BRIEVEN

Antistolling

In het artikel ‘Kalm aan met antistolling’ (Wetenschapspagina, 15 mei) stelt prof. Briët terecht dat Nederland beschikt over een uitstekend stelsel van trombosediensten. Daar voegt uw redacteur aan toe, dat het twijfelachtig is of de gemelde nieuwe antistollingsmiddelen in Nederland wel effectiever zijn, en ook dat zij “mogelijk minder kans geven op hersenbloedingen”. Uit drie onlangs gepubliceerde onderzoeken bij ruim 50.000 patiënten met hartritmestoornissen blijkt dat het risico op hersenbloeding – een catastrofale complicatie van de trombosedienstpillen (0,5% per jaar) – zeer significant gehalveerd wordt met de nieuwe, maar inderdaad wel dure medicamenten. Prof. Briët adviseert nu alvorens tot vergoeding over te gaan een “kort en heftig” onderzoek van 2 jaar in Nederland te doen met de nieuwe middelen ten opzichte van die van de trombosedienst. In Nederland lopen meer dan 200.000 patiënten met hartritmestoornissen bij de trombosediensten. Het moge duidelijk zijn, dat ondanks de goede trombosezorg dit plan in ons land zal leiden tot enige honderden nodeloze en vaak fatale hersenbloedingen. En dit is een “optimistische” schatting.

prof.dr. F.W.A. Verheugt,

cardioloog, Amsterdam

Helpende vogels

Door het artikel ‘Koolmezen helpen de buren’ (Wetenschapsbijlage, 12 mei) moest ik denken aan een voorval zo’n 50 jaar geleden.

In een heg niet ver van mijn huis zat het toen altijd vol met mussen. Op een gegeven moment zette een ekster zijn zinnen op de nesten van de mussen. Plotseling doken enkele tientallen mussen tegelijk op de ekster af, die opvloog maar op nog geen halve meter in de lucht letterlijk door de mussen gezamenlijk dusdanig werd aangevallen dat hij in de sloot viel. Daar bleef hij met zijn vleugels wijd drijven en roeide zo naar de kant, waar hij moeizaam afdroop. Het zijn dus niet alleen koolmezen die elkaar helpen.

Helios Olff

Via e-mail

Bijziendheid

In het artikel ‘Aziatisch kind aan de bril’ (Wetenschapspagina, 4 mei) wordt de epidemie van bijziendheid onder Chinese schoolverlaters besproken. Genoemde mogelijke oorzaken van bijziendheid zijn traagheid van accomoderen en vanaf jonge leeftijd veel binnen zijn en lezen.

Het eerste kan (deels) van een genetische factor afhankelijk zijn: ‘nature’. Het tweede is een kwestie van gedrag: ‘nurture’.

In de afgelopen decennia zijn veel Chinezen van het platteland naar steden verhuisd. Het leven heeft zich van buiten meer naar binnen verplaatst. De weinige kinderen worden door hun ‘tijgermoeders’ opgezweept om te studeren. Dat wat de ouders in hun kindertijd niet konden doen.

Van orthodoxe religieuzen in Israël is bij legerkeuringen van de mannen van deze bevolkingscategorie al eerder vastgesteld dat bij hen meer bijzienden voorkomen. Ook in Nederland is aangetoond, dat min-brillen bij lageropgeleiden in praktische beroepen minder voorkomen dan bij studerenden.

Op basis van het bovenstaande kan verwacht worden dat niet alleen in China, maar ook hier, door vanaf jonge leeftijd massaal gebruik van pret-mini-laptops, i-pads, black-berries, en later meer bureau- en beeldschermgebonden werk het aantal min-brildragers verder zal stijgen.

Bob Dekkers,

arts algemene gezondheidszorg, Rhoon

Steur

In het artikel ‘Europese steur uitgezet in Rijn en Waal’ (Wetenschapspagina, 11 mei) ontbreekt de steur in Spanje. Indien Spanje nog steeds tot Europa gerekend wordt, dan had de aldaar in rivieren aanwezige steur, voor de volledigheid, ook in het betreffende artikel vermeld kunnen worden.

Het is overigens op basis van deze autochtone Spaanse steur dat bij Riofrio volgens Gordon (jawel ‘de’ TV-kok) zelfs de beste kaviaar ter wereld geproduceerd wordt in kweekvijvers.

G.J. de Lange

de Bilt