Column

Alles te koop

Foto Bloomberg

‘Soms verbaas ik me erover dat de armen niet massaal de villawijken binnentrekken om daar alles leeg te plunderen.’ Dit heeft Menno ter Braak geschreven, ergens in het midden van de jaren dertig van de vorige eeuw, toen het Westen ook door een crisis was getroffen. Het is geen nauwkeurig citaat en ik weet niet waar u het kunt vinden, maar dit is de strekking.

Toen ik het voor het eerst las, vond ik dat Ter Braak volkomen gelijk had. Proletariërs aller landen, verenigt u! Ge hebt niets te verliezen dan uw ketenen! Jawel, maar tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren. Dit laatste citaat gaat weer over een andere, de gedroomde revolutie van een oudere man. En vrees niets, ik zal u niet langer met citaten lastig vallen. Hier gaat het over de onduldbare dwang van de materiële ongelijkheid die je moet verdragen, want als je dat niet doet, roep je een nog grotere ellende over je af.

Ongelijkheid in welstand hoort nu eenmaal bij de maatschappij of het zit in de schepping ingebakken – daarover hoeven we niet te zeuren. Maar in deze tijd van crisis vraag ik me vrijwel elke dag af wat er in de mensen omgaat die blijven baden in hun onmetelijke rijkdom alsof ze alleen op de wereld zijn. Ik bedoel niet mensen als Bill Gates die ervoor gewerkt hebben, hij heeft een uitvinding gedaan waarvan langzamerhand de halve mensheid gebruik maakt terwijl hij bovendien enorme sommen aan liefdadige doelen geeft.

Het gaat me om de bonusprofiteurs die met een fortuin vertrekken uit een onderneming die ze aan de rand van het faillissement hebben gebracht, of daaroverheen. Ik ben niet afgunstig, ik denk alleen: wat gaan die mensen met hun geld doen? Misschien een idee voor een televisieprogramma: volg de corrupte miljardair.

Om op de hoogte te blijven van wat er in de grote wereld gebeurt, lees ik in dit afgelegen oord de International Herald Tribune waarvan er ondanks de barre tijden nog iedere dag een paar exemplaren bij de krantenwinkel worden bezorgd. Bovendien is er de Engelse editie van de Kathimerini aangekoppeld zodat ik ook van de toestand in Griekenland op de hoogte blijf. Zo is deze week in Athene een 78-jarige Nederlander, Adriano van der Burg, door twee Grieken van 45 en 48 afgerost. „Duitser of Hollander, dat maakt niet uit! Wat denk je wel dat je de Grieken kunt aandoen”, riepen ze. Met een gebroken kaak en neus is hij in het ziekenhuis opgenomen. Toeristen, wees voorzichtig.

In de International Herald Tribune staan vaak paginagrote advertenties waarin dingen worden aangeprezen die absoluut niets met de crisis te maken hebben. Een paar voorbeelden. Je ziet een jonge vrouw, gekleed in een werkelijk beeldig rood jasje met halfkorte mouwen. Links draagt ze vijf armbanden, in haar rechterhand draagt ze een al even beeldige tas en ze staat op schoenen met hakken die ik op een centimeter of twaalf schat. Met drie vingers van haar linkerhand strijkt ze zacht over haar voorhoofd en ze kijkt diep nadenkend somber. Verloving verbroken, denk je. Het is een reclame van Dior.

Nog zo’n pagina, het grootste deel in beslag genomen door de foto van een horloge. Het staat, zoals alle horloges in de reclame op tien over tien. Dat is expres gedaan omdat de wijzers in die stand de aanstaande koper toeglimlachen. Daar heb ik al een stukje over geschreven. Dit horloge is heel bijzonder, het heeft 54 diamanten, windt zichzelf op, heeft voor 42 uur energiereserve en tot een diepte van 50 meter is het waterdicht. De Chanel J 12. Er staat niet bij hoeveel het kost.

Nog één voorbeeld. Een uiterst beteuterd kijkende Angelina Jolie zit in een houten roeibootje, ergens in de junglemoerassen van Cambodja. Wat heeft dat meisje een treurig gezicht. Je kunt het je voorstellen. In de hele woeste omgeving is verder geen levende ziel te zien. Waarschijnlijk is ze haar schoenen kwijtgeraakt en haar kleren zien er verfrommeld uit. Waarom staat ze dan op de grote foto? Om haar tas. Die is van Louis Vuitton.

Ik kan me voorstellen dat je als werkloze, gisteren ontslagen door de directeur – CEO wordt zo iemand nu genoemd – van een bijna failliete bank pisnijdig wordt als je zo’n pagina van Dior, Chanel of Vuitton ziet. Waar blijft de nieuwe Trotzki?

Maar nu gaat dit stukje een andere kant op. Die adverteerders hebben een vermogen betaald om in deze krant te kunnen staan. Ook daardoor kost een exemplaar niet meer dan 2.50. Daarvoor heb je dan al het wereldnieuws. Wees die giga-adverteerders dankbaar!

En nu, toevallig, staat in de Tribune van 14 mei een column van Thomas L.Friedman, The market society. Het is een bespreking van het boek What Money Can’t Buy, geschreven door de filosoof Michael Sandel. Er volgt een opsomming van voorbeelden die tonen hoe ver de commercie in het openbare leven is doorgedrongen. Ik noem er één. De Britse romanschrijfster Fay Weldon heeft een boek geschreven, gesponsord door horlogemaker Bulgari. Ze beloofde Bulgari tenminste twaalf keer in het verhaal te noemen.

Alles is voor geld te koop, zolang je het kunt betalen.