René Daniëls bloeit weer

René Daniëls schilderde ontzagwekkend virtuoos tot hij in 1988 een hersenbloeding kreeg. Nu schildert hij weer. Oud én nieuw werk is te zien op een overzichtsexpositie in het Van Abbemuseum.

Aux Deon, 1985

Na lange tijd zien we deze schilderijen weer bij elkaar en opnieuw pakken ze direct, met hun zinnelijkheid, hun vlinderachtige lichtheid, hun ideeënrijkdom. Neem Academie (1982). In enkele helderrode verfstreken is de smalle, hoge façade van een gebouw neergezet. Een kunstacademie is in een leegstaand bankgebouw getrokken, het bordje ‘bank’ naast de ingang is doorgestreept, boven de koepelvormige doorgang staat nu ‘academie’. Achter de rechthoekige ramen wordt hevig geschilderd en de liefde bedreven. De bovenste ramen zweven vrij in een azuurblauwe lucht met witte wolken. De toets is snel en trefzeker, de verflagen zijn dun en transparant. Hier en daar schemert roze door rood heen, oranje door zwart. Veel plekken zijn leeg gelaten, alsof het schilderij niet meer is dan een schets. Schilderen is één ding, weten wanneer je moet stoppen een ander. René Daniëls was ontzagwekkend virtuoos.

Er is nog iets in deze doeken, aan de virtuositeit voorbij, dat ze écht interessant maakt. De schilderijen zitten vol dilemma’s. Het dilemma van een zichtbaar groeiende argwaan jegens de virtuoze schildershand, het dilemma van beeld en taal. Ook de worsteling met betekenisgeving en artistieke positionering. Een titel als Eindhoven niet Eindhoven duidt op de spanning tussen internationale roem en het geworteld zijn in de provincie. Daniëls werd in 1950 in Eindhoven geboren en bleef daar wonen na het voltooien van de kunstacademie, totdat hij in 1987 naar Amsterdam verhuisde.

Wilde Schilderen

Het ging allemaal razendsnel. Daniëls werd beroemd op de golf van het zogenaamde Nieuwe Schilderen of Wilde Schilderen dat vanaf eind jaren zeventig, na een periode waarin conceptuele kunst en Minimal Art dominant waren geweest, de kunstwereld overnam. In 1981 was zijn werk te zien op de grote Westkunst-tentoonstelling van Kaspar König in Keulen, in 1982 op de Documenta in Kassel, in 1983 in galerie Metro Pictures in New York.

Ook al paste Daniëls in de heropleving van expressieve, figuratieve schilderkunst, toch voelde hij zich bij het Neo-Expressionisme niet thuis. Hij was op zoek naar lichtheid en relativering, naar een „geamuseerd omgaan met de werkelijkheid” zoals hij het noemde. Grote voorbeelden waren Duchamp, Magritte, Picabia en Broodthaers, kunstenaars van de ironische distantie, met een liefde voor taal en literatuur en een afkeer van het expressieve gebaar en het schildersmetier.

En plotseling hield het op. Daniëls werd in 1988 getroffen door een hersenbloeding. Hij keerde terug naar Eindhoven en zou bijna twintig jaar lang niet meer schilderen. Sinds 2006 komt het werk weer langzaam op gang. Daniëls lijdt aan afasie en is verlamd aan de rechterhand. Hij leerde om links te tekenen en te schilderen, met potlood, viltstift en spuitbus. Het Reina Sofia Museo in Madrid nam het initiatief tot deze overzichtstentoonstelling, waar voor het eerst ook werk uit de afgelopen jaren wordt getoond.

Het geheel overziend is duidelijk dat het oeuvre van Daniëls staat als een huis, ook nu de schilderkunst al lang niet meer toonaangevend is. Weliswaar zijn de waterlandschappen met zwemmende mosselen, palingen, zwanen en haringen, die hij maakte omstreeks 1980, minder geslaagd. Hier voert de verraderlijke schildershand de boventoon. Losse, decoratieve verftoetsen maken deze schilderijen koket en behaagzuchtig, en daardoor saai. Ze halen het niet bij de eerste schilderijen van wervelende grammofoonplaten geïnspireerd door punk en new wave, doeken waar de muziek vanaf knalt. Na de waterlandschappen volgden al snel meer poëtische doeken met raadselachtige woordspelingen, overdadig in hun gelaagdheid, zoals Palais des Beaux-aards. Het lijkt of Daniëls ze smerig wilde maken, zoals Schoorsteen in de wolken of Romeins wastafeltje.

