Brieven

Opbrengst bankentaks moet naar de burgers

Banken moeten betalen voor de financiële crisis die ze deels zelf hebben aangericht. Deze sympathieke gedachte heeft inmiddels ook in Brussel weerklank gevonden. Aanstaande woensdag stemt het Europees Parlement over een voorstel voor een financiële transactietaks die naar schatting 57 miljard euro per jaar kan opleveren. Wat er vervolgens met dit geld moet gebeuren, is nog punt van discussie. De Europese Commissie wil de bankentaks gebruiken als financieringsbron voor de EU-begroting. Rechtvaardiger zou het zijn om de opbrengsten direct te laten toekomen aan de lidstaten en de burger.

‘De EU heeft een eigen inkomstenbron nodig.’ Dit argument gebruikt de Europese Commissie om zich de opbrengsten van de bankentaks – die lidstaten overigens zelf moeten heffen – toe te eigenen. Als goedmakertje voor het afdragen van de bankentaks zouden lidstaten in de toekomst minder hoeven mee te betalen aan de EU-begroting. Dit klinkt goed. Tegelijkertijd moeten we niet vergeten dat de Europese Commissie elk jaar streeft naar een substantiële verhoging van het EU-budget. Prestigeprojecten op het gebied van nucleair onderzoek en ruimtevaart kosten miljarden, net als talloze inefficiënte EU-subsidies. Het zal voor lidstaten niet gemakkelijk worden om de eigen bijdrage omlaag te onderhandelen. Het rechtstreekse afdragen van de bankentaks zal in de praktijk neerkomen op een ongewenste, indirecte vergroting van de afdrachten.

Ook uit moreel oogpunt is het opeisen van de bankentaks door Brussel verwerpelijk. Het waren immers de lidstaten die, gefinancierd door hun eigen burgers, de banken overeind hielden en houden. Nu de banken moeten ‘terugbetalen’, dient de burger hiervan te profiteren. Van de bezuinigingen op zorg, pensioenen en sociale zekerheid moeten als eerste de scherpe randjes af. Dáárvoor moet de opbrengst worden gebruikt, en niet voor het in stand houden van dure EU-projecten waarvoor onder de bevolking meer en meer draagvlak verdwijnt.

Kartika Liotard

Onafhankelijk Europarlementariër

Niet de burger, maar Europa is het probleem

Hubert Smeets geeft een prima analyse van de situatie van middengroepen die door globalisering en Europese eenwording in het nauw zijn gekomen (Opinie&Debat, 12 mei).

Na deze analyse gaat zijn betoog evenwel de mist in. In plaats van te constateren dat ontwikkelingen als het Europaproject de stabiliteit en economische basis van onze samenleving bedreigen, richt Smeets zijn pijlen op de burgers uit de middengroep, die „op zoek gaan naar nostalgische beloften” en „niet te porren zijn voor sprongen in het duister”. Waarom spreekt hij zo denigrerend over de burgers die de economische basis van het land zijn?

Het is niet aan deze burgers te wijten dat ze hun belangen niet vertegenwoordigd weten door reguliere politieke partijen, maar aan de politici die in hun ijver voor het ideaal van een verenigd Europa hun kiezers uit het oog hebben verloren.

Theo Haffmans

Utrecht

Dat asielzoekersprotest is er niet voor niets

De uitspraak „het feit dat de Irakezen niet gedwongen terug kunnen, is geen alibi om dan maar te blijven” van minister Leers (Asiel, CDA) was verbazingwekkend.

Vergeet niet dat deze protesterende asielzoekers zijn gevlucht uit een land waar het onder Saddam Hoessein niet echt prettig leven was. Vluchten moet een wanhoopsdaad zijn geweest. Hetzelfde geldt voor de Somaliërs. Eenmaal uitgeprocedeerd, zonder mogelijkheid om terug te keren, zijn zij weer gedwongen om te ‘vluchten’, ditmaal om te voorkomen dat de Nederlandse politie hen oppakt, vastzet en weer vrijlaat omdat ze niet weet wat ze ermee moet.

Het doet er niet toe dat het tentenkamp in Ter Apel leidt tot sociale onrust. Creëer je dan ‘sociale rust’ door mensen te laten verdwijnen in de illegaliteit? Geef hun onderdak, een dagbesteding die ons allen ten goede komt en een beetje extra diplomatieke inzet voor de juiste papieren om te kunnen terugkeren.

Dean Glasbergen (Noordwijk)

Lilian Oskamp (Den Haag)

Student geschiedenis en studente sociologie, beiden aan de Universiteit van Amsterdam. Politiek actief bij de Jonge Democraten

Waar zijn de idealen van de PvdA gebleven?

Net toen Diederik Samsom als activistische mediapoliticus was warmgedraaid om bij de SP weer wat verloren zieltjes terug te winnen, mislukte het Catshuisoverleg. De Lentepartijen zagen kans om Nederland te redden van een financiële strop. Het enige wat Samsom hiertegenover stelt, is een in mediatrainingen gedrenkte tv- en Twitterklaagzang over koopkrachtplaatjes.

Wat zou het toch fijn zijn als het bij de PvdA weer eens over idealen ging in plaats van koopkrachtplaatjes. Ik moet rondkomen van weinig geld, maar heb ook idealen, die mij vroeger op de PvdA deden stemmen, zoals dat je niet moet bezuinigen op ontwikkelingssamenwerking, omdat het koopkrachtplaatje van iemand in Burundi met 1,28 dollar besteedbaar inkomen per dag veel beroerder is dan dat van Henk en Ingrid in crisistijd, of dat sommige linkse hobby’s de moeite waard zijn om te subsidiëren, ook al voel je dit in je koopkrachtplaatje.

Het zou me een pijnlijke hap uit mijn eigen koopkrachtplaatje waard zijn als de PvdA wat minder met de peilingen van Maurice de Hond bezig zou zijn en wat meer met het landsbelang. Bij de volgende verkiezingen stem ik in elk geval op een Lentepartij.

Jurgen Hofmeester

Amsterdam