Column

Nooit ziek geweest

Afgelopen dinsdag liep ik op Schiphol mijn Groningse collega Bert tegen het lijf. Hij ging ver, ik veel verder. Hij ging lang, ik nog langer. Verschil moet er zijn. We spraken kort en enthousiast over de herstart van collega Jochem, die de avond ervoor weer begonnen was. Jochem is lang ziek geweest en hij had geen griepje. Bert had Jochem gesproken en het was goed gegaan. Hartstikke goed zelfs. Zo hoort het. We roddelden nog even kort en krachtig over een nieuwe theaterdirecteur, die ik nog niet ken en over wie Bert zeer enthousiast was. Ik liep richting mijn vliegtuig en dacht na over mijn eigen gezondheid. In de loop van de vijfendertig jaar dat ik speel ben ik ooit één weekje ziek geweest. Meer niet. Dat heet mazzel. Gore mazzel. Afkloppen!

In het vliegtuig begon een aardige mevrouw over haar streekgenoot Henk Bleker, over wie ik me vorige week op deze plek nogal vrolijk maakte. We lachten samen wat om deze aandoenlijke ijdeltuit, die inmiddels alweer gezien was in een zoveelste televisieprogramma. Ik vertelde haar dat het gerucht ging dat gekke Henkie dit weekend in een matrozenpak op de loveboat van De Toppers in de Amsterdam Arena zou verschijnen en dat hij dat schip na afloop mee zou krijgen om er rondvaarten mee te maken met Belgische toeristen in de ondergelopen Hedwigepolder. Hij krijgt dan het pak van Francesco Schettino, de kapitein van het vergane Italiaanse cruiseschip Costa Concordia, aangemeten. Die heeft dat pak echt niet meer nodig.

De aardige mevrouw vertelde over haar werk. Ze is arts en werkt veel met kinderen. Een serieus gesprek over haar specifieke vakgebied volgde. En we hadden het over Groningen, haar thuisbasis en een van mijn favoriete steden met een werkelijk heerlijke schouwburg. Een theater zoals God het ooit bedoeld heeft. In de stad waar ik mijn vakantie ga vieren had zij een medisch congres. Daarna pakten we allebei ons boek. Het bleek dat we op de luchthaven dezelfde keus hadden gemaakt en lazen stomtoevallig allebei Nooit Ziek Geweest van Nico Dijkshoorn. Ik las het in twee ademen uit. Beeldschoon. Kort, krachtig en fenomenaal. Dijkshoorn is een stadgenoot en vriend van Jochem, maar dit terzijde. Ik fladderde daarna door het eveneens prachtige Alsof het voorbij is van mijn huidige literaire held Julian Barnes. Staat ook geen woord te veel in. Kortom: de vakantie was goed begonnen. Daarna mijmerde ik een beetje. Over alles wat ik de afgelopen weken heb gedaan en vooral wat ik de komende maanden nog moet doen. Dat is veel en dat is een prettig gevoel. Nog lang niet klaar. Veel voor de boeg. Hoorde laatst een leeftijdgenoot serieus over vutten keuvelen. Vutten en golfen. Dat laatste als dagtaak. Ik weet dat het leven zinloos is, maar toch niet zo zinloos dat je een paar keer per week een balletje in gaatjes gaat mikken? Ik heb nog veel te veel te doen. En hoop vooral gezond te blijven. Dat laatste lukte niet onmiddellijk. Tussen de twee prachtboeken door verorberde ik een stukje vliegtuigpizza. Zo’n vies puntje dat verkeerd viel. Doodziek stond ik dan ook in de rij voor de Amerikaanse douane. De Groningse dokter lachte op een afstand naar me, terwijl ik maar één ding wilde: kotsen. En wel zo spoedig mogelijk. Haar aanwezigheid stelde mij overigens gerust. Daarbij was ze ook nog met collega’s, dus in die rij zou ik niet sterven.

Aangekomen op mijn voorlopige vakantieadres viel ik in een koortsige slaap. Hele vieze pizza’s dansten door mijn koortsdroom. Uiteindelijk gebeurde waar ik op hoopte. Ik kotste de pizza uit en was meteen weer helemaal de ouwe. De vakantie kon beginnen. Toen ging mijn telefoon. Een sms van een hard lachende neef. Wie zat er bij Knevel & Van den Brink? Iemand die ik voorspeld had in mijn stukje van vorige week. Wie? Henk Bleker! Ik was onmiddellijk weer beter.