Brieven over het rotten van onze democratie

Rutte is het probleem niet, dat zijn de partijen

Marcia Luyten stelt dat het Nederlandse pluriforme landsbestuur lijkt te ontrafelen, dat macht uit politiek Den Haag weglekt naar technocraten en dat de Tweede Kamer kiest voor incidentalisme in plaats van echte controle (Opinie&Debat, 12 mei). Ten onrechte richt ze haar kritiek op premier Rutte.

Het echte probleem zit daar waar nog altijd 84 procent van de Nederlandse politieke macht ligt: bij de democratische politieke partij.

Luytens opmerking dat de politieke partij haar programmatische functie heeft verloren, doet mij vrezen dat zij nog geen partij van binnen heeft bekeken. In elke partij – ik ken er drie van binnen – staat het programma nog altijd centraal en in zeer hoog aanzien.

Het probleem van democratisch Nederland is evenwel dat de intelligentsia zich niet laat zien op de politieke vergaderingen waar die macht concreet vorm krijgt, soms op wat (te) ruige wijze.

De taak van partijleden is de programma’s inhoudelijk scherp en taalkundig deugdelijk te maken, maar ook daarna de gekozen politicus bij de les en bij het programma te houden. Dit vereist dus afdalen naar die vergaderzaaltjes en uithoudingsvermogen. Het lijkt alsof 98 procent van doorgeleerd Nederland dit te min of te eng vindt.

Het resultaat is dat onze democratie verschraalt. De gekozen politicus – lokaal, maar ook zo’n intelligente man als Rutte – wordt niet gecorrigeerd of gesteund of gevoed. De macht lekt weg naar technocraten, de EU en mannen als Wilders.

Albert Appelo

Groningen

Wetgever en uitvoerder raken verkleefd

Marcia Luyten waarschuwt voor het verval van onze democratische instituties. Onze regering lijkt er, zoals zij beschrijft, een gewoonte van te maken niet meer te luisteren naar Raad van State, Hare Majesteit of de Ombudsman. Mijns inziens is dit een van de facetten waaruit blijkt dat onze democratie steeds meer het karakter krijgt van een ‘egotrippocratie’. Het ego van een zichzelf hierin niet herkennende premier staat aan de top van een piramide van achterkamertjes.

Dit heeft te maken met hoe onze wetgeving tot stand komt. Daar wringt de schoen. Een minister wordt op dit punt gevoed door zijn ambtenaren. Die kunnen hem maken of breken. De ambtenaren van zijn of haar ministerie hebben een dubbele pet – ze bereiden de wetgeving voor en zijn tevens belast met de uitvoering ervan.

Deze verkleving van de wetgevende en de uitvoerende macht moet Charles de Montesquieu een gruwel zijn. Als we de wetgevende functie op de ministeries zouden weghalen en onder toezicht van de Tweede Kamer zouden plaatsen, verandert de situatie zodanig dat een regering wordt gedwongen de Kamer om wetgeving te verzoeken. Hierna kan de Kamer besluiten een opdracht hiertoe te verstrekken aan de onder haar ressorterende wetgevingsambtenaren. Het resultaat is enerzijds meer ruimte voor openlijk adviserende instituties en anderzijds een paar achterkamertjes minder.

mr. Vincent Loosjes

Werkendam