Invloedrijke kreundisco op niveau

In al haar songs liet Donna Summer haar hartstocht luid, duidelijk en heftig doorklinken. Haar bijnaam ‘Queen of Disco’ is te bescheiden. Ze beïnvloedde de grote namen van de pop en werd al bij leven een mythe.

Een stem die nog in je oren suist, lang nadat de dj de naald van de plaat heeft gehaald. Een stem die golf en uithaalt als de vuist van een bokser. Een stem die je liefdevol optilt. Die passie is nu verdwenen. Zangeres Donna Summer overleed gister op 63-jarige leeftijd. Ze had kanker.

Donna Summer (1948, Boston), voor wie de bijnaam ‘Queen of Disco’ te bescheiden was, heeft een niet te onderschatten bijdrage geleverd aan de culturele ontwikkeling van de jaren zeventig. In dat decennium leverde ze een reeks hits af, waarin ze de grens oprekte van wat toen acceptabel was aan erotische suggestie. Haar verschijning met de lange zwarte krullen en de brede parellach groeide uit tot een mythe op posters en schoolagenda’s.

Liedjes als Hot Stuff, Bad Girls, On The Radio, MacArthur Park, Last Dance, doorbraaknummer Love To Love You Baby – 17 minuten smaakvol kreunen op 12” – en opvolger I Feel Love zijn nu discoklassiekers.

Summer zong, Giorgo Moroder produceerde. Hun combinatie van haar hartstochtelijke vocalen en zijn elektronische koelbloedigheid met pneumatische beats zou de popmuziek definitief een nieuwe richting opsturen. De Italiaanse Moroder ontmoette Summer toen zij in Duitsland als musicalactrice werkte. Zij leende hem haar gospelstem, hij fabriceerde een Kraftwerk-achtige begeleiding, met echoënde space-geluiden en basklanken die cirkelden als helikopterwieken. Love To Love You Baby was in 1975 het eerste voorbeeld. Dit nummer werd internationaal een succes, mede dankzij de luid klinkende seksuele vervoering, inclusief hoogtepunt, die bij schemerlicht werd opgenomen, met Summer comfortabel op een divan gelegen. Het gaf de impuls voor een kleine golf aan kreun-disco, van damesgroep Baccara en zangeres Raffaella Carrà. Maar Summers invloed reikte verder: new wave-bands Human League en New Order, en ook David Bowie verklaarden zich schatplichtig aan zinderende nummers als I Feel Love en Last Dance. Hun stijl werd bovendien de oersound voor volgende generaties nachtclubmuziek: eerst voor de disco, en eind jaren tachtig opnieuw, voor de kale elektronica van de house.

Donna Summer – geboren als LaDonna Adrian Gaines, dochter van een slager en een onderwijzeres – maakte op haar tiende haar zangdebuut in de kerk, waar ze de aanwezigen tot tranen roerde. Ze besloot zangeres te worden. Aanvankelijk was haar voorbeeld Diana Ross, later inspireerde haar de ruige stijl van Janis Joplin. Na een periode bij bluesrockband Crow, en enkele rollen in musicals in New York, vertrok ze naar Duitsland. Ze was kort getrouwd met de Oostenrijkse acteur Helmuth Sommer, van wie ze een dochter kreeg en wiens, verengelste, naam ze altijd zou aanhouden. Toen ze daarna Moroder tegenkwam, begon hun gezamenlijk succesverhaal met nummer-één-hits over de hele wereld en een miljoenenverkoop. Maar haar populariteit leidde eind jaren zeventig tot persoonlijke problemen. Summer werd somber en raakte verslaafd aan pijnstillers.

De kennismaking met tweede echtgenoot Bruce Sudano, met wie ze twee dochters kreeg, en de bekering tot ‘new born’-christen’ brachten de ommekeer. Summer besloot haar hit Love To Love You Baby niet meer uit te voeren, wegens de aanstootgevende stijl (ze nam het een kwart eeuw later wel weer op het live-repertoire). Ondanks enige hits, zoals State Of Independance (1981), slonk haar muzikale betekenis in de jaren tachtig, wellicht doordat ze niet meer samenwerkte met Moroder maar, op voorspraak van haar platenmaatschappij Geffen, met producer Quincy Jones.

Dankzij haar muziek en haar gevoel voor stijl was Summer, net als haar idool Diana Ross, een populaire ster in de internationale homoscene. Extra pijnlijk was daardoor de controverse die haar in de jaren tachtig achtervolgde: Summer zou aids een ‘straf van God’ voor een ‘immorele levensstijl’, genoemd hebben. Eind jaren tachtig maakte Summer uitvoerig excuses. Ze zei dat de uitspraak op een misverstand berustte en spande een rechtszaak aan tegen tijdschriften die de opmerkingen opnieuw afdrukten.

Haar hits werden in de jaren negentig veelvuldig gesampled, en door velen gecovered. Summer bleef altijd zingen. Haar laatste voltooide cd, Crayons (2008), leverde in Amerika drie discohits op. Ze werd ziek en verzweeg dat voor de buitenwereld omdat ze aan een nieuwe cd werkte. Het is nog onbekend of ze de opnamen heeft kunnen voltooien.

Met Nederland had Summer een speciale band. Het was hier dat ze in 1974 haar eerste hit had, met de nog rudimentaire Summer/Moroder-samenwerking The Hostage. Haar eerste Nederlandse tv-optreden deed ze in Van Oekel’s Discohoek. Daarbij stak ze niet alleen de draak met het fenomeen ‘playbacken’, maar bood ook humoristisch tegenspel aan de gecharmeerde Sjef Van Oekel.