Rechters: wij zijn veroordeeld

Niet iedereen smult van hutspot. De zaak tegen de van meineed verdachte rechters Westenberg en Kalbfleisch begon met een debat over eten en vriendschap.

Hans Westenberg was wel eens bij Pieter Kalbfleisch thuis geweest. En ja, één keer was hij na een feestje blijven slapen. Toen had Westenberg net iets te veel gedronken, vertelde zijn advocaat Stijn Franken afgelopen woensdag voor de rechtbank in Utrecht. Maar een speciale vriendschap tussen de twee voormalige rechters? Nee, daar is geen sprake van, zei advocaat Franken.

De wegens meineed vervolgde voormalige Haagse rechters Westenberg en Kalbfleisch zijn het slachtoffer van oneerlijke berechting via de media. De verdachten zijn door onzorgvuldig handelen van justitie en door „complotdenkers” ten onrechte bestempeld als liegende rechters, zeiden hun advocaten op de eerste dag van het strafproces.

In een regiezitting bepaalde de rechtbank welke verhoren er nog moeten gebeuren voordat in het najaar met de inhoudelijke behandeling van de zaak kan worden begonnen. Officier van justitie Ferry van Veghel verdenkt de rechters van liegen onder ede. Hij sprak over „ondermijning van een van de fundamenten van de rechtsstaat”.

Na een onderzoek van twee jaar door de Rijksrecherche besloot het Openbaar Ministerie in Utrecht dat Westenberg en Kalbfleisch worden vervolgd wegens meineed. Dat besluit kwam na een aangifte die directeur Jan Poot van projectontwikkelaar Chipshol in 2009 deed tegen Westenberg. In juridische procedures zouden Westenberg en Kalbfleisch in de jaren negentig de voormalige zakenpartner van Poot hebben willen bevoordelen bij de verkoop van grond. Met die partner, Harry van Andel, zou rechter Kalbfleisch goed bevriend zijn geweest.

Volgens het OM hebben de twee verdachten, die allebei telefonisch zijn afgetapt tijdens het onderzoek, onder ede gelogen over hun onderlinge contacten. Kalbfleisch had laten weten „geen speciale vriendschap” met Westenberg te hebben onderhouden. Westenberg had onder ede verklaard dat op een enkele verjaardag na de rechters „niet bij elkaar over de vloer komen”. Justitie zegt uit het verhoor van andere collega’s en een verklaring van een griffier te kunnen afleiden dat de twee magistraten wel degelijk dikke vrienden zijn geweest. Ze maakten bijvoorbeeld deel uit van een groep vrienden en collega’s die, soms met partners, regelmatig gingen eten.

Advocaat Franken verwondert zich over het optreden van het OM. „In een strafproces kan niet aan de hand van heldere criteria worden vastgesteld wanneer sprake is van vriendschap. Het is net als met lekker eten: een ieder geeft een eigen invulling aan die begrippen. Waar de één smult van hutspot, zal dat de ander niet smaken.” Er was geen bijzonder contact tussen de rechters.

De rechters voelen zich het slachtoffer van een campagne van vader en zoon Poot die in hun ogen „desnoods in grote advertenties in de krant” en met „gemakkelijke soundbites” jarenlang bezig zijn geweest het beeld op te roepen van ‘liegende rechters’. „Met grote woorden, veel herhaling en de nodige luidruchtigheid hebben zij Westenberg al veroordeeld. Sommige journalisten hebben het hen klakkeloos nagezegd”, aldus Franken. Hij zei te hopen dat „in de sereniteit van een fatsoenlijk strafproces” het beeld wordt gecorrigeerd dat door „de opgewonden retoriek buiten de rechtszaal is gecreëerd”. Harde schreeuwers hebben volgens hem niet altijd gelijk.

De verdachten vroegen de rechtbank de strafzaak onmiddellijk te behandelen „omdat hun leven stil staat in afwachting van het vonnis”, aldus Kerckhoffs. Op verzoek van het OM wordt echter nog een aantal getuigen gehoord. De rechtbank wil onder anderen op de zitting de griffier horen die eind jaren tachtig een relatie had met Kalbfleisch. Zij liet eerder weten dat de rechter haar had verteld dat Kalbfleisch in de Chipsholzaak bewust Westenberg zou hebben ingeschakeld om iets te regelen. Kalbfleisch noemt dit „kletskoek’’.

Vader Jan (87) en zoon Peter Poot woonden afgelopen woensdag de strafzaak bij. Ze zaten schuin achter de gespannen verdachten. Peter Poot zegt maar matig vertrouwen te hebben in een eerlijke berechting van twee Haagse rechters door drie collega’s in Utrecht. „Het is toch de slager die zijn eigen vlees keurt.”