Sociaal beleid

1. AOW leeftijd eerder hoger

2. Beperking ontslagpremie

3. Subsidie kinderopvang verdwijnt boven 125.000

De vijf partijen snijden in de sociale zekerheid voor mensen die werken. Er moet langer doorgewerkt worden, hogere inkomens krijgen minder kinderopvangtoeslag en de ontslagvergoeding wordt lager. Tegelijk schrappen ze bezuinigingen die mensen zouden treffen die niet of gesubsidieerd werken. De net ingevoerde huishoudinkomenstoets verdwijnt (één uitkering per huishouden). Ook zijn bezuiniging op sociale werkplaatsen van de baan.

Vanaf volgend jaar gaat de AOW-leeftijd elk jaar omhoog. In 2013, 2014 en 2013 met een maand, daarna met twee maanden. Vanaf 2019 met drie maanden, zodat mensen in 2019 vanaf 66 jaar een staatspensioen krijgen en in 2023 met 67. Daarna stijgt de pensioenleeftijd met de levensverwachting. Verzachtende maatregelen nemen de vijf partijen niet. De doorwerkbonus verdwijnt.

Ontslagvergoedingen worden vanaf 2014 maximaal een kwart maandsalaris per gewerkt jaar. Meer dan een half jaarsalaris mag de vergoeding niet bedragen. Werkgevers gaan het eerste half jaar WW-uitkering betalen.

Huishoudens met een verzamelinkomen boven 125.000 euro krijgen helemaal geen kinderopvangsubsidie meer. Het verzamelinkomen is het inkomen uit arbeid en vermogen, verminderd met aftrekposten.