet alleen tegen de rechtse elite, maar ook tegen deze linkse elite. Niet omdat ik tegen elites ben, ik behoor zelf tot een elite, maar omdat deze mensen hun verantwoordelijkheid niet nemen.

„Weet je: hoe meer marktwerking je creëert, hoe meer bureaucratie je krijgt. Omdat managers cijfers nodig hebben. Ze hebben immers geen verstand van de zorg, het onderwijs, de politie… dus moeten ze het van de statistieken hebben. Dienstverlening betekent niets voor die managers. Postbodes zijn wegwerpwerknemers geworden. Ik krijg dagelijks verkeerde post in mijn brievenbus. Dat is logisch. Omdat het eervolle, serieuze beroep van de postbode niet meer bestaat.”

Maar iedereen mailt, daar kan toch geen manager iets aan doen?

„Maar dan hoef je de postbode niet te vervangen door een wegwerpstukloner. En dat nagenoeg zonder slag of stoot hier in de Tweede Kamer.”

U lijkt weinig twijfel te kennen. Als filosoof zult u toch beamen dat denken nooit zonder enige twijfel gaat?

„Natuurlijk, maar je moet wel iets hebben om over te twijfelen. Twijfel is goed als basishouding. Maar in de politiek komt het uiteindelijk aan op: durven kiezen.”