VU en UvA voegen bètafaculteiten samen om beter te concurreren met de top

De grote bètafaculteit moet kunnen concurreren met Oxford en Cambridge, vinden de twee voorzitters.

De twee Amsterdamse universiteiten, de UvA en de VU, gaan hun bètafaculteiten samenvoegen. Van alle plannen voor nauwere samenwerking is dit de meest opvallende. Louise Gunning, de pas aangetreden voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam (UvA) en haar VU-collega René Smit, maakten de plannen woensdag bekend. De fusie tussen de bètafaculteiten moet een faculteit opleveren met 9.000 studenten, 3.000 medewerkers en een jaarlijks budget van 250 miljoen euro.

Volgens Gunning komt er geen volledige fusie tussen de twee universiteiten. „Daarvoor zijn we te groot en te verschillend.”

De nieuwe bètafaculteit moet een van de grootste van Europa worden. Gunning en Smit willen daarmee internationaal concurreren met instellingen als Oxford en Cambridge.

Smit denkt dat de samenwerkingsplannen geen last hebben van de bezuinigingen van 33 miljoen euro voor de VU. „Dat geld vinden we in de stroomlijning van de bedrijfsvoering.” Gunning zegt nog wel wat problemen met de huisvesting te verwachten. „Waar bieden we welk vak aan? Je wilt natuurlijk niet dat een docent elke dag op zijn fiets de stad moet doorkruisen.”

Niet alleen de Amsterdamse universiteiten maken deze dagen hun toekomstplannen bekend. Staatssecretaris Zijlstra (Onderwijs, VVD) wil dat instellingen zich meer profileren ten opzichte van elkaar. Om dat te stimuleren, heeft hij een bedrag beschikbaar dat oploopt van 80 miljoen euro in 2012 tot 325 miljoen euro in 2016. Instellingen die het op kwaliteit, studiesucces en profilering beter doen dan hun collega’s, krijgen een groter deel van dit geld. NRC