Naam maken op de vleugels van Twitter

Mediatrend: journalisten ontsnappen aan de anonimiteit van de nieuwsredactie en ontwikkelen zich tot BN’ers. Specialisten schuiven aan bij talkshows en profileren zich in sociale media. „Het motto moet zijn: Ken je journalist, niet je medium.”

Rosan Hollak

Zeg Den Haag en je denkt aan Frits Wester. Zeg nieuwe media en je denkt aan Ernst-Jan Pfauth. Zeg Griekenland en je denkt aan Ingeborg Beugel. Een journalist werkt tegenwoordig niet alleen voor een krant of tv-programma. Hij of zij blogt en profileert zichzelf via Twitter en verschijnt, als het lukt, ook nog op televisie. „Journalisten worden steeds vaker bij praatprogramma’s uitgenodigd”, zegt Kustaw Bessems. Volgens hem is de journalist soms een ‘substituut voor de politicus’. „Veel politici zijn tegenwoordig bang om zich op tv echt uit te spreken. Maar een journalist beschikt over informatie, is onafhankelijk en kan vrij spreken. Misschien willen mensen dat horen.”

Bessems (1977), die vanaf september het nieuwe zaterdagkatern van de Volkskrant gaat leiden, is een goed voorbeeld van een journalist die weet hoe hij onder de aandacht van het publiek moet komen. Ooit begonnen bij dagblad Trouw, werkte Bessems de afgelopen jaren als parlementair verslaggever voor dagblad De Pers waar hij, tot de krant in maart werd opgeheven, ook een column had. Sinds een aantal jaar is hij een actief twitteraar. Inmiddels heeft hij 15.198 volgers. „Ik dacht vroeger dat je Twitter alleen gebruikte om te vertellen waar je cappuccino aan het drinken bent. Maar in 2009 sprak ik bij een debat een Amerikaanse mediagoeroe. Hij wees mij op de mogelijkheden van Twitter. Nu gebruik ik het bijna dagelijks.”

Bessems was de afgelopen jaren ook veel op televisie te zien. Gedurende de Kamerverkiezingen in 2010 zat hij geregeld bij Knevel & Van den Brink. „In die periode gingen meer mensen mijn tweets volgen. Daarna werd ik een tijd lang een terugkerende gast bij Pauw & Witteman.” De elkaar onderling versterkende werking van Twitter en televisie droegen bij aan Bessems bekendheid. „Op de redacties van de tv-programma’s bleek men goed op de hoogte te zijn van wat ik schreef. En op de momenten dat ik op televisie kwam, kreeg ik op Twitter weer meer volgers.”

Toen Olaf Koens (1985) begin 2009 voor de Geassocieerde Pers Diensten (GPD) in Rusland ging werken, zette hij alles wat hij voor de GPD schreef ook op zijn eigen blog. „De GPD plaatste mijn artikelen alleen in de regionale kranten, maar je wilt als journalist altijd meer mensen bereiken. Ik vind dat je alles meteen moet delen op een blog of op Facebook.” Voordat Koens naar Rusland vertrok, was hij al werkzaam als freelancer. „Mijn blog heb ik sinds 2006. Als beginnend freelancer moet je laten zien wie je bent, je kunt niet op je lauweren gaan rusten en wachten tot de telefoon een keer overgaat.”

Inmiddels is Koens, die op Twitter 6.195 volgers heeft, correspondent in Moskou voor RTL Nieuws. In maart dit jaar verscheen zijn boek Koorddansen in de Kaukasus en gaat hij schrijven voor Het Financieele Dagblad. „Alle reportages die ik voor RTL maak, zet ik ook weer op mijn blog. Het werkt gewoon als een visitekaartje, bovendien kunnen mensen die ik interview ook weer terugzien wat ik heb gedaan. Die communicatie en openheid is belangrijk.”