Vanaf 1984 begon er een nieuwe fase. De manier van schilderen werd droger, kariger, het beeld conceptueler. De schilderijen zien er nog steeds losjes uit, maar zijn tegelijk zeer precies. Zoals zeepbellen boven een blauwe zee (Salle Pacifique – Illusie) of Het Glazen, een afbeelding van dezelfde façade als Academie, maar nu dun en monochroom, als een blauwe schaduw.

Vlies

Een van zijn preoccupaties, zei Daniëls ooit, was het ‘vlies’. Vormen en begrippen verschijnen altijd twee keer aan hem, een keer als werkelijkheid en een keer als idee voor werk. Daartussen zit het vlies. Die dubbelheid zit ook in de schilderijen zelf: ze gaan over de werkelijkheid en over zichzelf als kunstwerk. Er zit een onzichtbaar vlies tussen, want die twee zijn nooit tegelijkertijd te ervaren.

Deze dubbelheid geldt voor de meeste kunst, maar bij Daniëls wordt het expliciet omdat hij het verschijnsel thematiseert. De beroemde ‘vlinderstrikken’ gaan over ‘de tentoonstelling’; de vlinderstrik is een perspectivisch geschilderde tentoonstellingszaal. Op de vlinderstrikken schilderde hij soms afbeeldingen van schilderijen, lege gekleurde vlakken die als een raster voor de geschilderde wand hangen. Of andersom, de vlinderstrikken hangen voor een monochrome achtergrond. Magnifiek is De terugkeer van de performance (1987), waarin schilderijen getransformeerd worden in piano’s. Het is een complex spel van sluiers, vliezen, lagen, van illusie en verf.

Lentebloesem

Een hoogtepunt blijven de Lentebloesem-schilderijen uit 1987, harkerig geschilderde bomen, of plattegronden, waar als bloesemwolken woorden aan hangen. Bijvoorbeeld titels van eerder gemaakte schilderijen of namen van maanden en plaatsen. Deze lege schilderijen lijken met tegenzin te zijn geschilderd. In al hun dwarsheid en onverzettelijkheid zijn deze werken volkomen lumineus en transparant en ijl als een ademtocht.

Achteraf is een ongetiteld werk uit 1987 bijzonder omineus. In een grote diepblauwe vlinderstrik zijn in wit de geometrische vormen van schilderijen uitgespaard. Eén ervan is een brandende kaars, een andere is een witte cirkel, als een maan. Eromheen is het schilderij pikzwart gesmeerd, het vlies is een ondoordringbaar zwart gordijn geworden dat het beeld verstikt.

Bijna twintig jaar later pakte Daniëls de draad weer op waar hij was afgebroken. Kleine, schematische tekeningen tonen de bekende motieven: skateboard, standaard met microfoons, vlinderstrikjes. Titels van schilderijen zijn in verticale rijen met viltstift op doek geschreven. Vaak is er een donker mannetje te zien. Nieuw is het motief van een grote cirkel die door een rechte lijn verbonden is met een kleine cirkel. Beide cirkels worden omgeven door een ellips. Dit motief komt op bijna alle tekeningen voor. In een recente tv-documentaire wordt duidelijk dat de kleine cirkel Daniëls symboliseert, die van een grote afstand naar de aarde kijkt.

Deze rebusachtige werken in zwart, fluorescerend rood en flessengroen lijken ordeningen van herinneringen te zijn. En dan is er ineens een tekening die danst, door de manier waarop motieven, namen en jaartallen zich over het vlak bewegen. Of ergens staat ineens een stuntelige, tegendraadse lijn feilloos op papier. Zo te zien mogen we uitkijken naar wat komen gaat.

René Daniëls: Een tentoonsteling is ook altijd een deel van een groter geheel. Van Abbemuseum, Eindhoven. T/m 22 sept. Di-zo 11-17, eerste do vd maand 11-21 uur. Inl. vanabbemuseum.nl