Als Napoleon een Maori was geweest...

Soms staat er in een wetboek iets bijzonders, althans voor Nederlandse ogen. Neem nu het Duitse wetboek van strafrecht, art. 46a, samengevat: Als de dader in het kader van een verzoeningsovereenkomst heeft geprobeerd voor een volledige compensatie van zijn misdrijf te zorgen door een substantieel persoonlijk offer, dan kan de rechter zijn straf matigen of kwijtschelden.

Dit heet strafbemiddeling, of straf-mediation. Dit bestaat in Nederland niet, althans niet op deze wettelijke manier. Wij hebben wel alternatieve afhandeling buiten het strafrecht om, in de vorm van herstelgesprekken, buurtbemiddeling en dergelijke, maar de rechter of de officier mag dit negeren en gewoon vervolgen of bestraffen.

Elders in de wereld bestaan er dus wel formele koppelingen tussen publiek en ‘privaat’ strafrecht. Deze functioneren ook. In Nieuw-Zeeland kan de strafrechter de dader bevelen om in overleg met het slachtoffer en de wederzijdse families zelf een straf voor te stellen die herhaling voorkomt en de daad compenseert. De strafrechter legt deze afspraak daarna vast in zijn vonnis – de strafrechter als notaris. De soort straf en de zwaarte worden bepaald door slachtoffer en dader. Ook zware misdrijven, tot verkrachting aan toe, mogen worden voorgedragen voor deze route. Van een bijrol met spreekrecht is het slachtoffer het middelpunt geworden, feitelijk regisseur van het strafproces.

In Argentinië krijgen de dader en het slachtoffer bij misdrijven tot zes jaar gevangenisstraf eerst een oproep voor de mediator. Pas als deze ‘voorbemiddeling’ mislukt of niet mogelijk is, wordt een strafproces überhaupt mogelijk. Mediators doen daar inmiddels net zo veel strafzaken als rechters – vaak sneller en goedkoper, direct op het politiebureau, met advocaten en officieren onder handbereik, meestal binnen drie maanden. Strafzaken plegen er een jaar te duren.

In Oostenrijk kan de officier zaken verwijzen naar straf-mediation als de reclassering positief adviseert. Aanvankelijk was dit alleen bij jeugdstrafzaken, maar sinds 2000 ook bij gewone strafzaken waar minder dan vijf jaar cel dreigt. In Finland schorten rechters de straf op voor de duur van de particuliere compensatieafspraken. Mislukt een akkoord met het slachtoffer, dan volgt de straf van de rechter. De strafrechter is hier dienstverlener aan het slachtoffer, die écht centraal staat. Iets dergelijks kan ook in Canada, waar strafrechters de uitkomst van straf-mediation beoordelen en de eigen straf kunnen laten vallen. Afspraken met het slachtoffer kunnen ook naast ‘gewone’ vonnissen een rol spelen, als voorwaarde bij vervroegde invrijheidstelling.

Het Duitse herstelrecht dateert nog uit de tijd van koning Clovis, toen er voor burgers restitutie en compensatieschema’s bestonden. Dit geldt ook voor andere landen waar vormen van particulier herstelrecht bestaan binnen het strafrecht. De Canadese praktijk wortelt in de gebruiken van de inheemse ‘First Nations’-volkeren, die stambijeenkomsten na misdrijven plachten te houden. De Canadese inheemse volken lieten ieder stamlid toe tot de cirkel. Iedereen mocht spreken, net zolang tot de kring eruit was. De Nieuw-Zeelandse praktijk is geïnspireerd door de plaatselijke Maoricultuur. Ook daar werden misdrijven in kringgesprekken afgehandeld, raakten partijen verzoend en werd sociale uitsluiting voorkomen. De rehabilitatie was ingebakken in het strafproces. De Maorikring bleef beperkt tot dader, slachtoffer en wederzijdse families.

In Nederland is strafrecht een staatsmonopolie. Wij hebben, in de traditie van Napoleon, het slachtoffer grondig uit het strafproces verwijderd en er een proces van gemaakt tussen de verdachte en de staat. Wie hier een misdrijf pleegt, beschadigt vooral de rechtsorde. Het slachtoffer krijgt in dat strafproces de laatste jaren weliswaar meer invloed, zoals spreekrecht en schadevergoeding, maar veel slachtoffers blijven zich toeschouwer voelen. Feitelijk zijn ze dit ook.

De trend naar restorative justice in de wereld in de afgelopen dertig jaar is hier niet helemaal onopgemerkt gebleven. Er bestaat een lappendeken aan projecten en pilots, in de jeugdzorg, het onderwijs, buurtwerk en gevangenissen. In Maastricht had het Openbaar Ministerie van 1999 tot 2011 de mogelijkheid kleine strafzaken af te handelen via mediation, buiten de rechter om. In twaalf jaar zijn er zo’n 250 zaken zo afgedaan. In de helft resulteerde dit in een voorwaardelijk sepot. De rechtbank Amsterdam deed vorig jaar een proef: in 17 van 27 zaken resulteerden de herstelgesprekken in compensatieafspraken. Dit leidde tot voorwaardelijke sepots, uitgestelde straf of schuldigverklaring zonder straf. Ook zes andere rechtbanken gaan het proberen, maar dit wordt pas echt wat als de wetgever z’n schouders eronder zet.

Folkert Jensma

Debat via nrc.nl/rechtenbestuur twitter @folkertjensma