„Een eigen blog is de plek voor een journalist om zijn imago vorm te geven”, zegt professioneel blogger Ernst-Jan Pfauth (1986). Hij wijst erop dat een journalist wel goed moet weten wat hij of zij precies op een blog wil zetten. „Wil je jezelf profileren, dan moet je een duidelijke niche hebben”, zegt Pfauth die blogt op Pfauth.com en op Twitter 11.041 volgers heeft. „Je bent een gids. Je moet zo goed over een onderwerp kunnen schrijven of praten, dat mensen weten dat ze bij jou moeten zijn als ze iets meer willen weten.”

Pfauth, inmiddels columnist bij nrc.next en schrijver van het boek Sex, Blogs en Rock-’n-Roll, startte in 2006 als student communicatiewetenschappen Spotlight Effect, een succesvol blog over media en journalistiek dat hij, na drie jaar, overdroeg aan een nieuwe lichting communicatiewetenschappers. Het valt hem op dat veel journalisten nog altijd geen goed gebruik weten te maken van sociale media. Ook onder studenten journalistiek blijkt de interesse minimaal. „Als ik in een klas vraag wie er een eigen blog bijhoudt, steken er van de dertig meestal twee hun hand op. Blijkbaar is de drempel te hoog. Mensen beginnen vaak halfslachtig aan zo’n blog en haken, als ze er niets voor terugkrijgen, al snel af.”

Vincent Van Nauw, journalist bij jongerenmedia-agentschap StampMedia, ziet vooral bij freelancers dat ze moeite doen om zich via een blog of Twitter profileren. Volgens hem zijn er bij de grote nieuwsorganisaties nog altijd te veel ‘stille journalisten’ die zich achter hun computer verbergen en nauwelijks bekend zijn bij het grote publiek. „Als je werkt voor een groot nieuwsmerk lijkt het wel dat je je naam moet afstaan”, schreef hij in een column op StampMedia. „Journalisten zijn nog „te vaak anonieme werkkrachten die verdrinken in de anonimiteit van een nieuwsredactie. In het grote ‘ik-tijdperk’ zou het credo moeten zijn: ‘ken je journalist, niet je medium’.”

Van Nauw vreest dat journalisten, die uit dienstverband gaan of ontslagen worden, met lege handen op de arbeidsmarkt komen te staan. „Als zo’n journalist niet de moeite heeft genomen om zichzelf als naam op de markt te zetten, kent zijn publiek hem niet. In feite heeft zo iemand een achterstand bij freelancers die zich, noodgedwongen, al op de sociale mediakanalen zijn gaan profileren.” Nieuwsmerken en journalisten zijn volgens Van Nauw een slecht huwelijk. „Kijk wat er in Amerika gebeurt. Daar worden te luidruchtige journalisten bij de grote mediaorganisaties op het matje geroepen.” Hij refereert aan artikel over journalisten van SkyNews die geen nieuws mogen retweeten dat niet afkomstig is van collega’s. „Ik vind het spijtig te zien hoe sociale media bij dat soort bedrijven intern wordt gevreesd.”

Ook Árpád Gerecsey, oprichter van Social People, een bedrijf dat sociale mediastrategieën uitzet, vindt dat mediabedrijven hun journalisten moeten gaan stimuleren om zich te profileren. „Het is voor de krant goed als ze laten zien dat ze journalisten hebben die naar buiten treden. Laat journalisten de artikelen die ze voor een krant schrijven, ook op hun eigen blog of site plaatsen. En zet bijvoorbeeld onder ieder artikel op welke sociale mediakanalen een redacteur nog meer te volgen is.”

Een journalist die het slim aanpakt, deelt bovendien niet alleen zijn eindproduct met zijn lezerspubliek, maar betrekt zijn lezers al van tevoren bij het maakproces. „Je kunt twitteren dat je van plan bent een stuk te schrijven over de vervuiling van slootwater in Nederland”, zegt Gerecsey. „Je kunt mensen om imput vragen, of je financieel laten steunen door je achterban. Op die manier ben je in beeld en het maakt je scherp. Je moet je namelijk telkens afvragen: wie ben ik, wat doe ik en welke strategie ga ik volgen.”

Auteur op Twitter: @rosanhollak.